Oostenrijk

kaart

De laatste jaren gingen we met samen met Johan en Marij naar de wintersport, maar Johan heeft problemen met zijn rug, dus hij haakt af voor een jaartje. Dan gaan we weer net als vroeger met zijn tweetjes, Annie en ik dus.

Het wordt dit jaar Berwang, een heel klein plaatsje in Tirol. Het ligt net over de grens met Duitsland, zeg maar aan de andere kant van de 1e berg die je ziet. Het ligt vlak bij de Zugspitze, Duitslands hoogste berg, 2.962 meter.

Alleen daar komen we dus niet, nee we gaan naar Berwang, het ligt op ruim 1.300 hoogte en is behoorlijk sneeuwzeker. Vooral veel blauwe en rode pistes, een enkele zwarte, dus voor mij is dat goed genoeg.

In het dorp met de illustere naam Bichlbach moeten we afbuigen naar Berwang. Het gaat vanaf hier alleen maar omhoog. Kijk daar ginder ligt het een klein dorpje, zoiets als Molenschot. Het hotel vinden is ook geen enkel probleem, er staan mooie borden, Hotel Kaiserhof staat er op en laten wij daar nou net geboekt hebben.

Half 1 en we parkeren de auto praktisch voor de ingang. Inchecken stelt ook al niets voor. We worden weggezet in het café, rijkelijk voorzien van bankstellen, waar Annie het incheckformulier invult en een kop koffie wordt geserveerd. Het is een 4-sterren hotel, eigenlijk iets te sjiek voor ons. Nog een paar jaar wachten, dan zijn we precies op de belegen leeftijd om hier zonder enig gevoel van gene te verblijven. Er zijn allerlei voorzieningen en het is er een beetje warm, absurd warm eigenlijk.

Ski’s huren da’s heel makkelijk, er is een shop in het hotel. De skischool ligt wat verderop, maar als je slentert en een keer fout loopt, kun je er 5 minuten over doen.

Het skigebied zelf dan, gewoon echt ideaal voor diegenen die niet persé met 150 in het uur omlaag willen vallen. Heerlijk brede pistes, prima onderhouden, alleen wel veel sleepliften, dus als je van zitten houdt is het hier minder, maar verder is het een geweldig skigebied.

Als je geen dagtochten wilt of hoeft te maken, maar een beetje op je gemak naar beneden wilt glijden, ga dan maar naar Berwang. Omdat het een relatief klein gebied is, is het er dus ook niet overdreven druk. Hoewel, we zitten nu in het rustigste deel van de winter.

Wat is er hier niet, de Après Ski, die ontbreekt hier. Er is niks te doen op dat gebied, dat wil niet zeggen dat er geen bier getapt wordt, maar feesten na vieren, daar doen ze hier niet aan. Een echt familiegebied dus. Jammer, van de andere kant, je hebt ’s avonds meer energie over. Dus om 10 uur vallen je luiken niet toe.

Het hotel is verder uitstekend, er wordt prima gezorgd. Het begint al met het ontbijt, van alles is er, zelfs een omelettenbakker. In de middag tegen 4 uur wordt er koffie. koek en soep weggezet, gratis en voor niets. Het avondeten is gevarieerd, soms buffet dan weer voor een deel keuzemenu. In de avonduren is er iedere avond entertainment. Verwacht geen René Froger, maar ach, je wordt een uurtje of wat lekker geamuseerd. Goei glas bier er bij, wat wil je nog meer.

Het was misschien nog beter bevallen, als ik op de 3e skidag niet zou zijn gevallen. Het is middagpauze en Annie zit op het terras van het Jagerhuis halverwege de berg te wachten om samen te eten. Nog even onderweg een oefening doen denk ik, korte bochten. Het gaat perfect, maar ineens pats boem met mijn kop in de sneeuw en een rechterschouder die juicht van de pijn. Ik sta even te jodelen, klik mijn ski weer aan en ik ski voorzichtig verder de berg af.

Op het terras ziet Annie wel dat het niet helemaal goed met me gaat. Ik kan de fanta geen centimeter de lucht in krijgen, tenzij de rechterarm ondersteund wordt. Dus dan maar met links drinken. Die pijn, ach nog efkes doorbijten en daarna zakt het wel. Nog steeds geen idee hoe het kwam, maar ineens lag ik op mijn snuit. Een helm die ga ik wel kopen, ik zie er hier al heel veel skiën met een helm op en ik heb volgens mij geluk gehad, zo echt helemaal plat op mijn bek in de sneeuw.

Na de middag zeg ik tegen skileraar Kurt dat ik flink gevallen ben. Stoppen kun je altijd nog, is zijn antwoord. Kijk, dat is tenminste een man naar mijn hart. Na de middag heb ik niet zoveel zin meer om voorop te skiën en als er een sleeplift opduikt, moet ik aan anderen vragen of ik met hen mee mag, want ik kan dus niet meer van die sleeplift loskomen.

Het skiën gaat verder prima, alleen de zwarte piste laat ik nu even schieten, ik pak wel een stuk blauw en dan zie ik jullie verderop wel. Even verder nemen we een paar bulten en die  doen goed zeer, het wordt teveel, ik moet af gaan haken. Kurt begrijpt het en hij zet een skiroute uit naar het hotel. Onderweg komen we Annie bij de Jodelerhof tegen, dus die krijgt de boodschap mee dat ik stop en eigenlijk naar de dokter wil.

Annie gaat mee naar de huisarts. Ik mag mijn hemd uittrekken en de eerste vraag die ik krijg van Herr Doktor Walter: haben Sie noch eine skipasse? Niet meer nodig, zei hij, er is iets gebroken. Nou, dat is in elk geval duidelijke taal van Herr Doktor Walter.

Ga maar naar het ziekenhuis in Reutte, misschien moeten er toch wel schroeven in gezet worden, want het is iets verschoven, het afgebroken deel dus. Mooie breuk zegt hij er ook nog bij, dus gips heb je niet nodig.

In Reutte maken ze nieuwe foto’s. Kom over 3 dagen maar terug, want ze denken dat schroeven niet nodig zijn. Als het goed is herstelt jouw strakke lichaam zichzelf, alleen dat kunnen we over 3 dagen pas zien. Met een goed gevoel verlaten we het ziekenhuis.

Bij de controle op vrijdag zegt de dokter dat het beter is om er toch schroeven in te laten draaien, maar dat kan ook in Nederland, maar niet mee wachten. De rest van de vakantie wandel ik wat met Annie, dat is ook leuk. We hebben prima weer, maar ja de ski’s heb ik helaas niet meer nodig.