Indonesië Dag 04 Maumere - Ende

Het is half 6, de wekker gaat en ongeveer tegelijkertijd klopt Komang op de deur. Makkelijk toch zo’n persoonlijke wakkermaker. Lekker douchen, geen warm water, maar de watertemperatuur valt niet tegen. De zon komt ook op, rap naar het strand dus, zonsopgang. Het is licht bewolkt, maar de foto’s zijn er niet minder om. Ik hoef alleen maar te kijken, ik heb een zonsopkomstspecialist bij me. 10 over 6 is de zon ook op.

Tijd voor de morgencalorieën, ontbijten dus. Nasi voor de liefhebber, maar ook brood, eieren en pindakaas. Bakkie koffie erbij, ik voel me weer helemaal senang. Vandaag gaan we dus echt met de rondreis beginnen, de start is gesmeerd, de koffers zijn al opgehaald. Tsjonge, wat een gemak.

7 uur, tijd om in de bus te stappen. De bus, waar we een dikke week gebruik van zullen maken staat al te wachten. De chauffeur heet Lexie en er is ook een bijrijder aan boord, Delis is zijn naam. Lexie is er dus alleen voor het rijden en Delis is voor allerlei hand- en spandiensten. De route loopt van oost naar west Flores, er is maar 1 weg. Kom we zijn er eens weg mee. Op naar de markt, want Komang moet nog een paar zaakjes voor onderweg kopen.

Dergelijke markten hebben we al vele malen bezocht, maar het blijft een belevenis. We hoeven ons hier niet ongerust te maken over zakkenrollers, gewoon lekker over de markt kuieren. Op de markt is het eigenlijk de vraag wie naar wie kijkt, de lokale mensen kijken hun ogen uit naar die blanke toeristen en echt iedereen zet een glimlach op.

Het is weer een prachtige verzameling van groenten, kruiden en kroepoek in allerlei kleuren. Kippen zijn er ook, levend en wel, en vis. Verse vis dus. Ik ben mooi op tijd om te zien hoe je een tonijn schoonmaakt. De visboer showt vol trots zijn tonijn, moet je die glimlach op zijn gezicht zien, daar spreekt beleving uit. Even later wordt het staartstuk van de geelvin tonijn als een standbeeld tentoon gespreid. Dat geelvin, dat raad ik maar een beetje.  

Even rondneuzen dus en als we weer naar de bus lopen, staat er een scootertje van de kippenboer. Er hangen een stuk of 12 levende kippen op hun kop samengebonden aan het stuur te wachten op de volgende fase in hun leven. Ik denk dat de kans heel groot is dat de volgende ontmoeting van de kippetjes een hakbijl zal zijn. De lokale Blokker wordt net door de afdeling Handkar Logistics voorzien van een nieuwe lading emmers, manden en weet ik wat niet meer.

Kom, we stappen weer in, Delis onze bijrijder staat met een glimlach van oor tot oor op ons te wachten. Delis zal altijd bij de bus zijn, dus je kunt gerust zaken als rugzakken in de bus laten liggen. Nee, we hebben het niet makkelijk. Ik zit lekker voor in de bus, ja echt niemand anders wil er zitten, dat maak je niet dikwijls mee, soms is het knokken om voorin te zitten.Ik hoef dat niet persé, maar als er niemand anders wil. Lexie zit volle bak te genieten achter zijn stuur, die jongen straalt van fierheid als een klein kind met zijn 1e fietske. We zijn nu buiten Maumere en de beschaving is opgehouden te bestaan. Oh ja, het wordt vanaf nu alleen maar draaien en keren, de weg is geen 100 meter recht. Kijk maar eens mee, jammer dat het nog niet in 3D kan.

We stoppen bij een huis waar een vrouw zit te weven om wat foto’s te maken, maar daar hebben we even nog geen tijd voor. Er komt een groepje vrouwen aangewandeld, die dragen nog van alles op hun hoofd of in grote draagmanden die op hun rug hangen. Geloof je eigenlijk toch niet meer, maar het bestaat dus toch nog. Kijk daar joh, daar komt de lokale bus, nou bus. Het is gewoon een vrachtwagen waar ze bankjes op getimmerd hebben, kijk dan. We zijn echt in de tijd terug gegaan.

Oh ja, ons wevervrouwke, want daar kwamen we dus voor. Komang vraagt eerst aan de vrouw of ze het goed vindt dat we haar bezoeken. Helemaal geen probleem, kom maar. Ze zit op de grond te weven, gewoon alles nog handwerk. We treden terug in het pré-industriële tijdperk. Alles met de hand, ongelooflijk.

