Costa Rica Dag 04 Rincon de la Vieja

Weer goed geslapen, maar wel weer ultra vroeg wakker. Voor de wekker, ruim voor zessen. Onze gids Geert is een vroege vogel, een van zijn kenmerkende zaken is om te proberen steeds als eerste in de parken aanwezig te zijn. De reden: het is lekker rustig en omdat het relatief vroeg is zijn de beesten actiever. Dus zijn plan voor vandaag is om half 7 ontbijten en om kwart over 7 de bus starten. Bij het ontbijt volop keus, dus wij weer aan de gebakken eieren met worstjes en een bord fruit.

Vandaag gaat het dan echt beginnen. Dit moet het worden. We gaan het oerwoud in. Het zal ongeveer een uurtje rijden zijn met de bus, maar veel kilometers maak je niet. De wegen, we zullen er aan moeten wennen, bestaan niet meer uit asfalt. Er is wel van alles te zien, zoals een prachtige Caracara. De Caracara is zeer geliefd bij de boeren, want een groot deel van zijn dieet bestaat uit slangen. Hij blijft lekker braaf zitten, dus met mijn Tamron 300 lens kan ik hem lekker dichtbij halen. Zo dat is beestje nummer één. Inderdaad, een klein uurtje later komen we bij het nationale park Rincon de la Vieja aan. We zijn de eersten.

Wandelschoenen aan en goed ingesmeerd met antimuggen gaan we het oerwoud in. Eerst een foto van een schoon blommeke. Mijn tactiek is om een beetje achter in de groep rond te scharrelen. De reden is mijn inschatting van het gedrag van enkele groepsleden. Volgens mij wordt het dringen geblazen als het een of ander beest gezien wordt en dan maak je geen mooie foto.

Ik ben nog geen 2 meter in het bos en ik zie, waar de meesten al met hun grote voeten dwars door heen zijn gebanjerd, zo’n leuk tafereeltje. Bladsnijdende mieren, het lijkt goddomme wel National Geographic. Echt net zoals op de film, er lopen honderden mieren achter elkaar met allemaal een stukje blad. Nou ja stukje, die beestjes zijn echt beresterk, want de stukjes blad zijn een keer of 4 hun eigen grootte.

Het is verschrikkelijk vochtig in het bos, dik 30 graden dus dat wordt nog wat vandaag. Je loopt hier echt in een zogenaamde wildlife documentaire. Wow, dat is echt leuk. Enorm dikke bomen, lianen, bloemetjes, paddestoelen, noem maar op. Ik vraag aan Annie of ze eens voor de voet van een boom wil gaan staan, want dat is zo’n gigant. Overal om je heen hoor je vogeltjes fluiten, maar je ziet ze niet, of ze zijn weer te snel weg.

Even later horen we ver boven ons een hoop gekrakeel in de bomen en joehoe, daar zijn de eerste apen. Ik weet gelukkig helemaal niet wat de soort is. Volgens Geert zijn het brulapen, geen idee hoeveel, maar een stuk of 10 toch al gauw. Het zijn niet alleen brulapen, maar ook slingerapen. De naam slingeraap is wel toepasselijk, want dat slingert daar tussen die takken heen en weer. Nadeel is dat ze hoog in de bomen zitten. En zaten ze maar stil, nee ze bewegen continue. Dus foto’s maken gaat wel, maar niet onder een perfecte hoek. Want dan hangt er een tak voor, of heb je weer net teveel schaduw, of de zon weer recht op je lens. Ik vermaak me opperbest, ik hier op de grond en mijn familie hoog in de bomen. En bij familie blijf je meestal wat langer hangen, niet dan, ja toch.

