Costa Rica Dag 15 Puerto Jimenez - Corcovado

hotelkamer met traliesFoto’s hotel

We zijn weer vroeg uit de veren. Helemaal niet nodig, maar we zijn er ondertussen aan gewend. Eerst maar eens een ontbijt scoren, in hetzelfde restaurant als gisteren, uiteraard eerste klas eten. Nog wat rondlummelen en wat spulletjes gekocht voor onderweg. Vanaf vandaag zeggen we de beschaving voor het grootste deel goedendag. We gaan nu naar het paradijs op aarde, maar in het paradijs zijn geen winkels, dus afwachten hoe paradijselijk het gaat worden.

Om 9 uur vertrek met 4x4 auto’s. Ik kruip in de enige Toyota Landcruiser die er is, de rest is allemaal Hyundai, kan nooit aan de kwaliteit van de Toyota tippen. Wij zitten lekker ruim met zijn drieën, de chauffeur erbij en dan ben je met vier man. Annie, Marie-Anne en ik als passagier dus, voorin natuurlijk, want mannen horen voor in de auto. Watjes zitten achterin.

Marie-Anne is een vrijgezelle tante van weet ik hoeveel, jaar of 45 denk ik. Aardig mens hoor, daar heb je helemaal geen last van. Het is geen geboren feestvarken, maar wel buitengewoon vriendelijk, zij is een van de weinigen die nog met fotorolletjes werkt. Ze heeft geen geweldig toestel, geen echte zoomlens volgens mij. Zullen we later maar wat foto’s mailen, daar is ze per slot van rekening veel te aardig voor.

Vandaag wordt het echt ruig terrein. Niets voor de bus. Stel dat die hier kon komen, dan zou die vandaag onherroepelijk vastlopen in de modder, aldus onze altijd vrolijke reisleider Geert. Daar baal ik wel een beetje van, je krijgt hem niet uit zijn balans, die blijft altijd vriendelijk, maar je gaat niet met hem spelen. Hij is de baas, hoe hij dat doet? Gewoon door zijn enorme ervaring met dit land en door vriendelijk te blijven. Het is toch wel een gids van de buitengewone klasse. We zullen hem eens moeten voordragen tot reisleider van het jaar.

Genoeg gezeverd, we gaan gas geven, met een minuut of 3 zijn we het dorp uit, waar ik gisteren toch nog iets merkwaardigs zag. Terwijl wij daar lekker zaten te eten, zaten er ook een paar Amerikanen flink te zuipen en ze hadden er al een stel op, dat kon ik wel zien. Een van die cowboys had ook zijn dochtertje van een jaar of 6, 7 bij. Het was net als bij ons. ’Papa, gaan we nou naar huis?’. ’Ja, we gaan zo, nog even dit flesje leeg drinken. Hier, ga maar een zakje chips kopen’. Na het kind een keer of 4 te hebben afgekocht, wordt het tijd om naar huis te gaan. Dus hij loopt wat onvast ter been naar zijn open Jeep en start zijn auto. Op dat moment komen er 2 politieagenten voorbij gewandeld. Niks geen paniek, neeje gewoon nog eens lekker buurten met die gasten, handjes schudden tot slot en wegrijden.

De wegen zijn hier inderdaad nog minder dan we gewend zijn, lekker veel vette klei. We rijden door een prachtig parkachtig landschap, de zon schijnt dat het een lieve lust is, strak blauwe lucht, airco aan, wat wil je nog meer. Wild, oh dat kan. Onze chauffeur ziet in een boom een roofvogel, foto’s gemaakt natuurlijk en om de paar minuten is er wel een stop. Dan zijn het weer brulapen of andere roofvogels. Continue is er wat te doen. En de weg wordt steeds minder. Kijk daar, daar stroomt het water gewoon over de weg. Een brug is nergens te zien, dus daar gaan we eens lekker door raggen. Jammer dat ze niet echt vol gas door dat riviertje jakken, dat de modder tot boven op het dak zit.

Het is een buitengewoon aangename tocht. Het duurt nog zeker een uur, als we een stop maken met uitzicht op zee. Dit is een van de mooiste fotostops die ik in mijn leven gemaakt heb. En ga maken. We staan denk ik een kilometer van het strand, voor ons ligt een baai, geflankeerd door een partij groen.

Vanaf de heuvel hebben we vrij zicht op de rollende zee, zo enorm mooi. Ik gooi mijn zoomlens helemaal naar het maximum en dan lijkt het wel of er een Tsunami aan komt rollen. Je kunt vanaf hier nog dwars door de rollende golf kijken. Als dit de voorbode is van wat Geert ons beloofd heeft, dan zitten we inderdaad in het paradijs.

De taxi’s worden weer gestart en na een paar minuten stoppen we voor Kapucijneraapjes. Ze zijn een stuk kleiner dan de brul- en slingerapen. Hun naam danken ze aan de tekening van de vacht. Niet veel fantasie voor nodig. We rijden weer lekker door nu, we naderen het strand en dan zien we de eerste ara’s in een boom zitten. Ze zitten een beetje ongelukkig hoog. Je hoeft ook niet lang te zoeken, gewoon het geluid volgen. Geen wonder dat ze zo veel gevangen worden. Daar komt dus de term lawaaipapagaai vandaan.

Na 2,5 uur komen we bij het strand aan om de reis verder te voet voort te zetten. Een half uur lopen zal het nog zijn naar het hotel. Er gaat geen enkele weg naar toe, er is geen alternatief, alleen over het strand wandelen. Met paard en wagen worden de koffers, tassen en verder alle andere spullen die je onderweg niet nodig hebt naar het hotel vervoerd.

