Indonesië Dag 02 Singapore - Sanur (Bali)

Singapore airport

We moeten een paar uurtjes wachten en om de tijd wat te doden mogen we van  terminal 2 naar terminal 3, met zo’n onbemand treintje. Spannend, want in de film gebeurt er altijd iets met onbemande treintjes. Het avontuur loopt weer goed af. We zijn op de juiste terminal en wat nu.

Moeten we iets eten of drinken, nou nee want we zijn helemaal vol gestopt door de smiling ladies. Dus maar even wat rondlopen, fotootje maken van de orchideeën. Die staan er hier in overvloed, net zoiets als wij met onze tulpen. 

En verder, verder eigenlijk niks. Ons Annie wordt helemaal gestoord van die rijdende golfkarretjes. Die rijden af en aan, maar ze hebben allemaal een heel irritant piepje. Dat piepje van je autogordel en dan nog een fractie of 7 harder.

Om een uur of 9 mogen we weer gaan inchecken voor de vlucht van 09.35, wil je het weten bij gate F50. En om het compleet te maken, het is hier 6 uur later dan bij ons in Holland. Iets over half 4 dus, onze tijd. Tijdens het inchecken toch een hoop gedoe om mij, de braafste jongen van de wereld. Wat blijkt, tijdens het scannen van mijn fotorugzak, zien ze dat aan mijn sleutelbos een piepklein, maar wel verrekte handig zakmesje zit. Het is er een van het Zwitserse leger, met een lampje erin. Hoe groot is dat, een centimeter of 5 6, meer niet. Het mesje wordt toch ingenomen, godnonde ik zal het toch niet kwijt raken zeker?

Ik heb het ook nog eens gehad van mijn zwager Rick en als ik straks tegen hem moet vertellen dat dat Eternietmesje is ingenomen, dan is de kans groot dat hij zich in coma lacht. Op Schiphol hebben ze niets gezien. Maar ik heb geluk, in Amerika had al ik tegenover de D.A. gestaan, hier zijn ze wat pragmatischer, ze snappen ook wel dat je hier niets mee uit kunt richten, maar het mag niet aan boord, althans het mesje gaat in een enveloppe en als we op Bali aankomen, kan ik het weer afhalen. Zo, dat is avontuur 1.

Op naar het volgende hoofdstuk, we mogen weer aan boord. Dit keer zit het vliegtuig wel helemaal nokvol en de stewardessen, ja hoor net zo mooi en goed verzorgd en vriendelijk als op de vorige vlucht. Het zit een beetje tegen, we staan lang op de startbaan, een uurtje later dan gepland vertrekken we. En hoewel de dames weer stralend voorbij komen, ik moet even knikkebollen, en ons Annie ook. Goed dat je de hoofdkussentjes tegenwoordig om kunt vouwen, dan heb je niet steeds het gevoel dat je nek van je kop knikt.

Dik 2 uur later landen we op Bali, op Nguhra Rai. Ik ben het niet vergeten, mijn zakmesje, en kijk het is er gewoon ’alsjeblieft meneer’. Ik zou van blijdschap bijna huppelend de terminal uit lopen. Eerst een visum kopen voor € 15 p.p. Hiermee kunnen we dan op naar de mannen van imigrasi, dat staat zo op hun revers.

Even wat gedoe, ik weet bij god niet in welk hotel we zitten en ons Annie ook niet. Ik ben op rondreis, weet ik veel waar ik allemaal zit. Afijn efkes later toch een paar klappen met de stempel in mijn paspoort, ik mag er toch in en ons Annie ook. Zo avontuur 2, ja de drempel voor avonturen ligt laag dit jaar.

Op naar het pandemonium bij de uitgang, daar staan natuurlijk weer hele horden klaar om je af te voeren. De enige inspanning die je moet doen is het vinden van de persoon met jouw bordje, Koning Aap dus. En er staan hele horden, naast de gebruikelijke familieafhalers en de mensen van de hotels ook de aasgieren. We zoeken ons een beroerte tussen al de bordjes, alleen geen Koning Aap te vinden. Hoe we ook zoeken, geen bordje. Gelukkig neemt de horde heel snel in aantal af, er blijven een stuk of 20 afhalers over en nog 6 andere blanken. Dan blijft er niets anders over dan eens even te vragen of ze ook van Koning Aap zijn, ja hoor. Elkaar even de handen geschud en voorgesteld maar de namen ben ik al weer vergeten. Nou komt onze groep in 2 delen aan, er komt nog een KLM kist binnen, maar dat is pas over 6 uur.

