Indonesië Dag 05 Ende - Riung

We worden ongeveer tegelijkertijd gewekt door Komang en onze eigen gsm-wekker, 6 uur is het, eigenlijk geen tijd voor een toerist. We hebben geen keus, dus eerst maar eens naar de te kleine badkamer. Lekker douchen dat wel, maar dat douchegordijn, dat hangt toch wel verrekte onhandig. Op naar het ontbijt. Er is van alles, maar een kleine file vormt zicht voor het broodrooster. Er staat 1 broodroostertje en daar moeten we allemaal tegelijk zijn natuurlijk.

Broodjes vind je hier niet, alleen gewone boterhammen, nou gewoon, was het maar gewoon brood. Het is dus eigenlijk alleen geschikt om in het rooster te stoppen. Indo’s zijn niet zo van het brood, die beginnen liever meteen met de nasi, dat is er dus ook volop. Maar er worden wel omeletjes gebakken, zeg maar wat je er bij wilt en hoe je hem wilt, 2 minuten later ligt er een heerlijk roerei op mijn bord.

Kwart voor 7 moeten de koffers voor de kamer staan en de hoteljongens lopen al zenuwachtig heen en weer te drentelen, als ze maar denken dat je je koffer buiten gaat zetten, ben je hem al kwijt. Mooi hè. Half 8, de bus staat voor en iedereen is er, dus we zijn er weer eens weg mee. Lexie start de motor en het gas gaat er op.

Vandaag gaan we eerst eens kijken of het huis van Soekarno te bezichtigen is. Soekarno, de 1e president en ik weet nog wel dat hij een heel mooie vrouw had, dingetje Dewi ja. Maar goed, daar gaat het nu niet om. Soekarno was in de jaren 30 een vreselijke luis in de Nederlandse pels. Hij streefde naar een onafhankelijk Indonesië en dat werd niet echt gewaardeerd door de Hollanders, dus volgde er een verbanning naar Ende.

huis SoekarnoFoto’s Huis Soekarno en uitzicht

Komang is niet erg hoopvol dat we er vandaag terecht kunnen. Het is nu een nationaal museum, maar het is meer dicht dan open. We staan even later dus met de bus voor een gesloten deur. Kan ik dus mooi geen verhaal over Soekarno en Dewi schrijven, jammer. Kom we gaan gewoon verder, het is weer een lange dag vandaag.

We rijden eerst een stuk langs de kust. Flores is voornamelijk katholiek, maar de vissers zijn meest van islamitische komaf. Dat u het weet. We slingeren dus langs de kust, want ook vandaag geen 100 meter rechte weg. Uitzicht op zee, waar vissers bezig zijn met een hoofdboot en een bijboot. Mooi om te zien hoe ze met dat bijbootje een cirkel trekken met het net. We stoppen even later bij een uitzichtpunt, ik maak wat foto’s en geniet maar eens mee. Zo mooi is het hier, absurde vergezichten.

Een paar minuten later stoppen we aan het strand, daar zijn een hoop vissers verzameld, dus er moet vast wel iets voor ons zijn. We lopen langs het eerste huisje het strand op en wat ligt daar. Een haai en niet zo’n kleintje ook. Volgens Komang is deze visser helemaal boven Jan, hij zal ongeveer 24, 25 ÔéČuro vangen voor de stukken vin. De vinnen worden straks opgehaald en eerst naar China gevlogen, waar ze verder geprepareerd worden om dan in Japan als echte haaienvinnensoep te worden opgediend. De vinnen worden geconditioneerd en snel vervoerd. Je gelooft het eigenlijk niet, maar het kan dus wel.

Kom, we gaan het strand op, daar ligt allerlei vis te drogen, ja ik ben ook niet zo’n viskenner. Sardientjes, die kan ik er wel uithalen, maar de rest is een groot vraagteken voor me. Er is leven genoeg op en rond het strand. Het hele strand zit vol met mannen en nu we er toch zijn, een troep op het strand, ja da’s gewoon niet normaal.

Overal ligt rotzooi, vooral plastic. We gaan wat verder het strand op. De mensen hebben hier hun optrekjes. Ze zijn lekker bezig allemaal, de een met het schoonmaken van de vis, de ander is aan het weven, maar de meeste mannen zijn heel druk met buurten. Ja, die hebben het niet makkelijk. Vriendelijk is iedereen wel, heel erg vriendelijk zelfs, buitenaards vriendelijk eigenlijk.