Wij hoeven alleen maar achter die kar aan te sjouwen. Het schoenadvies voor vandaag is sandalen, garantie van Geert dat we natte voeten krijgen. Dan zullen we maar eens gaan. Na 2 minuten over het strand moeten we inderdaad door een hele brede geul waden. Er staat best wel wat stroming en de geul ligt vol met grote keien, dus je moet nog nadenken ook.

We lopen nu inderdaad over een bounty-strand. Links van ons de zee, met golven van een meter of 2, 3 hoog en rechts van ons die andere groene zee van hout en bladeren. Onderweg zien we een aantal roofvogels, die net zo rustig blijven zitten, een stel neusberen en een paar scheefgegroeide palmbomen.

Het paradijs, het bestaat dus echt. Is dit dan het woud van Docter Doolittle? Het begint er verdacht veel op te lijken, als ik zie hoe rustig het wild blijft zitten als wij in de buurt komen. Er komen ook een stel ara’s luid krijsend overvliegen. Ik kom weer woorden tekort. Ik heb geen superlatieven meer voor deze gratis gift van de natuur, zo oneindig verschrikkelijk mooi. Alles zit ook mee nu, het decor, de beesten, het strand, de zon en Annie en ik. Toeval bestaat niet, ik raak er steeds vaster van overtuigd.

We naderen nu hotel La Leona. Het ligt vlak langs het strand, de ligging is megamooi. Het hotel zelf is ook al heel apart vormgegeven. De lobby, tevens restaurant en bar, heeft geen muren. Je zit dus echt midden in de natuur alleen een dak boven je hoofd. Natuurlijk een welkomstdrankje, alcoholvrij fruitsap en ik lig met mijn zojuist verkregen sap al uitgebreid te schommelen in een hangmat als Annie mij tot de orde roept, want de tassen moeten naar de kamer.

Wat kan het leven toch wreed zijn. De kamers bestaan uit tenten, maar hele luxe tenten, opgebouwd uit een bamboeframe. Wij krijgen de kamer die helemaal aan het einde van de hoteltuin ligt een meter of 20 van het strand. Een enorme klereherrie maakt die zee, we moeten bijna tegen elkaar roepen om elkaar te kunnen verstaan.

En de kamer, je waant je toch echt Indiana Jones. Echt canvas doek, met veel horrengaas zodat er genoeg licht in de tent kan. Aan de achterkant is er de sanitaire groep, bestaande uit een wastafel, toilet en een heuse uit bamboe bestaande douche. De achterkant van de badkamer is weer opgebouwd uit bamboe, zodat je echt het gevoel krijgt één met de natuur te zijn. De kamer is wel goed insectenvrij te houden. Alles is afsluitbaar met klittenband. Natuurlijk is het ook hier weer helemaal spic en span.

Vandaag staat er nog een wandeling op het programma. De berg, bestaande uit oerwoud, achter het hotel. Goed ingespoten met antimuggenzooi zijn Annie en ik klaar om de strijd met de muskieten en muggen aan te gaan. We zijn de enigen in korte broek, de rest heeft een lange broek aan. Hebben we ook overwogen, maar het is zo allejezus warm en vochtig.

Cees in hangmatFoto’s hoteltuin

Ik bedoel, ik zit mijn wandelschoenen aan te trekken en het zweet gutst in stroompjes van mijn kop. De pad, of is het: het pad, of kan het allebei, loopt lekker steil omhoog. Het tempo valt wel mee, maar het is zo ongehoord vochtig, er komt gewoon stoom uit mijn petje. Je hoeft het niet te geloven, het klinkt om het op zijn Kluk Kluks te zeggen ’van de fantastisen’, maar het is echt zo.

Ineens is er een hoop consternatie. Een briluil vliegt op om even verderop weer rustig op een tak te gaan zitten. Kom, we gaan weer verder. Een stukje later zien we weer een stel apen, slingerapen die blijkbaar een onderlinge ruzie aan het uitvechten zijn. Volgens Geert zijn ze echt pissig en gaan ze direct proberen om hun frustraties letterlijk over onze hoofden uit te piesen. Dus blijf naar boven kijken. Maar die apen weten zeker niet wie Jaap en Cees zijn, kom maar als je durft. Nou kom dan lafbekken, je durft nu niet meer hè.

Om half 6 begint het donker te worden, de schemering duurt hier maar even en Annie wil de zonsondergang kijken vanuit de hangmat. Ik ga wel een biertje drinken in de bar als je het goed vindt. De kamers zijn elektriciteitsvrij, dat klink een stuk positiever dan: er is geen stroom in de kamers. Dus komen de zaklampen goed van pas. Alleen de keuken en de koeling krijgen stroom uit een aggregaat. Maar deze zaken dragen dan ook bij aan het enorme lekkere gevoel van ontspanning dat je hier krijgt. Terug naar de natuur, maar dan wel in luxe natuurlijk. Een soort armoede voor de fun, want er is natuurlijk wel bier en wijn en lekker eten op zeer hygiënische basis.

Dus het pad naar de kamer is ook niet verlicht. Maar ook daar hebben ze weer iets op gevonden, zodat je bounty-gevoel nog verder toeneemt: verlichting met kaarsen. Dat het begint te regenen doet aan de sfeer helemaal niets af. Nee, het verhoogt het gevoel juist nog meer. Lekker gegeten, vandaag met een lekker rood wijntje erbij en ook na het dessert nog een glaske of wat.

Nog wat gebuurt, het is dus weer helemaal af. 9 uur, Annie en ik zijn nu nog de enigen, dan gaan we ook maar naar de kamer. Wat we daar moeten, veel meer alternatieven dan gewoon gaan slapen zijn er niet. Alleen die zee die gaat toch tekeer, als dat vannacht maar goed afloopt. Ik ga het nog één keer zeggen, u leest het goed, we liggen net voor de klok de 9 aandoet op één oor.