Costa Rica Dag 12 Tortuguero

lodgeFoto’s hoteltuin

Vandaag zouden we uit kunnen slapen tot 7 uur. Om kwart voor 5 worden we echter door de natuur gewekt. De brulapen laten van zich horen en ze zitten in de boom boven ons huisje. Als wij alle 2 wakker worden, dan wil dat wat zeggen. Dat gaat me tekeer, echt onvoorstelbaar. Zeker een kwartier lang, ongehoord zo hard. Volgens wikipedia, de leugenencyclopedie van het internet, kun je ze 5 kilometer verderop nog horen.

Ruim op tijd uit de veren dus vandaag. Lekker ontbijtje natuurlijk. We gaan ons klaarmaken voor een ruim 2 uur durende boottrip door het Tortuguero Nationaal Park. In dit land hoef je niet ver van je hotel weg om prachtige wilde dieren te zien. Weer in die boom boven onze kamer zit nu een kleine toekan, een vuursnavel arassari. Gottegot wat een prachtige tekening.

Het elektriek wordt hier nog bovengronds gedistribueerd, vannacht is daar een mierenetertje achter gekomen. Fatale afloop voor het beestje, 2 stroomdraden tegelijk pakken is ook hier dus niet zo slim. Hij hangt mooi geëlektrocuteerd te wezen in de hoogspanningskabels.

We gaan varen dus, een mooie open boot, plek zat voor ons allemaal. Met een beetje geluk zien we van alles vandaag. Net weg zien we al slangehalsvogels en nog iets verderop een reiger. Een speciale, hoe heet ie ook weer Geert, oh ja tijgerroerdomp. Een kalkoengier zit iets verderop mooi proberen te wezen, want die kop dat is toch niet echt de X-factor. Er zwemmen ook een paar otters rond, maar helaas ik krijg ze niet goed op de foto, te donker. Ze zijn aan het vissen onder een grote over de rivier hangende boom.

Dan gaan we langzaam een bochtje maken, een enorme groene muur voor ons, fantastisch. Ik word helemaal lyrisch, zo verschrikkelijk mooi. Die Canon kan vandaag zijn borst natmaken, blijf maar foto’s maken. Prachtig spiegelend water met daarachter, over en door elkaar groeiend en bloeiend bos. Allerlei soorten palmen, vijgenbomen, andere bomen, zo ontaard mooi. Meteen uit het water trekt een groene muur naar de hemel. Hemels, dat is het.

Een visarend vliegt gracieus over ons en net als ik met mijn camera aan het stoeien ben om een reigertje op de foto te jassen, roept ons Annie: kijk daar, een luiaard. Heeft Annie toch maar mooi gezien. Niemand had dat beest gezien, nog geen 10 meter van ons vandaan. Zelfs de schipper niet. Het beestje kijkt ons eens aan en komt dan, gelukkig voor ons, langzaam naar beneden geklauterd. Daar moeten toch wel een paar prachtige foto’s van te maken zijn. Annie een zoen van de hele boot.

Dat je een luiaard ziet is niet zo bijzonder, maar normaal gesproken zie je ze alleen hoog in de bomen hangen. Een keer per week klimmen ze naar beneden om hun behoefte te doen en daarna gaan we meteen weer terug. Een etende luiaard heeft zelfs Geert nog nooit gezien. Hij is dan ook heel enthousiast.

IJsvogels, Jezus Christus hagedissen, prachtige blauwe morfo’s (vlinders van 15 centimeter), leguanen en nog een drieteenluiaard en ik weet niet wat voor soorten watervogels. Steltlopers, grote en kleine reigers, het houdt gewoon niet op. Even verderop draaien we een baai in.

Hier staat het water dus helemaal stil. Dat spiegelt zo mooi, dat moet je zien. Ik jas alles op de foto, ook zogenaamde kunstzinnige foto’s. Ben met mijn camera aan het spelen met de golven en de bomen. Ons Annie zal straks wel weer haar hoofd schudden, over die trucfoto’s, want het zullen wel gemanipuleerde foto’s lijken, maar het is echt wat je ziet. Hoe zeggen ze dat in het Engels, what you see is what you get.

Kaaimannen die schijnen hier ook in de buurt te zitten, dus daar zijn we nu naar op zoek. Ietsjes verderop in de kreek zien we er dus eentje drijven. Als de boot stilgelegd wordt, komt het beest van een centimeter of 70 of zo naar ons toe gezwommen. Waarschijnlijk denkt ie, hé toeristen, dan krijg ik vast een hapje. Bij de kaaiman zwemt ook nog een schildpad. Kaaimannen zien de mens niet als buit, maar je hand in de bek steken zou toch pijnlijk af kunnen lopen. De tijd vliegt om.

Rond koffietijd zijn we terug. Lekkere koffie, dat kunnen ze hier ook zetten, met een koekje, wat wil je nog meer. Bij de lodge scharrelt van alles rond, hagedisjes en ons Annie ziet een blauwe landkrab van een centimeter of 10 zeker, zijn holletje invluchten. Na de lunch zijn we vrij, maar we gaan mee met Geert naar de overkant. Daar hebben ze een speciaal stukje bos waar je alleen met laarzen aan in mag. Ieder hotel heeft rijen laarzen voor de gasten beschikbaar. Die van mij zijn een paar maten te groot, maar het is maar voor een paar uur. Nu mag ik voor joker lopen, want iedereen doet het en dan is het goed. Niet iedereen gaat wandelen, Jaap, Josephine, Lonneke en Tim gaan kanoën, anderen gaan weer lekker luieren, maar wij gaan door de modder ploeteren.