Je hoeft dus niet altijd vooraan te lopen. Dat blijkt wel, want ineens scharrelt er een neusbeer voor onze voeten. Het beestje is echt niet bang. Tot op een meter kunnen we erbij komen. De neusbeer, denk nu niet aan een grizzly, welnee het is de categorie wasbeertje. Ze eten van alles, maar mensen staan zeer zeker niet op het menu. Zo die hebben we dus ook op de harde schijf. Dat begint goed, we zijn nog geen 10 minuten onderweg. En ik loop hier stik op mijn gemak. Dat komt omdat je een beetje het gevoel hebt in je eigen huiskamer rond te scharrelen. Ze hebben hier ontzettend veel kamerplanten geplant, maar wie die dingen dan water geeft, ik weet het niet.

En zo hobbelen we lekker op het gemak door het regenwoud. Verdwalen kunnen we niet, want er is maar één pad. Het pad heet “Las Pailas Trail”. Alleen opletten waar je loopt, want het is klimmen en dalen en op het paaike hebben ze geen klinkertjes gelegd. Er wil ook nog wel eens een onvoorzichtige wortel oversteken. Ooh kijk, daar ritselt weer een hagedis. Waar je ook kijkt, links, rechts, naar boven, ergens vooruit, er beweegt altijd wel iets. Stil is het ook niet. Het fluit, ritselt, kraakt noem maar op.

Er is hier nog iets speciaals, dat is het vulkanisme. Er schijnen hier allerlei actieve bronnen en modderpoelen te zijn. Je kunt het al een beetje ruiken, beetje rotte eitjeslucht. Zo een hoekje omgeglibberd en daar staan we dan oog in oog met een sissende modderpoel. Durf er mijn vingertjes niet in te steken. Vorig jaar hebben we dit fenomeen ook al eens mogen zien in Yellowstone. Daar waren ze groter, spectaculairder en zeker een stuk overzichtelijker, maar ook dit heeft weer zijn charme. Je gaat het hoekje om, nee niet letterlijk dus, en je ziet en hoort niets meer.

Zo hobbelen we lekker door. Van de ene modderpoel naar de andere. Af en toe zie je weer eens een schepsel van moeder natuur die je in Nederland niet ziet. Kijk daar gaat weer zo’n hagedis. Wat is dat voor een rare boom? Vol met werkelijk duizenden stekels. Dat schijnt een natuurlijk afweermechanisme te zijn.

plattegrond nationaal parkFoto’s wandeling

Af en toe weer lekker door de modder, dan even balanceren over een boomstam. Langzaam verandert de omgeving iets, we komen uit het dichte regenwoud in iets opener terrein. De zon staat ondertussen te blakeren recht boven ons. Blij dat ik mijn petje heb opgezet.

Het voordeel van open terrein is dat er meer bloemen te zien zijn, dus meer kleur. Ook de vogels kun je nu een stuk beter zien. Boven ons cirkelt een Kalkoengier. Gieren zie je hier volop, het zijn de vuilnismannen van de natuur.

Het laatste stukje moeten we weer door het dichte enge bos, vol geesten, saters en andere schreeuwlelijkerds. Maar ook in het allerlaatste stukje zie ik een godswonder passeren, een wandelende tak. Echt, een tak die wandelt, echt supergaaf.

We verzamelen weer met zijn allen bij de ingang van het park. Het grootste deel van de groep gaat door met een wandeling naar een waterval. Maar de echte durfals gaan vanmiddag paardrijden. Annie en ik zijn echte cowboys. De muziek, het lijndansen, de zomerse BBQ’s en dan kan een ritje per paard niet ontbreken, yeehaw.

Ik ben trouwens wel blij dat ik niet door ga met dat lopen, het is snoeiheet, lekker drukkend. Je kent dat wel als er in Nederland op eens zomerse middag bij 30 graden een onweersbui op je af komt. Mijn petje is werkelijk zeiknat van het zweet, dus dan weet je het wel. Het water gutst zo van mijn kop, gelukkig ziet niemand het, maar de druppels stuiteren zo van mijn neus. Ik lijk wel een beetje op mijn oude opa Steenbakker, daar konden ook altijd zo van die lekkere druppels van zijn neus vallen. Ik kijk zo eens rond en Annie en ik gaan een pool houden wie er wel en wie er niet meer van die groep terugkomt, afgetrokken gezichtjes jongen. Ze zijn oud en volgens mij niet wijs, maar laat ze maar gaan. Wij gaan lekker met ons vijven terug naar het hotel met de bus.