Nog steeds geen gids te zien, dat gaat lekker. Hij zal ons toch niet vergeten zijn. Er gaan een paar mensen op onderzoek uit. Arno en Tycho geloof ik dat ze heten, zijn zo slim om het nummer van de lokale agent Happy Trails te bellen en zie daar en ja hoor, hij dacht dat we vanavond met de KLM zouden komen. Sorry, sorry, ik kom eraan. Een half uurtje later of zo is komt er dan toch iemand ons de handen schudden. Hij was al wel op het vliegveld, maar iemand had hem gemeld dat we vanavond allemaal met de KLM zouden komen. Het zal allemaal wel, de bus staat ondertussen ook om de hoek en een paar minuten later zijn we er eens weg mee.

Ik ken gelukkig helemaal niks terug van Bali, te lang geleden denk ik, maar het oogt in ieder geval geweldig. Het sterft van brommertjes en scootertjes op de weg. Echt, ik kom weer ogen tekort om alles op te nemen. We hebben plek zat in de bus, Annie en ik ieder een eigen stoelenrij. Het schijnt niet helemaal goed te gaan met de bus. Volgens de gids loopt de motor warm. We moeten even stoppen. Is dat erg, nee hoor we staan ergens midden in de stad en er is van alles te zien. Geweldig zoals ze hier leven.

Ik zie dat de chauffeur het motorluik dat midden in het gangpad ligt geopend heeft, maar tijd heb ik niet. Ik moet buiten kijken, daar is het te doen. Ineens voel ik kokend hete druppels op mijn rug, gloeiende gloeiende wat is dat? Gelukkig houdt het niet aan. Blijkt dat die mongool de radiatordop met een beitel heeft losgeslagen, in een bus vol mensen. Er ontstond een spontane fontein in de bus. Dat water moet met enorme kracht uit de radiotor zijn gespoten, want de hete druppels hangen tot achter in de bus aan het plafond en druppels vallen als ze de kans krijgen, niet echt comfortabel dus, wegwezen.

buschauffeur

Er is niemand ernstig aan toe gelukkig, ja de een heeft wat meer water over zich heen gehad dan de ander. Alleen Nellie heet ze geloof ik, klaagt over brandwonden. De gids weet ook niet wat hem overkomt, duizend maal biedt hij zijn excuses aan.

We staan nu naast de bus, wie weet wat dat chauffeurtje met zijn beperkte intelligentie nog meer voor verrassingen in petto heeft. Nellie en Tycho hebben lichte brandwonden, de rest heeft wat last van hete plekken op het lichaam, maar geen echte verbrandingen. Pfuhh, dat valt gelukkig mee.

Annie was net een foto aan het maken door de voorruit van de bus toen die fontein ontstond, dus hebben we er een aardige foto van. We zijn nu een uur of 2 op Bali en kijk eens wat we al meegemaakt hebben, dat gaan 3 leuke weken worden. De avonturenteller staat al op 4.

Even later kunnen we weer verder en zonder verdere problemen rijden we door naar het hotel in Sanur. Het hotel, het heeft een Balinees uiterlijk, zo mooi man. Eerst maar even inchecken en nog even naar de gids luisteren, Komang is zijn naam trouwens. We moeten wel even luisteren, want het gaat over zaken die voor de rest van de reis belangrijk zijn, zelfs ik luister mee. Allereerst de fooienpot. Zijn voorstel is dat we allemaal enkele miljoenen inleggen. Ja, enkele miljoenen. Het komt er voor ons, Annie en ik dus, op neer dat we even 4,2 miljoen inleggen. 4 komma 2, absurde bedragen natuurlijk.

Voor dat geld krijgen we dan wel heel veel terug. Uit de gezamenlijke pot worden de fooien betaald voor de chauffeurs, het hotelpersoneel, de lokale gidsen, een heleboel lunches, vliegtuigtax, water en noem maar op. Of iemand de boekhouding bij wil houden. Nou niemand dus, op het eind van de reis zal Komang zijn boekhouding verantwoorden, maar ik geloof hem nu al als ik zie wat we er allemaal voor terug krijgen. Trouwens in de reisbeschrijving is het al gemeld die fooienpot, dus dat zal dik in orde zijn. Zeker met Nederlandertjes, want die letten op hun centjes.

hotel Stana Puri GopaFoto’s hotel Stana Puri Gopa

Kom, op naar de kamer. Oh en dit is voorlopig de laatste keer geweest dat we de koffers moesten sjouwen, 3 weken lang is er personeel dat dit voor ons doet. Overal, maak je geen zorgen. Zo, ik voel me weer een beetje oud-koloniaal. De Hollander die maar met zijn vingers hoeft te knippen om op zijn wenken bediend te worden. Alleen ik kan het uitermate waarderen deze service en die gasten van vroeger hadden superieure gevoelens, klein verschil in beleving natuurlijk.