Het bos dat aan de overkant ligt is echt zwaar drassig. Gelukkig voor ons, schijnt het veel te droog te zijn voor de tijd van het jaar. Ik zou wel eens willen zien hoe het hier dan werkelijk is als het geregend heeft. Prachtig jongen, deed ik vroeger ook, lang heel lang geleden. Toen droegen we geen laarzen, maar botten zoals wij ze toen noemden. Lekker lopen soppen in de modder, af en toe bleven dan je laarzen vastzitten, thuis was mijn moeder niet altijd even blij.

Het oerwoud het begint te wennen. Overal ritselt er iets. Daar kruipen weer bladmieren voorbij, paddestoelen groeien hier het hele jaar door, vogeltjes, maar de meeste zijn te klein of te ver weg om te zien wat het is en dan natuurlijk de klamme drukkende atmosfeer. Al doe je helemaal niets, je zou bij wijze van spreken in de koelkast kunnen gaan zitten, je zweet alles uit. Het is een continue sauna, een levende sauna, de sauna van de salsa.

bootFoto’s wandeling

We zien nog wat brulapen, maar die beginnen voor ons gewoontjes te worden. Een winterkoninkje blijft even voor ons zitten, maar verder gebeurt er niet veel. Ja, opeens meurt het verschrikkelijk. Boven ons in een boom zit een kalkoengier te speuren naar de bron van de geur. Ach getver, midden op de pad ligt een slang in verregaande staat van ontbinding, duizenden vliegen erop. En stinken, niet normaal!

Veel gebeurt er verder niet in het bos, net niet die modderpartij waarop ik gehoopt heb, maar het komt in de buurt. Af en toe loop ik uit pure balorigheid dwars door de plassen, ik heb die laarzen niet voor niks aan. Maar na een uurtje hebben we het wel gezien, we lopen terug naar de steiger en na anderhalf uur zijn we weer terug op de basis.

De kanoërs zijn ook net terug. Wat gaan we doen, we kunnen gaan kanoën als we dat willen, maar veel zin heb ik er niet meer in. Veel te warm, dus dan voor straf maar een tijdje rond het zwembad lopen pielen. Iedereen heeft een boek bij, ik niet, geen boek meegenomen op vakantie. Stom natuurlijk. Hoewel, ik lees van alles behalve boeken, ik moet geloof ik nog 40 bladzijden van de Da Vinci Code lezen, al anderhalf jaar. Het komt er gewoon niet van. Nee, geef mij maar autoblaadjes of natuurlijk de Playboy. Als het maar niet te serieus is. Verder doen we de hele dag niets meer, ja nog eens paar biertjes drinken, in de bar.

In de bar zitten ook Canadezen. Gisteren waren ze er ook, ik ben het in al mijn opwinding vergeten. De leider heet Bob, een echt oude vent van 70 of zo en hij heeft een vrouw die net van de plastische chirurg komt. Alles is aan haar verbouwd, lippen opgespoten, gezicht strak getrokken, tieten opgevoerd, heupen gecorrigeerd. Maar het is ook een oud vel en sommige zaken kun je niet verbergen. Kijk maar eens naar haar handen, dat vel zit te los om de vingers, echt oude wijven vel. En dan nog iets belangrijks, mij valt het wel op, ze heeft alleen haar voortandjes nog.

Afijn, onze Canadese schoonheidskoningin, Pamela Ouderson, is ook de jongste niet meer en ze brengt meer tijd op haar kamer door dan dat ze bij haar Bob is. Als ze er is dan krult ze zich als een jonge kat, alles in proporties zien in verband met haar leeftijd natuurlijk, om Bob. Bob waar ken ik die naam van. Na 3 kwartier schiet het me te binnen. Bob, je weet wel die eerste vent van de cup-a-soup, die met zijn harses tussen de deuren bekneld kwam te zitten. Zo’n Bob is het dus.

Gisteren was het ook halloween, wij doen er niet aan, maar voor Noord Amerikanen is dat een feestdag zoals bij ons carnaval. Na een tijdje gingen ze zich verkleden en kwamen ze weer terug naar de bar, om er nog eens te happy ouweren. Maar tegen Japie en Keesie, kunnen ze mooi niet op. Ze kunnen ons tempo niet volgen. Ze hebben onze humor niet en ze hebben niet in de gaten dat ze in de maling worden genomen.

Maar dat was gisteren, vanavond zijn ze een beetje moe denk ik. Of ze hebben een kater, dat zal het wel zijn. We zien ze maar even in de bar en onze beauty queen Pamela Ouderson zien we helemaal niet meer. Zou ze dan toch vermoord zijn, wie weet lossen we morgen samen het mysterie op. Zo, nog even eten en een paar biertjes, maar we maken het niet zo laat als gisteren dan weet je het alvast.

Er is een probleem met de kleding, niets wordt meer droog. Ik zit er niet mee, Annie wel. Iedereen klaagt erover trouwens, alles wat je aan hebt gehad is drijfnat en blijft drijfnat. Vanmorgen nog wat spullen in de zon gehangen, maar echt veel helpen deed het niet. Dan gaan we maar het principe van de langzame centrifuge ontwikkelen. Je hangt wat ondergoed aan de plafondventilator, die je in de laagste stand moet zetten, want anders slingert alles er zo weer af en dan maar hopen dat het werkt. Tot morgen.