Nog eens een lekkere hamburger gescoord, die keuken dat zit wel snor in Costa Rica. Flink glas fanta erbij en ik ben weer helemaal het menneke. Om bij de paarden te komen, moeten we over een hangbrug. Een echte autistische hangbrug. Een stuk of wat stalen kabels, plankjes erop en dan kun je een meter of 50 boven een 40 meter diep ravijn lopen. Vooral niet te hard lopen, want het ding wiebelt als een gek. Aan de overkant ligt de manege. Er staan een stuk of wat paarden klaar voor ons. Wie zijn die 5 dan, wij tweeën en Wouter, zijn vrouw Sheila en Theo.

Wouter kennen we nog van de bank, dat is een heel rustige gast, maar laat hem maar schuiven. Heeft een eigen taxibedrijf met een stuk of 80 wagens. Je zou het niet zeggen, want de meeste ondernemers zijn nogal luidruchtig met een dwang om de baas te spelen. Of dat nu op de zaak, thuis, bij een vereniging of in een reisgroep is. Nee hoor, Wouter blijft lekker rustig. Sheila onze Surinaamse, die vergaat van de zenuwen. Sheila heeft net zoals ons Annie nooit paard gereden, vandaar. Ze kan gewoon niet stoppen met praten, ze ratelt maar door, maar wel leuk.

Het wordt nog een beetje erger als blijkt dat onze gids, een taai pezig mannetje van dik 60 denk ik, geen letter Engels spreekt. Sheila heeft het nu helemaal niet meer. Zelf spreekt ze ook geen woord Spaans, dus dat wordt nog wat vanmiddag. En dan hebben we onze Theo nog. Theo is een reus, ik schat hem op een meter of 2 en toch wel boven de 100 kilo. Mooie vent, kan niet anders, want het is een echte Brabander. Echt gevoel voor humor dus. Ik geef het niet graag toe, maar ik verdenk hem ervan dat hij veel en veel slimmer is dan ik. Is personeelsdirecteur bij Philips geweest en dan ben je natuurlijk geen kleine jongen.

We gaan vertrekken. Er is wel iets vreemds, want de paarden hebben geen bit in. Voor de rest klopt het allemaal wel: zadel en hoofdstel, maar geen bit. Je moet ze dus anders rijden. Als ik die cowboy goed begrijp, stuur je door de teugels in één hand te houden en als je van richting wilt veranderen, dan moet je met de stuurhand of naar links of naar rechts sturen. Ik heb er zo mijn twijfels over, maar na een paar honderd meter zie ik dat er helemaal niks mis is met deze methode.

Het zijn heel makke beesten. Goed gevoed, goed onderhouden en ze kennen de weg. Het eerste stuk gaat op het dooie gemak over een stuk grasland. Annie heeft een paard die het allemaal lekker op zijn dooie gemak doet. Ze ligt een stuk achter en af en toe geeft ie zelf een bietje gas om ons in het zicht te houden. Sheila is ondertussen tegen die cowboy bezig, prachtig. Senor, niet te hard hè, ik doe dit voor het eerst Senor. Gaat goed hè, meneertje Senor. Onze cowboy laat zijn paard zachtjes draven en wij draven dus ook. En Sheila, die kunnen ze volgens mij nu in Mexico City horen.

Langzaam komen we in de bossen. Het terrein wordt nu ook ruiger. Foto’s maken en paardrijden dat gaat eigenlijk niet goed samen. Ik bedoel, je bent al één hand kwijt aan die teugels en dan heb je nog één hand, maar het schommelt altijd. We moeten door een soort kom, eerst een meter of 10 bergaf en dan weer steil omhoog. Leuk toch. Ik moet zeggen dat Annie toch redelijk makkelijk op het paard zit, ze kan dan misschien wel niet sturen, maar ze neemt wel de juiste houding aan bij bergop en bergaf.

