Costa Rica Dag 11 Sarapiqui - Tortuguero

Zou niet weten of ik goed geslapen heb, niks gemerkt, nergens wakker van geworden en toch weer voor zessen wakker. We vertrekken weer vroeg, ontbijt is ergens onderweg, bij Van der Valk zeg maar. Annie gaat nog even kijken of de vogels van gisteren vandaag weer te zien zijn, maar ze is redelijk snel terug. Was niet zoals gisteren, zegt ze. Heb de rekening met mijn creditcard voldaan, er staat een gigantisch bedrag op aan Colones. In werkelijkheid valt het reuze mee en alles verloopt vlotjes. De rekeningen liggen gewoon klaar op kamernummer, dus professionaliteit wordt hier ook geboden. Die gast van de balie komt niet meer bij als ik tegen hem zeg dat het geen pojjo is maar pollo.

Dus allemaal in het bussie en rijden maar, op naar Van der Valk, via dezelfde route als gisteren. Het wegrestaurant, hoe zal ik dat eens uit leggen? Eigenlijk is het een grote busstop voor bussen en natuurlijk alles anders wat rijdt. Ook hier geen muren, alleen een dak en een keuken en een toiletgroep. Ze hebben er een enorme counter waar je kunt bestellen wat je wilt en dan staat er in de keuken zo’n messcherpe keukenbrigade. Nee, ook hier wordt geen tijd verspild, keihard wordt er gewerkt. En gepoetst, dat blijft ons toch steeds weer verbazen, dat die mensen hier zo proper zijn. Ook de toiletten dus, kunnen ze in Nederland echt een puntje aan zuigen. Lekker gegeten, taske koffie erbij, wat wil je nog meer.

Zo, nog even in het busje, maar Geert belooft weer veel avontuur vandaag. We rijden het dorp in waar we gisteren zijn gestart met het raften, maar nu rijden we ergens linksaf richting Tortuguero. De weg is direct ook niet meer van asfalt, dus het tempo zal terugvallen. Na een paar minuutjes over een duidelijk mindere weg, rijden we tussen enorme bananenplantages. Geert zegt dat we bij een plant, op zijn Engels dus: plent, van Del Monte een stop maken. Ik had het eerlijk gezegd veel groter verwacht. Dat komt misschien wel omdat ik die enorme fruithallen van de havens gewend ben. Het is wel indrukwekkend wat ik binnen een paar minuten waarneem. Hier wordt dus echt gewerkt, goeie genade.

De trossen bananen worden allemaal gecontroleerd, iedere banaan zelfs en wat niet goed genoeg is wordt weg geknikkerd in een container. De selectie is niet mals als ik zo eens zie wat er aan afgekeurde bananen richting container gaat. De bananen die door de voorselectie komen, worden allemaal gewassen. Dus hoe die verhalen over vogelspinnen in de bananen de wereld inkomen, ik weet het niet. Na dat bad, worden de bananen nog eens verder bekeken en gaat er het beroemde plakkertje op, in de doos en dan in een koelcontainer. Maar dat tempo jongens, dit is echt aanpoten, niet te misselijk.

Een eind verderop zie ik een tafereel dat ik toch zelfs hier niet meer verwacht had. Daar wordt geen werk verricht dat is echt labeuren. De bananen worden als ze rijp genoeg zijn van de plant gesneden en dan op een enorme kabelbaan gehangen. En niks geen elektromechanische voortbeweging. Nee nee, gewoon een mannetje ervoor en die sleept dan met een band rond zijn middel die bananen naar het sorteer centrum. Hij heeft wel enorme onderbenen, maar wat wil je als je dag in dag uit een stuk of 20, 30 trossen á 40 kilo uit die plantage mag slepen.