Ze zit gewoon op de grond, niet eens aan een tafel of op een stoel. Ze is bezig met een sarong en voor ze het kleed van zeg maar 4 m bij 50 cm af heeft, is er een dikke week voorbij. De voorbereiding duurt misschien nog wel langer, want dan moet er eerst van alles gespannen worden, engelengeduld moet je bezitten.

Het duurt niet lang voor de hele familie aanwezig is. En vol trots worden er nog wat andere kleden getoond. Ze snappen niet dat wij hiervoor stoppen, maar het is wel leuk. Toeristen komen hier sowieso bijna nooit. Op jaarbasis komen er 24 toeristenbussen en die kunnen niet overal stoppen. Wij zijn dus net zo’n attractie voor de lokale bevolking, het ontbreekt er nog maar aan dat ze over ons blanke huidje gaan wrijven.

De volgende stop is bij een brug. Zo, is dit landschap fotogeniek, niet normaal eigenlijk. Prachtige rijstvelden en heel veel vriendelijke mensen die ook de tijd voor ons nemen. Als we weer een stukje verder door de bergen zijn geslingerd, is het tijd voor een koffiestop. Wegrestaurants hebben ze hier nog niet, nee je moet jezelf voorzien.

We staan dus gewoon met de bus langs de kant van de weg en Komang, Lexie en Delis helpen met de koffie. Er is keus uit thee, lokale koffie en Nescafé met melk en suiker. Koekjes zijn er ook. Lekker weer eens aan de Nescafé. De lokale koffie is de toebroek, dus een lepeltje gemalen koffie en een klets warm water, even wachten met drinken, want anders heb je een bek vol schuurpapier.

We slingeren lekker door de bergen en de wegkant, of zelfs delen van de weg, worden gebruikt om van alles te drogen. Koffie, rijst, cacao noem maar het maar op. En dan, ja je houdt het niet voor mogelijk, een file. Er is een grote boom over de weg gevallen. Ze zijn met een grote graafmachine bezig om het ding op te ruimen. Mooi, nog even ramptoeristje spelen. Het oponthoudt duurt maar een minuut of 10, valt wel mee toch.

Het volgende avontuur wacht, bij het dorp Moni verlaten we de hoofdweg en slingeren en stuiteren dan naar de Kelimutu vulkaan. Deze vulkaan is wereldberoemd omdat er 3 meren liggen die elk een eigen kleur water hebben. De een kan rood zijn, de ander blauw en de laatste zwart. Het is onduidelijk waar die kleurverschillen door worden veroorzaakt. Kom we gaan maar eens kijken. Omdat de berg een nationaal park is, kom je er dus niet zomaar in. Nee, er moet eerst betaald worden en dan wordt er aan een touw getrokken, zodat het toch een beetje op een volautomatische slagboom lijkt.

Natuurlijk lopen er een paar gidsen mee, een man of 3 maar liefst. Nou ja gidsen, er zal straks wellicht wel iets verkocht worden. Het zal wel zweten worden, de zon staat strak aan de hemel en voor ons gloort een enorme klimpartij. Na een minuutje of 10 komen we bij een splitsing en daar volgen we het linkerpad. Zo heel zwaar is het trouwens ook niet, af en toe bospad, maar meestal ligt er iets van wat op een trap lijkt of gewoon een trap is.

Het 1e uitzichtpunt is na een minuut of 10 klimmen bereikt. Nog even een steile trap op en dan sta je ineens oog in oog met een prachtig blauw meer, ik noem het maar turquoiseblauw. Ik hoor het wel van ons Annie als ik er weer eens helemaal naast zit. Er achter ligt nog een meer, kleiner van omvang en dat is nog turquoiser, as ge begrijpt wa’k bedoel.

Kom, we moeten nog verder omhoog en dat is eerst nog een stukske vals plat, maar dan ligt er een enorme trap. Die moet je geen 7 keer per dag beklimmen, gloeiende wat is dat ding lang. Maar we halen het, op het gemak trouwens en zonder te stoppen. 1.649 meter boven de zeespiegel staan we op de top. Er staat ook een monument, maar we zullen eerst eens een monument genieten van het uitzicht.

We hebben nu uitzicht op de 2 meren, waarvan het kleine meertje van net nu ineens stukken groter is en het grote dus kleiner. Is trouwens een fantastische plek om ons samen eens op de plaat vast te leggen, dus vriend Arno trekt een foto van ons. Alleen de zon is ons niet helemaal welgezind. Met zonnebril op de foto is niet netjes, dus af dat ding. Helemaal verstandig is dat ook niet, ik sta nu als een Chineesje mijn ogen dicht te knijpen. Het lukt wel, maar ik ben bang dat er wat meer rimpels waar te nemen zijn. Goed voorbeeld doet goed volgen tijd, iedereen als koppeltje op de foto.

