Costa Rica Dag 07 Monteverde - Fortuna

Vandaag een relatief makkelijke dag op het programma: beetje wandelen, beetje bussen. Kortom, vandaag spelen we de professionele toerist. Nou ja professioneel, om 06.00 uur stappen we al in de bus. Eerst een ontbijtje scoren bij Stella en daarna gaan we naar de Continental Divide in het Monteverde Nationaal Park. De Continental Divide, hoe zal ik dat nou eens in het Nederlands zeggen? Continentale waterscheiding.

Stel je voor dat je een regendruppel bent en nu val je vandaag precies bovenop deze scheiding, dan kun je kiezen. Of je gaat naar links, of je gaat naar rechts. Maar weet wel waarvoor je kiest, ga je links dan ga je als regendruppel naar de Pacific Oceaan, ofwel de Grote Oceaan. Ga je rechtsaf dan kies je voor een leven als regendruppel aan de Caribische kant. Maar heb je eenmaal gekozen dan is er geen weg terug meer. Kortom, een druppel heeft het ook niet makkelijk, want zijn keuze is uiteindelijk bepalend in welke oceaan het zijn leven voort kan zetten.

Daar gaan we vandaag dus eerst naar toe, maar ik hoef die druppel waar ik het over had niet te zien. Ik snap de werking van die scheiding nu wel, laat het maar droog blijven. De paden op de lanen in, goede schoenen aan. Camera en verrekijker bij, ik voel me net een beetje Nico. Ken je Nico, nee, ik wel. Nico zit volgens mij bij de NCRV of zo en dat is zo’n beetje onze nationale vogelman. Alleen ik heb geen ringbaardje zoals Nico en ik heb geen zak verstand van vogeltjes. Van de andere kant ik heb wel iets meer fantasie.

Maar Nico heeft me wel iets belangrijks geleerd. Loop op je dooie akkertje als je vogeltjes wilt zien. Dan komt het vanzelf goed, want hoe lager je snelheid, hoe meer je ziet. Niet bewegen is het beste. Maar dat gaat nu niet, want dan kom ik niet op mijn scheiding terecht. Er is hier zoveel te zien, prachtige bromelia’s, lianen, vogeltjes die door de struiken scharrelen.

Gewoon lekker een bietje kuieren, oogjes en oortjes open, gewoon genieten. Ik ben de groep al heel snel uit het oog verloren, maar geen paniek, want er loopt toch maar één paaike. Na een tijdje komen Annie en ik dan eindelijk bij onze scheiding uit, het onvermijdelijke is niet te keren. Aan de ene kant, zeg maar de Caribische kant is het bewolkt en de kant van de Grote Oceaan is het onbewolkt.

Hier zie ik dan ook nog eens een klein vogeltje op het puntje van een tak zitten. Het is een vliegenvangertje. Door het gedrag van een vogel kun je dikwijls bepalen waar hij zich mee bezig houdt. Deze vangt vliegen. Veel groter dan een koolmeesje is het beestje niet. Ineens fladdert het van het takje af om een paar seconden later weer op dezelfde plek teug te keren. Dit is zijn uitkijkpost en iedere keer als het een vliegje ziet, dan istie razendsnel van zijn plekje af.

We kuieren weer terug en de impact van de scheiding, och dat valt wel mee. Je hebt het eens gezien, ik kan er niks mee verder, maar ik heb het nu wel in mijn cultureel antroposofische bagage. We nemen een iets andere route terug, over een oude weg die uiteindelijk bij een hangbrug uitkomt.

Als ik zo halverwege die brug ben, zie ik een enorm stuk afgebroken tak, overgroeid met mos en epifyten aan een heel dunne liaan bungelen. Dat symboliseert als geen ander het verschil in kracht tussen levende en dode materie. Ik probeer het van alle kanten op de foto te slingeren, maar het lukt me niet om dit driedimensionale beeld op de plaat vast te leggen. Nu ik hier toch ben, zie ook nog een paar bloementjes, dus daar ook nog een paar trekjes van genomen.

Ga met je muis naar de foto

We nemen weer plaats in de bus om naar de kaasfabriek van de Quakers te gaan. Ze hebben er ook ijsjes, dus dan komt het vast wel goed. We mogen een kijkje in de fabriek nemen. De fabriek, voor Nederlandse begrippen: een zelf kaas makende boer is waarschijnlijk niet kleiner, maar het is wel leuk.