Even later komen we oog in oog te staan met een aantal lopende hamburgers, want voor de melk wordt hier niets gehouden. De hamburgers kijken ons gezelschap van 6 cowboys schaapachtig aan en zijn blij dat ze niet mee hoeven. Wij gaan het steeds hogerop zoeken, het wordt steeds steiler, maar wel leuker. De grond is lekker rotsachtig en ineens zitten we bovenop een plateau. Een prachtig uitzicht, heel ver weg zien we het stuk waar we vanmorgen hebben gelopen.

Ook zien we dat er een enorm pak dikke donkere wolken zijn gekomen. Het rommelt in de verte en ineens beginnen er dikke regendruppels naar beneden te vallen. Voor ik mijn regenjasje uit heb gepakt om mijn camera in ieder geval droog te houden is het weer gestopt. Het ziet er wel naar uit dat we nog een fiks pak regen krijgen, maar om de een of andere reden valt het niet.

Uit de bosjes komt nu een collega van onze cowboy, die is dus echt met de koeien aan het spelen. Het valt me nu pas op dat de cowboys in tegenstelling tot de mannen uit de film geen winchester hebben maar een manchete. Ze zullen het wel over de klussen van vandaag hebben. Mooi is dat om te zien, een paar van die toeristen met een stoot adrenaline midden op de prairie en dan staan er een paar van die lokale lui in een onnavolgbaar taaltje met elkaar te kwekken.

Tsj, tsj, hop paardje, we gaan weer verder. Eerst een steile heuvel af en dan in een stuk strakker tempo als op de heenweg terug richting hotel. Het paard van Sheila geeft eens extra gas. Ze is daar helemaal niet blij mee, dus wordt het tijd om nog eens voor Roy Rogers te spelen. Binnen geen tijd dat paard ingehaald en een tempo rustiger laten lopen.

Annie op paardFoto’s paardrijden

Nog wat verder komen we de hamburgers weer tegen. Ze hebben zich nu verzameld in een echte kudde. Die beesten staan midden op de pad, maar ze weten niet hoe snel ze daar vanaf moeten als wij dichterbij komen. Het is net of Mozes door de Rode Zee loopt.

We draven nu wat meer, het paard van Annie heeft toch wel een heel speciale tactiek, zo’n meter of 25 achter de groep, maar gaan wij draven, dan die knol ook. Wat, zelfs een stukje galop. Annie schrikt er een beetje van maar dat verdwijnt heel snel, want het zit toch een stuk rustiger als bij draf waar je maar als een milkshake heen en weer zit te slingeren.

Theo en Wouter die hebben het echt naar hun zin. Die zitten, net als ik, echt als kleine jongens te genieten van dit tochtje. Wat kun je eigenlijk toch met simpele zaken uitermate blij zijn. Een paard, een mooi landschap, lekkere temperatuur, meer is het eigenlijk niet. Aan alle goede dingen komt een eind, dus dit uitje loopt ook op zijn eind. Iedereen blij. Ook de cowboy blij, want Theo geeft hem namens ons een leuke fooi.

Zo, en dan is het nu onderhand wel tijd voor een lekker biertje. Want dat maken ze hier dus ook. Ik ga het nog een keer zeggen Imperial. Dus ik lekker een biertje en ons Annie neemt een witte wijn, Chileense en daar weten ze ook wel wat ze maken. We hebben alle tijd, lekker buurten met Sheila, Wouter en Theo. Sheila, dat is toch een verhaal apart aan het worden. Ze kan fantastisch vertellen, maar ze heeft een panische angst voor rupsen, vlinders en slangen. Volgens Wouter schijnt het echt niet normaal te zijn. En wie komen er in dit land veel voor? Juist: vlinders en slangen. Dus dat wordt misschien nog wat.

