Indonesië Dag 10 Ruteng - Komodo National Park

Het is 5 uur en de wekker gaat, ja dat is wel heel erg vroeg, maar het is niet anders. We gaan varen vandaag en we moeten zo vroeg mogelijk bij de boot zijn, daarom dus. Kom, we gaan eerst maar eens wat ontbijten. Een gezellige zaal is anders, maar er is koffie en thee en natuurlijk het eeuwig verse brood. Komang roostert het voor ons. Om 6 uur zitten we in de bus. De zon is ook nog maar net op.

Een half uurtje later maken we onze eerste stop al. Half 7 ja, ons eerste uitstapje. We gaan kijken naar weer zo’n bekend puzzelwoord: adat. Indisch recht staat er dan als aanwijzing voor een 4-letterwoord. Het zijn rijstvelden waarbij gebruik is gemaakt van adat. We moeten eerst een heuvel beklimmen, om het adat aanschouwelijk te maken. Ja, ik heb ook geen idee waar het over gaat, maar volgens Komang is het de enige manier om het helder en duidelijk te krijgen.

adat rijstveldFoto’s Adat rijstvelden

We lopen de heuvel op en natuurlijk zijn er al een paar lokale mensen die ons tussen het lange en natte hoge gras mee over het pad op sleeptouw nemen. Leuke klim, maar ik ben wel blij dat ik mijn wandelschoenen aan heb en niet zoals de meesten op sandalen de heuvel op klauter. Ik heb droge voeten, de rest niet, hihi.

Als we boven zijn, zien we beneden in het dal rijstvelden liggen die als een taart verdeeld zijn. Hoe zit dat nou met het adat? Nou simpel, er was grond te verdelen en om iedereen zijn gelijke deel te geven, is in het midden een punt gezet en daarna is de taartpuntmethode gebruikt. Beneden ons ligt dus een enorme rijstevlaai. Als je goed kijkt zie je zelfs 2 vlaaien liggen. Grappig, echt grappig.

We gaan weer verder, ja kilometertjes draaien. Het is mooi hoor, de kinderen gaan ook allemaal op weg naar school, allemaal te voet en geen moeder of vader voor de begeleiding. Gewoon onbezorgde enthousiaste jeugd, want als ze ons zien, wordt er veel gezwaaid en geroepen, ook al is het nog maar half 8.

We maken een fotostop bij rijstterrassen en de kinderen komen vrolijk giechelend voorbij. De zon is ondertussen op volle oorlogssterkte aan het branden. Het wordt een mooie dag vandaag, dat kan niet anders.

De volgende stop is ook weer zo geweldig, gewoon bij een groep rijstplanters. Dat is hard werken, echt keihard werken, met je voeten tot over je enkels in de blubber staan en dan met een gebogen rug rijst planten en dat in een enorm tempo.

Maar als wij stoppen om een paar foto’s te maken, zijn ze blij met ons. Zo maken zij ook eens iets mee op de akker. Het zijn alleen maar vrouwen, die de rijst aan het planten zijn.

En ook al sta je op de akker, dat wil niet zeggen dat je dan niet aan je eigen schoonheid kunt denken, want een paar vrouwen hebben een gezichtsmasker op. Spierwit, een kat zou spontaan gaan blazen.

Komang komt natuurlijk niet meer bij van mijn onnozele opmerking over de ijdele vrouwtjes en hun masker. ’Nee nee Beautykees, het is alleen maar ter bescherming tegen de zon, hahaha’.

Kom we gaan weer verder en nu voor het eerst op Flores, ligt er een stuk rechte weg van enkele kilometers. Lang duurt het niet natuurlijk en dan wordt het weer het bekende draaien en keren. Tijd voor de koffie. De locatie is weer perfect. Bij een brug houden we halt en onder in het ondiepe riviertje is volle bak activiteit. De een is de was aan het doen, een ander staat zijn brommer te wassen, anderen zijn zichzelf heel grondig aan het inzepen en weer anderen zijn bezig met het sorteren van keien, om ze daarna in een vrachtwagen te laden. En wij, wij hebben koffie met een koekie.