Het is meteen of we een jaar of 30 terug in de tijd geslingerd worden. Ze verkopen van die ijsjes in ronde bakjes. Die ijsjes had je bij ons in Gilze ook, want daar maakten ze Okay ijs. Ken je ze nog met zo’n eskimo in een blauw pak bij een iglo? De smaak was precies hetzelfde. Dus ik heb daar eens lekker in het gras mijn ijsje met zo’n houteren lepeltje naar binnen zitten werken.

De bus staat bij een of ander bijennest geparkeerd. Ik ben de enige die het ziet, maar het is een grote vliegbaan waar we midden in staan. Foto gemaakt van Maduro-Schiphol.

Zo, terug naar het hotel, koffers pakken en dan gaan we op weg naar Fortuna. Dat is een grote toeristische trekpleister naar het schijnt. Even later zijn we op weg. Jaap is ook weer boven water. Nog niet helemaal de oude, maar het gaat al een stukje beter gelukkig. Af en toe eens lekker zitten knikkebollen in de bus, dat is toch zo fijn jongen. Deze bus heeft echter net te korte zittingen, dus soms heb je gevoel dat je bol van je lichaam stuitert. Het bussie moet een hele reis om het Monteverde Nationaal park heen maken, dus alle tijd om een uiltje te knappen.

Gelukkig, tijd voor een plaspauze. Het oerwoud hebben we achter ons gelaten. Nu denderen we dwars door het boerenbedrijf van Costa Rica. Prachtig parklandschap met mooie koeien, geen Black Angus zoals in de States, maar koeien met flaporen. Ze komen ook rijdend voorbij, de één liggend, de anderen in een veewagen. Lekker Dier zal er niet blij mee zijn.

Na een tijdje krijgen we zicht op een enorme levende berg, El Arenal. Het is geen gewone berg, nee nee, het is een van de actiefste vulkanen ter wereld. Vooral in het donker moet het een spectaculair zicht zijn. Hoewel we de berg al lang en breed in beeld hebben, duurt het nog een hele tijd voor we in Fortuna zijn. We moeten om het stuwmeer heen, er zijn weinig wolken te zien, dus het uitzicht is spectaculair. Een vulkaan met zo’n wolkje net als in de film.

Fortuna, een stadje waar het er economisch voorspoedig aan toe gaat. Vandaag zijn we de proefkonijnen van Geert. Op advies van Geert is Koning Aap akkoord gegaan met het hotel waar wij dus als eersten welkom worden geheten, hotel Carmela. Eerst even de was afgeven in de buurt, schijnt heel goedkoop en goed te zijn volgens Geert. Echt netjes die kamer, beetje klein, maar alles is er, airco, tv, badkamer, balkon met zitje en alles heerlijk schoon.

We zijn nog maar net ingecheckt als er een onweersbui losbarst, dat wil je niet weten. Dus daar zit ik dan in mijn zwembroek. Die heb ik alvast aangedaan, omdat er een bezoek aan Baldi Termae gepland staat. Dus niet terminaal, nee thermaal. Heetwaterbaden zogezegd. Een geschenk van de vulkaan aan de bevolking. Om half vijf is het weer droog en dat komt mooi uit, want we gaan thermalen.

Ritje van 10 minuten of zo. Het lijkt een beetje op de intree van Wet and Wild in Florida. In Wet and Wild hebben ze tal van glijbanen, met allerlei duistere namen zoals Kurkentrekker, Zwart Gat en ga zo maar door. Hier geen glijbanen, maar verschillende temperaturen. Ze beginnen bij 38, 39 graden en lopen tenslotte op tot boven de 60. Daar hebben ze nog nooit iemand in aangetroffen, is gebouwd onder het motto, je kunt het maar hebben.