Allejezus wat een werk en het zal zoals zo vaak niet het best betaalde baantje zijn. Ik ben niet gauw stil, maar voor zo’n gast zou je eigenlijk een standbeeld op moeten richten. Alleen het laatste stukje is relatief vlak, maar midden in die plantage is het een ravage aan plantedelen en weet ik wat. Loopt lekker makkelijk, dacht het niet dus. Volgens Geert vinden hier ook de meeste ongelukken met slangen en zo plaats. Natuurlijk het is ideaal voor die beesten, overal kunnen ze onderdoor en tussendoor en als ze dan eens een keer verrast worden, dan weet je wel wie de gebetene is.

Ik zie nog een klein wonder geschieden, Sheila die zo bang is van slangen en rupsen, loopt gewoon die bananenplantage in. Begrijp het niet helemaal, maar ja van de andere kant, ze geniet zo van haar vakantie, ze wil ook graag alles zien, dus waarom ook niet, want ik heb ook nog steeds geen slang gezien.

Na een kwartiertje gaan we weer verder. Op en om het sorteercentrum zijn voor de werkers huisjes gebouwd. Een soort van fabrieksdorpjes dus, die begin vorige eeuw ook bij ons gebouwd werden. Philips was daar goed in, maar ook Bata, ja die van de schoenen, Batadorp komt daar vandaan. Woonden de arbeiders lekker dicht bij hun werk. Veel luxe valt er niet te bespeuren, want zoals wij allemaal wel weten zijn de bananenplukkers niet de best betaalden. Geert vertelt ondertussen honderduit over de plantages en het begrip bananenrepubliek. Die concerns waren zo verschrikkelijk machtig, dat zij de regering van het land min of meer voorschreven hoe er geregeerd diende te worden. Dit is wel heel kort door de bocht van mij, maar ik moet verder, want anders zijn we voor het donker niet in Tortuguero.

Vandaag nemen we voor een paar dagen afscheid van Freddy onze buschauffeur. In Caño Blanco stappen we met heel ons hebben en houden over in een taxiboot die ons naar het hotel zal brengen. De boot zit goed vol, ik ga lekker achteraan zitten, kan ik lekker op mijn gemak foto’s maken en bovendien dan heeft Annie ook wat meer plaats. Die ziet al genoeg met mij af. Ja, af en toe denk ik wel eens aan het wel en wee. De taxiboot heeft open wanden en wordt voortgedreven door twee Suzuki buitenboordmotoren van 135 pk elk. Dat zal dus wel een leven zijn, als die dingetjes moeten gaan werken. Aan boord zitten ook een stel Spanjaarden, die schijnen ook in behoorlijke aantallen naar Costa Rica te komen.

De motoren worden gestart en daar gaan we dan. Het zal een lange tocht worden, anderhalf uur zullen we door kanalen varen, die parallel aan de kust lopen. We zijn de haven nog niet uit of het tempo wordt al omlaag gegooid. Langs de oever zien we verscheidene watervogels: reigers, ibissen, steltlopertjes en roze lepelaars. Het is voor de vogeltjes te hopen dat ze zich niet teveel op de roze maandag van de Tilburgse kermis vertonen, want dan is het snel gedaan met deze soort.

watervogelsFoto’s boottocht

We zitten nu echt vlak op de kust, de Caribische kust dus. Ik weet welke zee het is, de Mexicaanse Golf wellicht waar we op uit kijken. Geert hoopt tegen beter weten in, zo eerlijk is hij wel, dat we nog geluk hebben en dat we nog de schildpadden kunnen zien die op het strand van Tortuguero hun eieren komen leggen. Het is op het eind van het legseizoen, maar wie weet. We zullen wel zien.

Net voor we de zee opvaren, maakt onze schipper een bocht naar rechts, een ander kanaal in. Als we de bocht omvaren hebben we uitzicht over een kilometers lang enorm breed kanaal. Vanaf nu is het gewoon plank gas, achter mij brullen de motoren. Als je net als ik een flinke Formule 1 tik hebt, is dit geen straf. Ze hebben bij Suzuki een mooie toon in de uitlaat gekregen. Af en toe wat opspattend water, lekkere temperatuur en links en rechts een enorme groene muur, dat is wel vol te houden.