Aan de andere kant van de top ligt het 3e meer, het zal wel donkerblauw zijn, maar voor mij is het zwart, dus duidelijk anders van kleur. Geen 3 verschillende kleuren dus, ik zie er maar 2. Ondertussen ga ik me toch afvragen of er een godheid ons in de gaten houdt en ons goed gezind is, na een minuut of 10 komt de bewolking opzetten.

Ik heb het gezien, op mijn gemak hobbel ik de trap af, ergens bij het 1e uitzichtpunt zit Komang op ons te wachten, met de lunch. Op mijn dooie akkertje naar beneden kuieren, waar je ook kijkt het uitzicht is fantastisch. Komang zit braaf te wachten en de lunch staat al uitgestald, vandaag gewoon boterhammekes, met kaas zelfs en pindakaas en chocopasta en bananen natuurlijk. De kaas is anders dan bij ons, van Nestlé en hoewel het harde kaas is, heeft het toch de smaak van smeerkaas.

De gidsen zijn ook terug en het is wel de bedoeling dat we iets bij hen kopen. Nou, doe mij dan maar een bekske koffie. Dat is niet mijn beste keus geweest, zoet en sterk niet normaal. Een halve kop later hou ik het voor gezien, toedelidoki met de koffie.

We gaan weer naar de bus en komen bij een splitsing, maar het eindpunt is de bus. De groep splitst zich in tweeën, het maakt niks uit, we komen praktisch gelijk bij de bus aan. Er rest ons nu nog een uurtje of 3 met de bus. Dikke mist is zich aan het vormen rond de berg, dus we hebben wel mooi mazzel gehad vandaag. Echt hele vette mist. Komang zit met zijn gezicht zowat op de vooruit om Lexie de chauffeur een beetje naar beneden te gidsen.

Volgens Komang maken we onderweg stops, nou zijn woorden zijn nog niet koud of de bus staat al stil. Fantastisch tafereel met vrouwen die op hun hoofd grote stapels brandhout vervoeren, of mandarijnen en kijk daar eens. Daar zijn ze rijst aan oogsten en het wordt in een hele simpele machine meteen gedorst. Ja, ook hier staan de ontwikkelingen niet stil, hoewel achter ons zijn een paar vrouwen de was aan het doen. Met de hand dus, gewoon in een beekje.

De volgende stop is in een dorpje waar enorme hoeveelheden groente en fruit langs de straat vanuit stalletjes te koop worden aangeboden. Hier hebben ze salak, slangefruit, kijk maar naar het velletje, en weet ik al wat niet meer. Het smaakt naar kruisbessen. Het sloebert ook hetzelfde, inclusief de pitjes. Ondertussen komt een artiest op zijn brommertje voorbij, kijk eens hoeveel witte kool je op zo’n brommertje kunt vervoeren. Geweldig toch.

We toeren lekker verder, de laatste stop is bij een hangbrug. Een echte hangbrug, veert verschrikkelijk als je erover loopt, mooi toch, kunnen we even als kleine kinderen over dat ding raggen.

Het begint al te donkeren als we in Ende aakomen, nee het Grand Wisata hotel is zeker niet het ende van de wereld. Ende zelf zou je wel zo’n beetje zo kunnen beschouwen, het ende van de wereld. Er is niks te doen, helemaal niets. Een eten doe je niet buiten de hoteldeur, niet voedselveilig volgens Komang.

Het hotel dan, ja dat is net andere koek, het is nieuw, splinternieuw zelfs. Ziet er strak uit en als de hotels steeds beter worden, zitten we op rozen. De kamer is wat klein, maar nog kleiner is de badkamer. Het is net of ze die vergeten zijn in te tekenen en nu is er achter in de kamer een heel piepklein kamertje gezet. Wel netjes maar niet echt handig. De douche hang zowat boven de toiletpot en de houder van het douchegordijn is heel handig op 1,70 m hoog midden in de douche gemonteerd. Ja, handige Hasan is hier flink uit zijn creatieve slof geschoten. Een zitje is er ook, maar dan moet je buiten voor de kamer gaan zitten. Kleinigheidjes blijf je houden.

hotelkamer

hotelkamer

 

We eten vanavond in het hotel dus. Komang regelt voor ons een menu, dus zelfs daar hoeven we niet meer over na te denken. Er is kippensoep en een klein buffetje, nou klein, er is genoeg en lekker ook. Saté natuurlijk ook, lekkere Bintang erbij, goh lekker relaxen. We buurten nog wat na en tegen half 10 nokken we af richting de kamers. De TV nog eens aangezet, dat is niet zo’n doorslaand succes, alleen Indonesische zenders. Ik zal vanavond geen zapvinger krijgen, na 12 zenders houd ik het voor gezien. Aboung, oh nee dat is Surinaams, sampai besok dan, tot morgen.