We mogen foto’s maken, geen probleem. Ze zijn het niet gewend dat hier toeristen komen, vooral de kleine kinderen zijn in het begin een beetje huiverig, maar dat verandert snel. Dat is weer het voordeel van die digitale camera’s, je kunt het resultaat meteen laten zien. En wat gebeurt er dan met die kleine mannen, dan beginnen ze vol trots te glimmen en natuurlijk komt er dan ook een lekkere snotbel.

strandFoto’s Strand blauwe stenen

Kom we gaan weer, op naar de volgende stop. Weer aan het strand. Dit is het strand van de blauwe stenen. Ja echt, blauwe stenen, en ze schijnen wereldberoemd te zijn. Die worden hier dus van het strand geraapt, gesorteerd natuurlijk en dan zijn ze voor de verkoop. De hele wereld gaan ze over. Weet je wat hier opvalt, er is helemaal geen zwerfvuil. Ons Annie let nog beter op, want die ziet dat ook de schelpen ontbreken.

Die stenen dus, koop je hier een zak dan kost je dat 10.000 roepia, maar als je diezelfde zak op Bali koopt, is de prijs gestegen naar 40.000. Wat zal er in zo’n zak zitten, een kilo of 50, 60. Kom, tijd voor koffie. Een 3 in 1 zakje, koffie, melk en suiker, is helemaal niet slecht. Oh kijk, koekje erbij. We hebben het niet makkelijk.

Na de koffie slingeren we weer verder de bergen in en dan komt na een uurtje Komang met een heel slim voorstel. Of we een stukje willen gaan wandelen, da’s helemaal geen verkeerd idee.

Hij heeft zijn zin nog niet afgemaakt of we staan al buiten. We lopen een dorpje in, nou dorpje, het is meer een buurtschap. Wel mooi hoor, lekker gewoon kuieren. De rust raakt al snel verstoord en de scholieren hebben pauze. Ze hebben de blanken al snel gespot, dus in no-time zijn wij de attractie.

We lopen weer verder, ja en hier kun je wel op je dooie akkertje de mooiste foto’s van het dagelijkse leven maken. De fotomogelijkheden komen je bij van spreken in de mond gevlogen. Het is allemaal ongerepte fotonatuur.

Op Flores hebben ze toch wel een rare gewoonte, de graven van de ouders of grootouders liggen gewoon in de voortuin. Oude zeden en gewoonten leven altijd door. Al het vee loopt ook gewoon los over straat, de koeien, de kippen en de geiten. Maar de geiten hebben een houten constructie om hun nek. Is best wel slim, want alle huizen zijn voorzien van een hekwerk en om de geiten uit je groetentuin te houden moet je natuurlijk wel iets verzinnen.

Tijd voor een snack en dat allemaal op het einde van de wereld. Dat idee heb ik dus, het grote niks. Komang is druk met het snijden van papaja’s en mango’s. Als ik maar geen vitaminevergiftiging oploop. Zo uit het vuistje, want borden zijn er niet. Heerlijk van smaak en er is nog een ander voordeel, je vingers plakken ook meteen.

De bus wordt weer gestart, maar lang duurt het niet, we stoppen bij wat een consultatiebureau blijkt te zijn. Het kantoortje zit ramvol met moeders en hun kroost. Het schijnt dat er hier iedere maand een bijeenkomst is. De kinderen zitten allemaal aan een bordje groene bonen. Komang vraagt of we ’permissi’ krijgen. Nou we zijn van harte welkom, loop maar rond en vermaak je. De vrouwen vinden het op de een of andere manier wel eng, want ze kruipen giechelend bij elkaar en de kinderen, ja die proberen zich zoveel mogelijk achter moeders rok te verschuilen.

Oké, kan ik mooi even de antropoloog uithangen, als je de vrouwen bekijkt, zie je dat ze van een andere bouw zijn dan de vrouwen op Bali en Java. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor mannen, ze nijgen een beetje meer naar de Papoea’s qua gezicht. We zijn dus is in het consultatiebureau en omdat wij er zijn, denk ik dat ze alle registers eens even opentrekken. Kijk eens Belanda’s, zo wegen wij kinderen. Een kind wordt in een parachutetuigje gehesen en aan een weegschaal opgehangen. Dat wordt door de kleine broekemans helemaal niet gewaardeerd. Die wil maar een ding en dat is zo rap mogelijk terug onder moeders beschermende rok. En de vrouwen kijken nog steeds met hele brede vol glimlachende gezichten naar ons. Zo maken zij tenminste weer eens een keer wat anders mee.

consultatiebureauFoto’s Consultatiebureau en lunch

Naast het consultatiegebouw staat nog een pand. Alles staat open, ramen zitten er niet in, er is verder niemand. Het is wel een beetje vreemd, het is het gemeentehuis. En er is geen sterveling te zien. De burgemeester of dorpschef is er niet, die zit blijkbaar in een vergadering. We gaan maar niet naar binnen, nee we bivakkeren braaf op de veranda.

