Jamaica Dag 03 Blue Mountains tour

Op tijd opstaan vandaag, we gaan op excursie. Na het ontbijt worden we opgehaald door een busje waar al een paar mensen in zitten uit andere hotels. Wij hebben geluk, ons hotel is de laatste halteplaats.

vrachtwagen op ondergelopen wegFoto’s begin excursie

De gids is een Nederlandse die al jarenlang in het buitenland woont, op diverse plaatsen over heel de wereld is ze al reisleidster geweest. Het is een vreemde vrouw, maar dat zal wel aan ons liggen. Ze weet in elk geval wel veel te vertellen, zowel in het Nederlands als in het Duits, handig voor sommige van de andere excursiegenoten.

Langs de kust rijden we in oostelijke richting. Het is slecht weer en daarom zien we niet zo veel. Sommige straten staan helemaal blank en de auto’s verdwijnen tot over hun assen in het water. Na een tijdje stoppen we voor de eerste keer, bij een fruitstalletje. Nou zijn wij al eerder bij fruitstalletjes langs de weg gestopt, maar zo’n slechte kwaliteit als wat hier ligt, dat hebben we nog nooit gezien. Niemand heeft hier iets van nodig. Onbegrijpelijk waarom we hier stoppen.

Kennelijk vinden de lokale bewoners het wel interessant dat wij hier zijn, want ze komen met kemphanen te voorschijn. Voor onze ogen wordt 1 haan helemaal afgeslacht. Dit hoeven wij niet te zien en we gaan in de bus zitten. Al snel volgt iedereen het voorbeeld en vertrekken we weer. De gids begrijpt het niet, maar wij hebben geen zin om het uit te leggen.

Wat verderop stoppen we voor een fantastisch uitzicht op de zee, maar door het slechte weer is het uitzicht niets bijzonders. Niets aan te doen, we gebruiken de stop wel om even de benen te strekken en wat te drinken te halen in het winkeltje.

Cees en Johan bij de watervalFoto’s waterval

Bij Buff Bay rijden we de Blue Mountains in. De natuur wordt in de brochure beschreven als ’overweldigend’, maar daar moet je wel ander weer voor hebben. Na een ritje door de bergen komen we bij de waterval waar we de lunch zullen gebruiken.

We kunnen naar de waterval toe lopen en gaan zwemmen, maar daar heeft niemand behoefte aan, hoewel het er niet te koud voor is. Een paar lokale jongens springen hier meestal van de waterval naar beneden om geld te krijgen van de toeristen, maar zij hebben er vandaag ook niet veel zin in. Dat weerhoudt ze er echter niet van om toch geld te vragen.

We eten onze lunch op en iedereen loopt hier wat rond te struinen en foto’s te maken. Het is een mooi punt, met de zon erbij zou het zelfs spectaculair te noemen zijn. De waterval stelt op zich niet zo veel voor, maar dat kan ook komen omdat we die al zo veel gezien hebben.

We gaan verder en stoppen bij een coffeeshop. Ja, koffie dus, geen marihuana of zo. Blue Mountain koffie van Jamaica is wereldberoemd en je kunt in dit winkeltje koffie kopen om mee te nemen. Je kunt hem in Nederland ook kopen, maar dan is hij veel duurder. Wij vinden de koffie niet zo spectaculair. Er komen hier zoveel Amerikanen dat ze van die slappe bakjes zetten, jammer. Wel een leuke stop overigens.

We rijden weer een stuk door het oerwoud. Het ziet hier wel heel erg groen, het zal geen toeval zijn dat het regent. Overal in de bomen groeien planten en mossen en dergelijke, ook mistletoe ontbreekt niet. De wandeling over de koffie plantage wordt niets, daar is het veel te nat en glibberig voor. Meestal wordt daarna ook een stuk over de weg naar beneden gelopen, maar dat is ook niet leuk in de regen en dat slaan we dus ook over.

hangbrugFoto’s hangbrug

Regelmatig zien we grote hangbruggen, die worden hier nog veel gebruikt om de ravijnen te overspannen. Ons wordt verzocht om er rekening mee te houden dat ze hier nodig zijn en niet te schommelen en zo. Zien wij er zo destructief uit? Misschien toch niet, we mogen toch wel even uit de bus.

Bij de brug zien we elektriciteitsmeters langs de kant van de weg staan. Bij ons zitten die binnen in de meterkast, maar zo kan het kennelijk ook. Op zich trouwens wel een wonder dat die stroomvoorziening het gewoon doet, als je ziet wat voor een chaos de bekabeling is.