We zullen nog even door de bergen moeten slingeren, maar het einde van onze trip op Flores komt steeds dichterbij. We maken weer een stop, stukje wandelen gelukkig en het panorama is spectaculair, in de verte zien we de Komodo eilanden liggen. Nog een half uurtje volgens Komang, dan zijn we bij de boot. Eerst nog een korte fotostop met fantastisch uitzicht op de baai waar grote zeilschepen en wat jachten voor anker liggen.

We rijden Lubuhan Bajo binnen, met eerst nog een kleine missie. Arno en Tycho willen nog even pinnen, maar dat valt een beetje tegen. De automaten werken niet mee, er komt niks uit. Komang koopt ondertussen water, dat is nergens een probleem in Indonesië. Komang heeft een prima waterbeheer, want er is altijd een grijpvoorraad aanwezig.

Op naar de haven dan, de bus rijdt de pier op, maar ik zie helemaal geen cruiseschip. Lexie stopt bij een uit de kluiten gewassen vissersboot. Ik krab eens op mijn kop en denk: moet ik hier 2 dagen op doorbrengen. Maar eerst maar eens afscheid van Lexie en Delis nemen. Zij hebben er ook voor gezorgd, dat we een fantastische week achter de rug hebben. Het wordt zeer gewaardeerd, want de glimlach is enorm en over de fooi hoeven we ons niet ongerust te maken, dat heeft Komang allemaal prima geregeld.

Kom, we gaan eens aan boord kijken. Nou aan boord ziet het er wel wat beter uit. Ik zing keihard de tune van ’Love Boat’ en ga meteen op zoek naar Gopher en Julie. Die zijn er niet, de bemanning bestaat uit een man of 4, louter Indonesische crew. Ook geen doc aan boord en de kapitein is ook al gene kale. Dan gaan we eens beneden kijken, want daar liggen onze luxe cabines. Nou luxe, je moet eerst een heel steile trap af en dan kom je in een gangpad waar wat kooien zijn. Privacy kun je krijgen door het gordijn dicht te trekken. We hebben de 2e kooi aan bakboord, links dus.

Gauw terug naar boven, want daar is het te doen. De motor wordt gestart, gewoon een oerdegelijke diesel, lange slag motor. Geeft een vertrouwd gevoel, want die dingen doen het altijd, als ze maar prik krijgen. De trossen worden losgegooid en op de kade staan Lexie en Delis voor de bus. We zwaaien allemaal uitbundig. Ze hebben hun werk eigenlijk geruisloos gedaan, maar dat tekent wel gelijk hun klasse. Nou jongens, het gaat jullie goed.

We moeten mee naar het achterdek, want Komang had het goed gereld met de bootslui, het achterdek is versierd met ballonen ter ere van de huwelijksreis van Lisette en Tycho. Ze zijn er aangenaam door verrast, heel aangenaam. Ze hadden er helemaal geen idee van dat dit geregeld was. Het mooie van alles is, dat ze nog een verrassing wacht, maar dat duurt nog een paar dagen. Kom, we gaan varen, op naar Komodo, het eiland van de Komodovaranen. Het weer is nog steeds perfect, er staat weliswaar wel een behoorlijke wind, maar van de andere kant, de wind koelt dus laat maar waaien.

Cees en Annie op de bootFoto’s Boottocht Komodo National Park

We verlaten de prachtige baai, passeren nog wat andere jachten, die er beter uit zien dan onze Love Boat, maar maak je niet druk, dit gaan hele, hele leuke dagen worden. We varen vandaag en morgen door het Komodo National Park.

Het begint al meteen heel goed met de lunch, oh oh dat ziet er buitengewoon lekker uit. Een simpel buffetje, maar kijk eens, lekkere bami en kippetjes en iets wat op viskoekjes lijkt, maar het is gewoon gefrituurde tahoe en verduiveld lekker. Dus wat drinken we erbij, een Bintang natuurlijk.