Heel de groep is er, ons Japie ook weer gelukkig. Hij begint weer praatjes te krijgen. Snel een paar foto’s gemaakt van een paar zwembaden en dan als schoolkinderen omkleden. In het eerste bad treffen naast Jaap en Josephine ook Lonneke en Tim. Dat is dus het jongste stelletje uit onze groep en veruit het jongste stelletje. Die moeten toch een beetje het idee hebben om met Geriata Travel op reis te zijn. Zijn wel erg leuk in de omgang, niks geen natnekken of praatjesmakers, neeje gewoon stik aardig. En natuurlijk weer veel slimmer dan ik. Die Tim is aankomend MLD specialist. Maag Lever Darm is zijn specialisme en ik geloof met een nog verdere specialisatie in de lever. Die Tim die heeft wel mooie humor, was vrij rustig in het begin, maar nu kan hij zich niet meer inhouden.

Zijn vrouwtje Lonneke, die trouwens ook al weer veel slimmer is dan ik, werkt als verpleegkundige op de intensive-care. Het schijnt een beetje not-done te zijn om als arts of aankomend arts met een verpleegster een relatie aan te gaan. Wordt niet als gewenst ervaren, begrijp ik van Tim. Maar liefde hou je niet tegen, dus van het een kwam het ander. Och jee, waar ben ik nu weer aan begonnen. Er zitten dus een hele serie verpleegsters in onze groep, zeker weet ik het van Lonneke en Josephine, maar volgens mij zijn Marianne en Hellen ook in die wereld actief geweest.

De laatste jaren hebben we helaas ook nog al eens wat tijd in ziekenhuizen doorgebracht en toen hoorden we om de zoveel tijd die verpleging afgeven op die doktoren, dat wilde je niet weten. Horken zijn het, boeren, grote boeren zonder enige sociale intelligentie, noem het maar op. Maar de dokter roept en zijn woord is absoluut heilig. Nu schijnt het stopwoord van de dokter “Zuster” te zijn. Met een enorm grote grijns op zijn gezicht zie ik Tim deze verhalen bevestigen. Ik heb een nieuwe broeder in het kwaad, Zuster.

Waar waren we ook weer? Oh ja, in het eerste bad van 38 graden. Lekker, echt lekker, alleen in water van 38 graden heb je niet echt de behoefte om baantjes te gaan trekken. Er zijn nog veel meer baden, dus wij trekken de wereld in. Het bad ernaast is 40 graden, dat is nog lekkerder. En het eerstvolgende bad is, schrik niet, 63 graden. Er staan bordjes bij hoor hoe warm het is, dus ik steek mijn vingertje er eens in. Echt wel warm, zelfs nog te warm voor de afwas die we vroeger allemaal met de hand moesten doen. Er zit ook helemaal niemand in. Dit zijn natuurlijk dingen die je thuis kunt testen. Ben ik een watje of een bikkel. Pan op het vuur, temperaturen en dan zie ik na een tijdje wel aan het verband wie er te hard gebikkeld heeft. Dus kom op jongens, niet te flauw.

Daarnaast ligt weer een bad dat 43 graden is en dat is ook weer net te warm, ik kan het niet houden. Dan maar die van 41 ernaast eens proberen en dat gaat weer net wel. Dus vandaag heb ik toch weer veel geleerd over de verdraagzaamheid van het lichaam op temperaturen. In dat bad van 41 graden hebben ze ligbankjes gemaakt, even relaxen. Na twintig seconden begin ik me al weer te vervelen. Dus hoppa op naar de volgende, dit is weer een koud badje van 41, gek hoe je snel je aan temperaturen kunt gewonen.

Dit is een enorm bubbelbad, met zitjes, ook niet verkeerd. Maar iets verderop schijnt nog een groter bad te zijn, 40 graden geloof ik. Dit heeft meer de afmetingen van een zwembad, de zitjes in het midden, ook wel weer geinig. Raak daar in gesprek met 2 Amerikanen uit San Diego. Paar uurtjes vliegen is het voor hen. Ze zijn hier al vaker geweest. Zoals de meeste Amerikanen blijven ze maar een paar dagen. De grote drukte van San Diego ontvluchten. Ik geloof veel, maar 2 vrijgezellen van een jaar of 50, die zijn hier voor andere natuur.

Dan valt mijn oog op een glijbaantje, lijkt me wel grappig. Dus ik spring in die glijbaan, maar ik ben er sneller uit dan ik erin sprong. Foutje, dit water is veel en veel warmer. Dus toen ik in die glijbaan sprong, begon vooral de streek van mijn kruis enorme signalen af te geven. Het loopt goed af, dus ik durf het wel te vertellen tegen ons Annie. En die kijkt me zo aan van, zo jongen 50 geworden dit jaar, dan weet je wel dat je moet nadenken vooraf, toch.