Tijd voor de lunch dus. Alleen zijn we ondertussen niet meer, we worden gestalkt door een groepje kinderen. Nauwlettend volgen ze al onze bewegingen. De dorpschef komt ondertussen even een kijkje nemen, hij ziet dat goed is en vervolgt zijn weg weer. De kinderen hebben langzamerhand hun schroom een beetje afgeworpen. We nemen wat fotos van hen en laten het resultaat zien. Grote hilariteit natuurlijk bij die kleine mannen.

Kom, we gaan weer eens verder, bij de bus staan ondertussen een paar vrouwen en die willen foto’s van ons maken, echt. Nou vooruit dan maar, zit mijn haar goed. Even later start Lexie de bus en we zijn er weer eens weg mee. Volgens Komang krijgen we nu met heel slechte weg te maken. En de weg wordt inderdaad een stuk slechter. Als we weer langs een dorpje komen kunnen we nog eens achter onze oren krabben. De lokale bestuurders hebben zich hier gevestigd en ook al woon je dan in het grote niets, dat betekent niet dat je dan geen avenues aan kunt laten leggen.

De weg wordt inderdaad erg slecht, hele stukken asfalt zijn verdwenen. Mooi moment om je eens lekker door elkaar te laten schudden. Lexie zit volle bak concentratie te sturen, maar hij heeft nog steeds die hele grote brede trotse glimlach op zijn gezicht staan. Volgens mij geniet hij nog meer dan wij.

Een paar jaar gelden was hij zelf onderdeel van het grote niets en bij toeval kwam hij voor Komang te werken. Komang was wel gecharmeerd van Lexie en heeft geregeld dat hij zijn busrijbewijs kon halen. Daar is Komang heel erg fier op, dat hij dat heeft kunnen regelen en Lexie die is zo ongelooflijk dankbaar dat al dit goede in zijn schoot is geworpen. Hij is het gelukkigste chauffeurtje ter wereld.

We maken weer eens een stop, bij een paar hutten, want meer is het niet. Volgens Komang is dit het armste gedeelte van het eiland. Je zit hier dus echt mijlen ver van de beschaving. Komang vraagt weer permissi. Natuurlijk zijn we welkom. De mensen kunnen dan wel arm zijn, ze stralen heel erg veel levensvreugde uit. En de kinderen, ja dat zijn hun pareltjes. Die pareltjes zullen wel ongepolijst blijven, want ze wonen te ver van school om iets meer leren. Een auto is er niet, zelfs geen fiets.

Wil je nog eens leren hoe je alle materialen van de natuur kunt gebruiken, dan moet je hier eens een kijkje nemen. Ze vouwen uit palmbladeren hele constructies, nee alles heeft hier een functie. En de kinderen gaan helemaal uit hun dak als ze koekjes van Komang krijgen. En ook al zijn zo arm als de kerkratten, ze hebben wel een grote collectie kamerplanten onder hun veranda staan. Het is zomaar de vraag wie er gelukkiger is wij of zij, ik weet het niet. Van Tycho en Lisette krijgen de kinderen wat schriftjes en balpennen, ongehoord blije gezichten. En de ouders krijgen van Komang ook nog wat roepia’s toegestopt, als dank namens ons. Is wel slim van hem, want komt hij later weer eens hier voorbij, dan is hij weer van harte welkom. We gaan weer eens, we worden door de hele familie uitgezwaaid.

De weg blijft onveranderd slecht, de gaten worden mogelijk nog groter. Wil je een hazenslaapje doen in de bus, heb je mooi pech, dat lukt van ze lang zal ze leven niet. De kust komt weer in zicht, de bus rijdt nu door een mangrovebus. Tijd om een stop te maken. We moeten een heuveltje oplopen. Uitzichtpunt. En wat voor een, we hebben uitzicht op van die bounty-achtige eilanden.

Wat doe je dus, Annie en ik weer samen op de foto. Het zal dit jaar een moeilijke keuze worden, om een foto uit te kiezen voor de wc. Het is jaren geleden begonnen als een grapje, maar het heeft ondertussen bijna de status van museum gekregen. Annie en ik samen op de foto in de landen waar we geweest zijn. Het mooie is dat we morgen op een van die eilanden heel de dag zoet zullen zijn.

We gaan verder, in de bossen zie ik een paar apen, makaken om precies te zijn, maar het valt niet mee om ze scherp op de plaat te krijgen zo in dat mangrovebos. Ach, we hebben ze gezien. De weg is nu minder slecht aan het worden, maar nog net zo bochtig. Volgens Komang naderen we de beschaving weer, kwartiertje nog. Dat is een van zijn standaard antwoorden, het is of een kwartiertje of een uurtje als je vraagt wanneer de volgende stop is. Mooi hè.