Zo, op naar de kamer, we zitten op de begane grond, met uitzicht op de prachtige binnentuin. Ruime maar wel donkere kamer, grote bedden. Het is geen overdadige luxe, maar we zijn hier toch alleen maar om te slapen. Badkamer, TV, airco het is er allemaal. We hebben het hier overigens over het hotel Stana Puri Gopa in Sanur.

Kom, Annie we gaan pinnen, want ik heb enorm zin in een Bintang. Op 20 meter van het hotel is een pinautomaat en een triomfantelijk gevoel overvalt ons als er na de 1e trekking 1,2 miljoen uit dat apparaat komt zetten. Allemaal biljetten van 50.000 Rupiah. 1 Miljoen is ongeveer € 80 en je kunt 3 keer per dag pinnen. We pinnen in totaal 4,8 miljoen, kunnen we even vooruit. Het geld van de fooienpot brengen we naar de kamer en dan is het tijd om de 1e Bintang binnen te laten glijden.  Op het terras van het hotel, dat heel leuk modern en strak is vormgegeven. Zo die smaakt, heerlijk. In de tuin van het hotel staan overal offers, bij kleine altaartjes of hoe die dingen ook heten, maar ook gewoon ergens op de stoep.

Kom, we gaan eens wat rondkijken, de stad in. Denk nou niet dat je in een zuivere stad zit, de stoep is geen 2 meter glad en strak, overal gaten en verzakkingen. Opletten dus waar je loopt. Er zijn volop winkeltjes, maar daar hebben nu nog geen zin in, gewoon een beetje rondkijken. Er valt genoeg te zien, ook afval, dat ligt overal. Gewoon heel erg veel zwerfafval en kijk, de 1e rat zie ik al uit een stuk rioolbuis schieten.

Voor ratten moet het hier een paradijs zijn, want de Balinees offert zich de hele dag gek. Overal zie je wel wat liggen met een begeleidend stukje wierook erbij. Veel winkeltjes dus en restaurants zijn er ook in overvloed. Het is hier voedselveilig, dus je kunt overal eten, maar ook hier geldt de gouden regel: als het druk is, is het goed en niet duur. We hobbelen op het gemak door wat straatjes en net als we een restaurantje willen gaan zoeken, komt de gids voorbij. Op een brommertje met achterop zijn neefje van 15. Zijn neefje snapt niets van het taaltje wat we bezigen. Onze gids Komang spreekt behoorlijk Nederlands, accentloos. Hij is ons allemaal aan het zoeken, want morgen gaan we eerder van huis. We vertrekken al om 9 uur i.p.v. half 12.

satéFoto’s Sanur

We krijgen ook nog het advies om deze straat een stuk verder in te lopen, dan krijgen we eerst een heel rustig stuk, maar daarna wordt het weer drukker en daarna komt er weer veel leven in de brouwerij. Je weet van gekkigheid niet waar je moet gaan eten, zoveel aanbod is er, dus we stuiteren maar een leuk tentje binnen.

Wat eet je in Indonesië, saté natuurlijk. Ik heb me voorgenomen om die hier heel veel te gaan eten, maak je maar niet ongerust. Dus de keuze is snel gemaakt, voor mij een varkenssateetje, saté babi en Annie neemt kip saté, saté ajam. Als voorafje springrolls, kleine loempia’s dus en wat drinken we daarbij, juist Bintang. Die loempia’s zijn echt om je vingers bij op te eten, om over de saté maar te zwijgen. Joehoe dat worden culinair leuke weken.

We gaan terug naar het hotel, op het terras nog even wat genieten natuurlijk. Terwijl we net zitten komen er nog 2 reisgenoten bij ons zitten, Arno en Conny. Die hebben een zwaar Brabantse opvoeding achter de rug, levensgenieters dus. Ze wonen nu ergens in de randstad, maar je achtergrond verlies je nooit, dus om het eens op zijn Brabants te zeggen: er wordt al lekker gebuurt. En kijk daar, de laatste reisgenoten zijn ondertussen ook gearriveerd, Herman en Joke heten ze. Jeetje, anders ben ik dagen aan het worstelen met namen en nu kan ik ze spontaan onthouden. Ze zijn met de KLM gekomen, schijnt omdat ze pas op het laatst hadden geboekt. Het zijn ook vlotte babbelaars, dus dat komt wel goed. Ik denk dat we een leuke groep hebben.

Het is kwart over 10, tijd om de koffer op te gaan zoeken, want veel geslapen hebben we nog niet en morgen is het weer vroeg dag. Ik zie mijn bed, maar ik slaap al voor ik lig, tot morgen dus.