Theo is ook een mooie. Die heeft zichzelf een beetje buiten gereorganiseerd bij Philips, maar hij is 58, dus van mij mag ie. Maar Theo zit dus niet thuis voor de buis, nee nee. Theo is goed bezig. Hij verleent nu slachtofferhulp, via dat bekende bureau dat je altijd bij misdrijfmeldingen in de krant ziet. Hij heef er een behoorlijk aantal dagen cursus voor gehad. Zal ook geen al te makkelijke job zijn. Een klap voor je kanis, daar kom je wel overheen, maar ze zullen maar eens met een mes hebben staan zwaaien of je zult eens door zo’n zot te pakken zijn genomen die iets teveel van die pilletjes heeft gevreten.

Ik heb het gezien bij mijn schoonouders, 2 keer braken ze daar in en als je ziet wat die grappenmakers voor geestelijk leed hebben aangericht. Afijn, ik sta zelf altijd in de fik als ze weer eens aan mijn auto hebben gezeten. Ik dwaal weer af, want we zijn op vakantie. Alleen goed nieuws ventje, dat komt in je verslag. Dat was mijn voornemen, maar ja, ik ben zo als ze dat in goed Brabants zeggen: unne hete.

En ik maar denken dat wij goed bereisd waren. Moet je Theo en zijn vrouw Lia nemen, die zijn echt overal geweest. Vietnam, China, Brazilië, noem maar op en ze zijn er geweest. Er zit nog zo’n stel in onze groep Jaap en Josephine, echt ook overal geweest. We hebben dus nog wat te doen. Maar het is goed toeven met Theo en Sheila, dat zijn van die mooie vertellers. Ik kan dat niet, mooie verhalen vertellen. Wat kan ik wel, ik zou het niet weten, behalve goed koken, leuke foto’s maken, goed sfeertje creëren, een zak vol oneliners rondstrooien en zaken helemaal absurd voorstellen. Sorry, ik drijf weer af.

En ik heb ondertussen al 3 biertjes op, maar van de rest van de groep is nog geen teken van leven vernomen. Het zou kunnen dat ze net dat pak onweer over zich heen hebben gekregen dat op wonderbaarlijke wijze langs ons heen is gedreven. We wachten maar af. Hé, kijk daar komt een bus, oh dat is de onze niet. Het zijn nieuwkomers, ik weet niet wat dat is, maar er is er geen één die lacht. Strakke koppies, alles in de ultra serieuze modus. Aan de kleding te zien Hollanders, ook dat nog.

Kijk, daar komt ons busje zachtjes het park binnengereden. Ze stappen allemaal redelijk fit uit, maar het is wel zwaar geweest die wandeling naar de waterval. Het is wel gezellig op het terras, bijna iedereen komt even langs. Als hunnie nou eens onder de douche gaan, dan kunnen we gaan eten, want mijn maag gaat van knorredieknor, niet normaal. Vanavond eten we niet in het hotel, maar in de stad. Liberia heet die stad en het restaurant dat weet ik niet meer hoor. Wat zei je Annie, Paso Real? Hebben we daar gisteren onze lunch gehad?

Allemaal in de bus, want onze Cees heeft honger. Het is maar een ritje van een kwartiertje of zo. Gelukkig is het er niet zo druk als gistermiddag en doe mij dan maar een lekkere biefstuk met friet. Ik heb nog geen friet op volgens mij en een goede Brabander moet op zijn tijd zijn biertje en zijn frietje hebben, want anders is het gene contente mens. Maar vooraf een uiensoep, want dat is ook altijd lekker. Het is echt een goed restaurant, alleen de uiensoep is weer net even anders dan bij ons, maar wel lekker. De biefstuk die is buiten kijf en gelukkig weten ze hier al dat een Brabander majo bij zijn friet moet, oh jongens wat wil je nog meer.

We blijven nog een tijdje hangen in het restaurant, maar tegen een uur of 9 stappen we weer in de bus. Zou er iets mis zijn met ons, om half 10 in de koffer? De jetlag misschien, mijn lampje begint alweer uit te gaan. Geen tv op de kamer, dat scheelt ook wel. Lampje uit.