Costa Rica Dag 14 San Gerardo - Puerto Jimenez

Vroeg op vandaag, kwart over 6 gaan we wandelen. Kwart over 6 wandelen, moeten ze thuis eens horen, dan staan ze allemaal, de koningin incluis, met hun vinger naar het voorhoofd te wijzen. Bij de lobby is het verzamelen geblazen en daar vliegen ontzettend veel kolibries. Dus voor we weg zijn heb ik al een hoop foto’s gemaakt.

De wandeling gaat voornamelijk over de gravelweg. Omdat we midden in de bergen zitten, is het hier dus niet vlak. Het eerste stuk gaat bergop. Veel wild is er niet te zien, maar de natuur vergoed soms veel. Enige vereiste is het gebruik van je ogen. Dat het hier vochtig is het hele jaar door, blijkt wel uit het Spaanse mos dat hier aan de bomen groeit. Overal staan er bomen in de bloei. Er hangt een beetje een sinistere sfeer van hoge luchtvochtigheid, kou en mist. De zon hoeft niet altijd te schijnen. Dit heeft ook wel wat.

De laatste dagen is het oogkapje van mijn Canon een eigenzinnig leven gaan leiden. Het zit af en toe los, het rubbertje zal wel geheel uitgelubberd zijn. Kan het steeds op tijd herstellen, want je hebt het wel nodig. Je kunt wel zonder, maar het is minder comfortabel foto’s maken. En nu is mijn oogkapje weg. Ik kan niet zonder oogkapje, dus ik ga dat ding terugzoeken.

De route terug kan ik zo als een film voor mijn ogen terugdraaien, dus dat rubberding van een paar centimeter moet toch wel te vinden zijn. Ik zeg tegen ons Annie dat ik terug ga om dat ding te zoeken. Maar waar ik ook kijk ik zie het nergens liggen en na 20 minuten sta ik weer bij het hotel. Wat nu, de groep weer achterna lopen vliegen? Of gewoon wachten en lekker op mijn gemak foto’s maken van de kolibries.

Dat had ik dus niet moeten doen, want ineens staat Annie voor mijn neus en die is niet blij. Nee, ze is kwaad op mij. Het beroemde communicatiemisverstand is vandaag weer eens op bezoek. Zij dacht dat ik een stukje terug zou gaan, dus ze had een eindje op mij gewacht en toen ik maar niet terugkwam, is ze mij achterna gelopen. Stom van me, hoewel ik het ook niet helemaal begrijp. Gelukkig komt Freddy, de buschauffeur, de situatie redden. Hij komt de hoek omgevlogen en zegt dat er een Quetzal in de boom zit.

Vliegensvlug schieten we nu naar de boom toe en daar zit inderdaad een prachtige vogel op de tak mooi te zijn. Het kan dus geen toeval zijn dat ik dat oogkapje verloren ben, dat had een doel, namelijk dat ik een paar mooie foto’s van de Quetzal kon maken. Voorbestemming, predestinatie heet zoiets. Het gedoe van net is weer helemaal vergeten.

fotograafFoto’s ochtendwandeling

Als de groep terug komt kunnen wij triomfantelijk melden dat wij een Quetzal hier op bezoek hadden. De gezichten van een paar groepsleden zakken helemaal af, ik zie ze denken: waarom heeft dat boertje zoveel geluk, terwijl wij puur voor de natuur hier zijn. Dus als er iemand recht op heeft om die vogel te zien zijn wij het wel.

Geert maakt het niet uit, die bekijkt de foto’s eens en zegt dat het geen Quetzal is maar Trogon, een soort van neefje van Costa Rica’s trots. Prachtige vogel overigens hoor. Ondertussen zit er op een kolibrievoederbakje een heel aparte vogel, een Baltimore Oriole. Dit is dus een trekvogel uit Noord Amerika, die weet dat deze bakjes vol suikerwater zitten en daar lust hij wel pap van. Kolibries, het stikt ervan, grote en piepkleine, een paar centimetertjes groot. Ze hebben allemaal een heel eigen verenkleed, de een fluorescerend, de ander heeft gewoon een schitterend verenkleed.