Zo, ik heb me een partij zitten bunkeren, onbeschoft eigenlijk, maar ja, het is zo ongewoon lekker. We zijn nu min of meer op open zee, maar het water is behoorlijk rustig, tijd dus om lekker te relaxen. Geen idee hoe lang we gevaren hebben, een paar uurtjes maar, dan gaat het grote avontuur beginnen.

We gaan op zoek naar de Komodovaraan, niet op het eiland Komodo, nee we gaan eerst naar het eiland Rinca. Het ligt zowat tegenover Komodo en alleen op deze 2 eilanden komen nog Komodovaranen in het wild voor.

Alleen er is een klein probleempje met ons Annie, want die is ongesteld en we horen nu dus pas, dat dat een risico kan zijn. Nou ze mag wel mee natuurlijk, maar ze moet Komang dan wel beloven dat ze in de buurt van een van de rangers zal blijven.

We gaan aan wal en eerst nog een tip van Komang. In dit nationale park moet je extra betalen als je een camera bij hebt. Dus beste mensen, we moeten een camera weg foefelen bij de kassa en als we dan in het park zijn, kun je die 2e camera voor de dag halen. Hij zegt dit alleen omdat hij vindt dat ze veel te veel vragen voor de camera’s.

Bij de ingang van het park hangt een bord dat we geen geweren, geen zagen, geen ankers mee mogen nemen en een vuurke stoken is ook al uit den bozen. We wandelen eerst over een stukje niemandsland naar het domein van de varanen. We krijgen 2 rangers mee, alle 2 gewapend met een grote stok en Komang, die krijgt ook een stok. Dus wat kan ons gebeuren.

We hoeven niet ver te lopen of we zien de eerste varaan al liggen. Het is een jonkie, ongeveer een metertje lang. Jonge varanen leven in de bomen, omdat ze anders door de grote volwassen varanen gewoon worden opgepeuzeld. Kannibalen zijn het ook nog eens en giftig. Hoe gemeen kun je zijn. Heel lang heeft iedereen gedacht dat de beet van die varanen dodelijk was vanwege de bacteriën die in zijn bek zaten. Sinds een jaar of 2 zijn ze er achter dat het gewoon gif is en nog steeds zijn er een heleboel sites die gewoon volhouden dat de bacteriën de slechterikken zijn, ook zogenaamd pseudo-wetenschappelijke site. Zo, dat hebben we dus eens even recht gezet.

Maar we zijn hier voor de grote jongens en die liggen 15 meter verder al op ons te wachten. Roerloos liggen ze midden in de compound van de rangers. Iedereen is doodstil. We mogen ze ongeveer tot op een meter of 7 naderen. Kom je dichterbij, dan wordt het tricky, ze zijn redelijk snel, 15 tot 20 km per uur, maar slechts over een korte afstand. Het liefst vallen ze aan vanuit een hinderlaag. Gecamoufleerd zijn ze wel en eng, heel erg eng.

KomodovaranenFoto’s Ingang Rinca

Wat een vuile bakkesen staan er op die koppen, want al houden ze zich quasi slapend, je ziet dat ze hun ogen wel de kost geven. Geef ze geen kans, want dan ben je de Sjaak. Ik mag van 1 van de rangers de trap op, daar is het veilig, want ze kunnen geen trap lopen. Wat een klauwen zitten er aan die poten, enorm. Als je daar een veeg van krijgt, dan zit er waarschijnlijk daar geen vlees meer op je botten. Goeie genade, ik krijg wel steeds meer respect voor die beesten. En die kop, ja dat straalt alleen maar intense slechtheid uit. Zeker als er uit een paar van die bekken ook nog een kwak slijm komt, brrrrrr.

Ik denk dat ze de rangers wel kennen, want als 1 van die mannen met zijn stok wat dichterbij komt, gaan ze toch maar een blokje om. Dus ze houden zelf niet van porren met een stok, watjes. Nou lopen, het is een rare waggel, je hoort net de gewrichten niet kraken, maar ze bewegen alsof ze allemaal reuma hebben zeg maar. Zo, de eerste Komodo’s hebben we gezien.