Na anderhalf uur over het water geracet te hebben, komen we weer in de beschaving terecht. Ons hotel, de Jungle Lodge, ligt tegenover het dorp. Wil je er naar toe zwemmen, dan kan dat, maar het wordt niet aangeraden, want er zitten krokodillen. Als we uitstappen, krijgen we een welkomstdrankje, een fruitcocktail, niet precies mijn stiel, maar allez. Het inchecken is zoals gewoonlijk een fluitje van een cent. Onze kamer is redelijk sober. Geen airco, maar een ventilator aan het plafond, geen tv, geen radio. Hebben we toch niet nodig, want we komen er toch alleen maar om te slapen. Daarna de lunch in een soort van palmhut, je kent die hutjes wel van de folder, zo’n ding is het dus. De lunch is in buffetvorm waar helemaal niks mis mee is. Neeje, gewoon weer lekker smikkelen vanmiddag. Een regenbui trekt ondertussen wel over.

Na de middag is er een lekker relaxed programma, een bezoek aan het dorp, 5 minuutjes varen. Gestart wordt met een bezoek aan het museum over de zeeschildpadden: de Caribbean Conservation Corporation. In een zaaltje wordt een film gedraaid over het ontstaan van deze organisatie. Centraal thema, maar dat geldt eigenlijk voor heel de natuur in Costa Rica, is dat ze de lokale bevolking hebben kunnen overtuigen van het behoud van de natuur. Toerisme brengt immers veel meer geld in het laatje dan de schilpadden vangen, vervolgens bouillon van trekken en dan als blikjes schildpaddensoep over de wereld te verspreiden. Er waren niet zoveel schilpadden meer over, maar nu heeft de populatie zich behoorlijk herpakt. De schildpaddennesten worden ook niet meer leeggeroofd. Neen, tijdens het seizoen mogen de toeristen een kijkje nemen over de eierleggende beesten.

De schildpad wordt hier beschermd over een 24 kilometer lang strand. Misschien als we geluk hebben, zien we nog een paar jongen uit het nest kruipen. We zullen zien, want we gaan zo direct een wandeling over dat strand maken. Het strand zelf is dus niet die van de folder, het is vuil, smerig, zwartbruin zand en overal aangespoelde bomen. En dan die kuilen. Kuilen, zouden de Duitsers ons dan toch voor zijn geweest? Geh weg, dass ist meine Keule. Wat zeg je Annie? Zijn dat de kuilen die de schildpadden gegraven hebben. Dus ik was voor niets ongerust, ik vond het wel raar, want er is nergens een handdoek te zien.

Met onze schildpadden hebben we dus vette pech. Waarschijnlijk is het seizoen ook over, want her en der zijn resten van eierschalen te zien. Zelf doe ik ook aan slim zijn. Geen buit, geen vogels en die zien we dus niet: vogels. Ja, ginder achter ergens ver op de zee een paar meeuwen en hier aan het strand een enkel vliegenvangertje. Dus na een wandeling over het tegenvallende strand, met zonder in bikini Salsa dansende strakke Latino’s, duiken we het dorp in.

Het dorp, dit is het eerste dorp dat ik zie dat een beetje aan stereotype voldoet. Her en der rondhangende mensen, die het werk niet hebben uitgevonden, dat zou Jules de Korte nog wel kunnen zien. De bevolking is aan deze kant van het land vooral negroïde. Die waren sterk genoeg om door ons blankies te worden uitgebuit op de suikerriet- en ananasplantages. Het is dus een gribus, de firma Sikkens zou hier vast en zeker graag zaken komen doen, want een lik verf zou niet verkeerd zijn.