Tijd voor het ontbijt, want hoewel er al een avontuur op zit, is het nog maar 8 uur. Het ontbijt, vandaag weer eens iets speciaals. De tafel is voor ons gedekt en we beginnen met een enorm bord fruit, getsie fruit op je nuchtere maag, het moet niet zotter worden. Nee, geef mij maar eieren met spek, lang leve obesitas. De kok is uit het goede hout gesneden, dus inderdaad de eieren en het spek worden ook geserveerd, lekker bakske koffie en een goei glas appelsienensap erbij. Laat de rest van de dag maar komen. Bij de deur van het restaurant heeft Anneke ondertussen het verloren rubbertje van de camera gevonden. Lag daar dus al heel de ochtend op mij te wachten.

kerk van binnen

De rest van de dag zal op zijn Indonesisch zijn, tempo doeloe, het is een reisdag. Om half 10 is de bus weer gepakt en stappen we in. De eerste stop is in San Isidro, een koffiestop.

Noemenswaardig is de lelijkste kerk aller tijden, althans aan de buitenkant. Het lijkt wel of een F16 een aanval heeft uitgevoerd op het gebouw. De binnenkant is aanzienlijk beter verzorgd, een waarlijk prachtig kruisbeeld. Heel apart vorm gegeven.

Lunchen doen we in Buenos Aires, bij de lokale Van der Valk. Het is er goed toeven. Weer zo’n wegrestaurant zonder muren, ik heb het al zo dikwijls gezegd, het eten in Costa Rica is goed. En verder gaan we weer. De lucht begint weer te betrekken en enige tijd later gooit Pluvius het regenwater naar beneden. Mooi blijft het wel, je verveelt je geen seconde.

Het laatste stuk van de etappe zal per boot gaan, van Golfino naar Puerto Jimenez. Van Freddy nemen we voor een paar dagen afscheid. We varen een stukje door de enorme baai en als de schipper niet goed oppast varen we zo de Grote Oceaan op. Met dit bootje lijkt me dat geen pretje. Erg comfortabel is het niet op de boot. De koffers en tassen in het midden en wij er verder omheen, het is maar voor een half uurtje en dan komen in Puerto Jimenez aan.

Hier staat ons hotel Cabinas Agua Luna. De beschaving is hier een stuk minder volgens Geert, maar het zal ruimschoots gecompenseerd worden door de natuur. We zien wel. Het hotel is in ieder geval wel een stuk minder dan we tot nu toe gewend waren. Niet dat het vuil is, nee dat niet, de verf is alleen bijna opgeweest bij het schilderen. Er is wel airco, maar dat ding maakt zo’n klere herrie, dus of die vannacht zijn diensten zal draaien, ik betwijfel het. Hebben we oordopjes bij Annie? Nee, dan moet dat ding vanavond de kamer maar goed koelen.

We gaan het dorp in, er is een internetcafé. We komen langs een voetbalveld waar 2 elftallen van ik denk samen 44 man aan het voetballen zijn in het halfdonker. Leeftijd is niet belangrijk, het is wel amusant om dat weer eens te zien. Was bij ons vroeger ook, van dat hotseknotsvoetbal.

Bij het internetcafé doen ze helemaal niet moeilijk. Alles mag je aan de computer hangen, alleen het werkt een factor 10 of 20 langzamer als het vorige internetcafé. Na anderhalf uur geeft Annie de moed op, de foto’s aanbieden, dat ging op zich nog wel, maar het verzenden van het bericht duurt een eeuwigheid. Als dan ineens de verbinding verbroken is, althans er komt een melding dat de pagina verlopen is, geven we het op.

We gaan eten, tegenover het internetcafé is restaurant Carolina, waar het en goed toeven en goed eten zou zijn volgens Geert. Theo, Lia, Ria, Jaap en Josephine zitten er al, we schuiven bij hen aan, wordt het weer gezellig, zeker weten. Het bordje helemaal leeg gesmikkeld, nog een paar biertjes gedronken en naar het hotel gewandeld.

We zitten hier in een uithoek van het dorp, verder is er niks te doen en omdat het al tegen tienen loopt, maar eens gauw onder het lakentje gekropen. Een deken is er niet, hoeft ook niet, want is een partij warm. De airco uit en dan maar hopen dat ik vannacht niet badend van het zweet wakker wordt.