Achter dit bad schijnt een heel groot bad, een echt zwembad, te liggen met uitzicht op de vulkaan El Arenal. Er is niemand in dit enorme bad, graadje of 38. Zwemmen gaat wel, maar je kunt beter zoals een krokodil door het water glijden, heel rustig koppie net boven water. Prachtig.

Af en toe hoor je gerommel en kijk, daar komen roodgloeiende keien van de berg af rollen. Geen gevaar voor ons, we zitten er nog een paar kilometer vanaf. Maar het uitzicht is niet meer zoals vanmiddag. De top zit dik in de wolken. Het is ondertussen pikdonker en het effect van die roodgloeiende keien is fantastisch.

Langzamerhand komt de rest van groep ook naar dit bad, dus beetje gezellig buurten, lekker luieren. Maar we zijn niet de enigen, er is nog een concurrerende groep Hollanders. Er zit een gast tussen van een jaar of 25 en die is me een partij vet, haalt op de weegschaal makkelijk 130 kilo’s. Zal McDonalds in Nederland toch een flink omzetverlies hebben zolang die jongen hier zit.

We gaan ons langzaam omkleden, een biertje aan de bar. Een Imperialleke, goh wat heb ik dorst zeg. Binnen 3 minuten heel blikje leeg, het is echt lekker bier, dus dan nog maar één. Ik moet wel een beetje doordrinken, het schijnt dat we gaan eten. Tegenover de vulkaan is er een grote eettent, daar schijnen ze de beste biefstukken van Costa Rica te hebben, volgens Geert. Het is heel eenvoudig, plastic tafeltjes en stoeltjes, geen muren, want het is hier toch altijd dik boven de 25 graden.

Het uitzicht op de vulkaan is helaas nihil geworden. De bewolking is alleen maar dikker geworden. Af en toe hoor je de berg brommen, maar we zien niks meer, dus geen gloeiende lavastenen die van de berg af rollen. En dan de biefstukken, joehoe, 400 gram per stuk. Ons Annie lust geen biefstuk, die neemt een spaghetti. De keukenstaf bestaat uit drie vrouwen en een man en die hebben het helemaal in de vingers. Strak georganiseerd, er is niemand die hoeft te wachten op zijn eten.

Lekker stukske vlees, 4 ons is wel veel, maar zo mals en precies goed gebakken. Biefstukken bakken, dat lijkt zo simpel maar het is een kunst. Hier verstaan ze de kunst. Rose, zo moet een biefstuk. Niks rauw of medium waar nog bergen bloed uitlopen. Zal u nog eens een geheimpje verklappen. Als je een biefstukje medium bakt, leg hem dan voordat je hem serveert maar eens een paar minuten opzij, garantie dat het bloed er niet meer uitstroomt.

Dan het bakken zelf, wil je een rauwe biefstuk, in beschaafd Tilburgs ruw, dan kun je dit heel goed bepalen. Leg je vinger maar eens op je lip en als de beef hetzelfde voelt, serveren. Medium, leg je vinger tegen het puntje van je neus en voor een doorbakken biefstuk leg je als referentie je vinger op het puntje van je kin. Oh ja en pas na het bakken peper en zout erop. Succes gegarandeerd. Dus ik heb hier een fantastische biefstuk op. Maar 400 gram is wel veel, eigenlijk teveel.

Ik zie Anneke en Wendy er samen een bestellen. Anneke en Wendy, moeder en dochter. Ook alweer van die hele aardige lui, uit de buurt van Rotterdam volgens mij. Heel beschaafd, altijd vriendelijk en vrolijk, goei volk zogezegd. Die Wendy is serieus, nee dat is niet het goede woord, die is erg consciëntieus met haar reis bezig.

Ze heeft ook een Canon en ze is de hele dag bezig met het kijken naar goede foto’s. Laat die maar schuiven. Als iedereen met zijn biefstukje klaar is wagen we nog een blik op de vulkaan. Met zijn allen, maar het mag niet baten, het blijft bewolkt. Dus rest er niets anders dan terug naar het hotel. Nog wat liggen lezen en stiekem in slaap gevallen.