We rijden ongeveer dezelfde weg terug langs de kust. Het is nog steeds slecht weer en de ondergelopen straten zien er ook nog hetzelfde uit. Onze laatste stop vandaag is bij de Sun Valley plantage. We maken kennis met de eigenaresse van de plantage. We krijgen een welkomstdrankje, een of ander gezond sapje, maar we hebben meer belangstelling voor de kolibries dan voor het praatje.

Kolibries komen in Jamaica in verschillende soorten voor. Ze komen hier op de bakjes met suikerwater af, maar zonder die bakjes zouden ze er ook zijn. We zouden ze dan waarschijnlijk niet zien, dus kunnen we het plaatsen van de bakjes wel waarderen. Altijd mooi om naar te kijken. Ze zijn zo vreselijk vlug, dat het steeds weer een uitdaging is om er mooie foto’s van te maken.

We gaan aan de rondleiding beginnen, want het kan elk moment weer gaan regenen. De eigenaresse heeft de tuin helemaal zelf aangelegd en weet overal iets over te vertellen. Samengevat staan hier een groot aantal verschillende fruitbomen, specerijen en allerlei bloemdragende planten, die wij als kamerplanten kennen. Bij ons hebben die bloemetjes van een paar centimeter grootte, maar hier kan dat gemakkelijk oplopen tot 30 of 40 centimeter. De planten zijn ook in die verhoudingen.

Aan de andere kant van de plantage staan de grotere planten. Je moet dan denken aan bananenbomen en kokospalmen e.d. Dit gedeelte lijkt wel weer heel sterk op het oerwoud.

Iedereen zwerft een beetje rond en maakt foto’s. Het is een hele leuke tuin om in rond te wandelen, wie uitleg wil blijft in de buurt van de gids, de rest verzint zijn eigen verhaal.

Haar zoon wordt er bij geroepen voor een kleine demo. Ze vertelt alles wat je zou willen weten over kokosnoten. Haar zoon is nodig voor het betere hakwerk. Iemand uit de groep is het haasje voor het proeven.

Het sap van de kokosnoot is supergezond en we mogen het natuurlijk ook proeven. Het smaakt wel, maar liters ga ik er in elk geval niet van drinken. Het vruchtvlees mogen we ook proeven, maar dat kennen we allemaal al.

fruitschaalFoto’s plantage

Ter afsluiting worden we uitgenodigd om binnen aan de tafels plaats te nemen. Tijd voor een hapje en een drankje, natuurlijk allemaal uit eigen tuin. Het gerecht heet: Ackee en Saltfish en is het nationale gerecht van Jamaica. Het wordt normaal alleen bij het ontbijt gegeten, maar voor ons maken ze een uitzondering.

Ackee is een vrucht die aan een boom groeit en hij is giftig. Als je hem zo eet, kun je daar zelfs aan dood gaan. Ze hebben een hele aparte bereidingswijze, die is helemaal uitgelegd, maar dat heb ik allemaal niet onthouden. Het begint in elk geval met openmaken en laten liggen. Het gif verdampt dan of zoiets.

Het gerecht is dus van fruit, maar smaakt naar roerei. Heel vreemd fenomeen, maar het is echt waar, vandaar dat het natuurlijk ook als ontbijt gegeten wordt. Het wordt geserveerd met een zoute vissoort en gekookte banaan. Die ziet een beetje bleekjes, maar het smaakt alles bij elkaar toch wel lekker. Zeker een keer proberen als je in de buurt bent.

Na het eten nemen we afscheid en gaan terug naar het hotel. We hebben weer geluk, nu mogen we er als eerste uit en kunnen meteen door naar de bar voor de après-ski. We zijn eigenlijk te laat, we zouden elke dag om 4 uur beginnen, maar toen waren we nog niet terug. Overmacht dus. Het is weer happy hour, de cocktail van de dag heet Yellow Bird, het bier is nog steeds Red Stripe en de muziek is van Bob.

’s Avonds gaan we eten in het winkelcentrum. Dat ziet er zo verlaten uit, dat het wel lijkt of alles gesloten is. Aan de muziek te horen is dat echter niet het geval. De restaurants en de bioscoop zijn open, maar het is niet druk. Ze moeten het kennelijk hebben van de cruise schepen en die zijn er nu niet. In Margaritaville is het nu heel stil en daar kunnen we boven eten. Volgens goed Amerikaans gebruik loeit de airco en is het koud. Buiten is het aanzienlijk warmer, dus blijven we niet langer hangen dan nodig. Terug in het hotel nemen we nog een cocktailtje en dan komt die man met de hamer weer langs. Tot morgen.