Op een veranda zitten een paar negers gezellig naar wat reggae muziek te luisteren, waarbij een fles whisky van hand tot hand gaat. Een dingetje is wel bijzonder leuk in het dorp, een aantal bankjes zijn in de kleuren van de Teletubbies geschilderd. Bijna alle toeristen ontgaat dit mooie beeld, alleen Wendy heeft er volgens mij ook oog voor. Cultuur is iets dat je ook moet willen zien. We drinken nog ergens een bakske lekkere koffie en gaan dan terug naar het hotel. Dus lopen we terug naar de steiger. Maar dan een ramp.

Een Nederlandse concurrerende reisgroep, van de Boer en Wendel, in de volksmond De Hoer en Zwendel of de Boerenzwendel. Goeie organisatie hoor, ben er zelf mee naar Indonesië geweest. Ben toch heel blij dat ik nu met deze groep op pad ben. Ze zien er gewoon niet uit. Er loopt een Supernerd tussen, nooit gezien, zelfs in films kunnen ze het karakter niet mooier neerzetten. Hoho, mijn buik krijgt gewoon kramp. En dan die anderen.

Er loopt zo’n oude vent tussen, ongeveer mijn leeftijd dus, in korte beige broek met zwarte sokken, wat natuurlijk bijzonder goed afkleed op de melkwitte benen. Ik heb eens heel uitdagend thuis mijzelf ook zo gekleed, van Annie kwam ik er niet eens de trap mee af. Lijkt me zo leuk om eens een keer helemaal fout gekleed de straat op te gaan. En dan nog een paar vrouwen met dikke konten en heel fout lesbo-haar. En een sfeer in die groep. Het zou kunnen dat ze net een medereiziger hebben begraven, maar zulke domineegezichtjes, nee een zeldzaamheid.

Hun reisleiderster heet Johanna. Volgens Geert verstaat zij haar vak heel goed, buitengewoon. Ze woont ook in Costa Rica, maar ze heeft een licht afwijkend gedrag. Geert bevestigt het later ook nog eens, want die reisleiders kennen elkaar natuurlijk allemaal.

Hoe zal ik het eens zeggen. Zij wil haar gezelschap ervan overtuigen dat ze iedereen in Costa Rica kent. Dat is leuk natuurlijk, vooral als je het trucje door hebt, ken je lachen zogezegd. Het valt wel op dat iedereen van onze groep, deze rare bende waarneemt, met een big smile dus.

slingeraapFoto’s hoteltuin

We stappen net aan wal, als ik een paar apen pal boven ons huisje door de bomen zie klauteren. Het zijn brulapen, met als bijzonderheid een slingeraap ertussen. Volgens Geert zal het wel een verstoteling zijn die nu met de brulapen optrekt. Wij proberen de apen te volgen. Achter hen aan lopen we over een pad het oerwoud in. Het is prachtig, veel mooier dan de overkant. Een vriendelijke hotelwacht wijst ons de weg naar nog een paar apen. Het is gewoon weer kicken vanmiddag.

Beetje rondlummelen verder tot een uur of 6, want dan is het happy-hour. En het is een blij uur, dat natuurlijk weer veel langer duurt, een soort Gils-kwartierke. Het Gils-kwartierke dat is zoiets speciaals, dat kun je niet uitleggen, maar het heeft iets met Brabanders en plezier te maken. Hoewel, het hoeft niet, gewoon buurten zonder klok.

Vanavond hoeven we ook niet te denken waar we gaan eten. Gewoon in het hotel en het is lekker. Ik zou hier wel eens iets willen proeven dat totaal niet lekker is. In Zuid Afrika kon je tenminste gebraden kippentenen, dus echt het onderste van de voet kopen. Niet dat ik het op heb, maar dan heb je tenminste eens iets waar je zo lekker van kunt rillen.

Dus weer heel veel calorieën armer, gaan we voor de degustatie nog eens uitgebreid natafelen met Lia, Ria en Jaap. En het wordt heel laat, 11 uur zelfs. Allez, ik pak er nog een en proost, tot morgen.