Zo, het hotel is in zicht, het heeft de mooie naam Guesthouse Pondok svd. Eigenlijk is het helemaal geen hotel, het is een oude missiepost. Eigenlijk is het dat nog steeds, missiepost, maar ze hebben centen nodig. Kom, laten we maar eens binnen kijken. We worden welkom geheten in de refter. Ja, nu komt mijn katholieke opvoeding van pas. Ik ben misdienaar geweest en bij ons was ook een klooster, dus dan blijft er altijd wat hangen in de hersenmassa. Nee, nooit misbruikt vroeger, nee ze hebben me leren drinken de paters, godzijdank. Okidiko, dus we zitten in de refter en daar staat thee te wachten, iets anders is er niet. Nou, dan maar thee.

We hebben kamer 3, naast de kapel en de kamer is heel sober. Er staan goede bedden, maar Annie is minder happy, er kruipen rode duizendpoten, dus miljoenenvoetjes, door de kamer. Ja, er zit er zelfs eentje op bed. Dus eerst maar eens een veegronde, het sterft van die kruipers, ze schijnen geen kwaad te kunnen, maar erg lekker is het niet, van die glibberaars op je kamer. Even later is de kamer weer schoon en de buren Arno en Conny hebben precies hetzelfde probleem. Nu ik zo kijk, ze lopen werkelijk overal die beesten. Kom, eerst de vuile was uit de koffers, want dit is een goed en goedkoop adres volgens Komang. Als we het vanavond inleveren is het morgen schoon en droog terug.

jongen in RiungFoto’s Riung

We gaan op het gemak het dorp eens bekijken. Moeilijk is het niet, de weg kun je niet kwijtraken, want er is maar 1 weg en die loopt naar de haven. Ik krijg zomaar spontaan een déjà vu. Het lijkt hier heel veel op Bang Saphan in Thailand, daar zijn we dus een paar jaar geleden geweest. Samen met al onze vrienden oud en nieuw vieren, geweldige vakantie, de mooiste van mijn leven. Maar goed, daar lijkt het hier dus een beetje veel op.

We hobbelen richting de kust en iedereen roept of zwaait wel naar ons. De kinderen zijn ook weer van de partij, ze zien hier wel eens toeristen, maar nou niet dat ze hier de deur plat lopen. Er is zelfs een menneke bij dat gewoon vraagt of hij op de foto mag en hij gaat er voor staan dames en heren. Hij draagt het tenue van Portugal en een paar rubberen laarjes of zoals wij zeggen lerskes, maar kijk eens hoe hij staat, als ware hij de toekomstige gouverneur van Flores. En hij geeft zijn goedkeuring, als hij het resultaat ziet.

Eerst maar eens wat foto’s van het landschap maken. Het is niet normaal, waar je ook kijkt, je ziet altijd iets om een foto te maken. Ik kan me nog net beheersen om hier niet dansend en springend van enthousiasme op de pier te gaan lopen horlepiepen. En kijk, hier bij de pier zie je al een paar van die tropische visjes. We komen Herman en Joke tegen op de pier, samen lopen we terug naar het hotel.

Zo dames en heren, tijd voor een Bintang. Ik stik van de dorst, ik niet alleen, Annie lust er ook wel eentje. We gaan bij Komang zitten en in no time is iedereen aanwezig. Gezellig is het zeker, het weer is perfect, het bier smaakt uitstekend, wat wil een mens nog meer.

Nou na een tijdje wil hij eten, dus op naar de refter. Daar staat een buffetje speciaal voor ons. Oh jongens, wat is het weer lekker, we beginnen met kippensoep en daarna is er een eenvoudige, maar goed gevarieerde Indische dis. Je mag 2 keer raden of ik weer een sateetje op heb.

We gaan met zijn allen weer buiten zitten, wel goed met de deet smeren, want er zitten hier muggen, veel muggen. Bintangetje erbij, wat wil je nog meer. Het gesprek gaat natuurlijk ook over die duizendpoten, het schijnt dat ze er in het dorp ook veel last van hebben, sinds maart naar het schijnt. Die beesten zijn gelukkig geen gevaar voor de gezondheid, net als pissebedden, maar je ziet ze liever niet.

Ondertussen is het een uur of 10, tijd om de koffer eens op te zoeken en de kamer te barricaderen tegen de kruipers. Morgen gaan we snorkelen, maar eerst maar eens de oogjes sluiten, tot morgen.