We gaan aan de wandeling beginnen. Oh ja, met lange broekspijpen, want we lopen vandaag door het hoge gras en er schijnen hier nogal wat muggen en teken te zitten, vandaar. Even verderop staat er een buffel in een poeltje en die waterbuffel is een natuurlijke prooi van de Komodo, maar die buffel die is erin geslaagd om nog vuiler te kijken dan de Komodo. Bovendien heeft hij een kop met een setje hoorns, daar wil je echt geen lichamelijk contact mee. We lopen verder, maar helemaal relaxed ben je toch niet, want er zal maar zo’n schobbejak in het gras liggen te loeren, grote kans dat je hem niet ziet. Onderweg zien we links en rechts wat schedels liggen, ook zelfs eentje van zo’n waterbuffel. Grote strijder BadKees gaat er natuurlijk mee op de foto.

En verder gebeurt er eigenlijk niet veel, we zien wat apen en wat buffels, maar geen varaan. Tot we een rots voorbij lopen. Een van de rangers gaat even terug en roept ons, want er ligt er eentje boven op die rots wat te liggen. Kom maar, zegt hij en ik sta al naast hem. Annie is allemaal niet zo happy met mijn enthousiasme, ach ik sta nooit vooraan in de rij. Er staat altijd iemand voor me, als het de gids niet is, dan zorg ik wel dat een ander in de vuurlinie ligt. Het is goed dat we een gids bij hebben, want je ziet het hele beest pas op een paar meter afstand liggen en dan moet je nog verrekte goed kijken ook. Volgens de gids heeft hij pas een andere varaan op, er liggen links en rechts nog wat botjes, varanenbotten volgens hem.

De omgeving waarin we lopen verandert ook langzaam, het wordt veel meer een savanne gebied. Af en toe een paar bomen, maar meest gras en struiken. Als we voorbij een vennetje lopen, is het ons Annie die laat merken dat ze al een stuk relaxter rondloopt. Volgens ons Annie lopen we in Jurassic park. Kijk maar eens naar dat vennetje, direct begint het stille water spontaan te rimpelen en te krinkelen en een paar seconden later komen er dan van die hele snelle 2-potige reptielen in volle paniek uit de struiken en dan begint de grond te trillen en dan zijn wij te laat.

Nou inderdaad, een beetje spannend is het toch wel allemaal, stel je voor zeg, dat er door die tsunami in Japan hier wat beesten genetisch gemanipuleerd zijn door de straling van Fukushima. We naderen het rangersdorp weer, wel mooi een uur of 2 onder de pannen geweest. Toen we hier vertrokken lagen er een heleboel, nu nog maar 2. Ik kan een van die besten gewoon als portret in mij camera krijgen. Hij ligt zo te zien startklaar voor de aanval en hij heeft zeker geen best humeur.

Eentje wordt door de ranger in beweging gezet en ik, ik jaag er met mijn Canon achteraan. Het eerste deel van de video is niet spectaculair, tussen de huizen. Het tweede deel, ja dat is gewoon van wereldformaat al zeg ik het zelf, ik ben gewoon in achtervolging. Serieus net een natuurfilm, maar ik let wel op, want dat beest laat me ook duidelijk merken dat hij me in de smiezen heeft. Als hij zijn kop naar rechts gooit tijdens het lopen schat hij steeds de afstand tussen mij en hem in. Boven op een van de rangershuizen loopt zie ik de jonge varaan van straks, ik heb hem nu goed voor de lens.

We gaan terug naar de boot, over het stuk niemandsland waar nogal wat apen lopen. Bij de steiger stikt het van de makaken en Komang maakt ze helemaal gek, door ze wat overrijpe bananen te geven. De motor wordt weer gestart, het zal nog een uur of 2 varen zijn naar Komodo, tenminste waar wij voor anker willen gaan. Het is half 6 dus nog een uurtje en dan gaat de zon onder, maar eerst maar eens een biertje.

Lekker op het gemak en over een half uur kan ons Annie haar hobby, de zonsondergang, weer eens gaan beleven. Vanavond slapen we in een ultra donker gebied, maar helaas het is volle maan, dus van de volle sterrenhemel zullen we niet echt kunnen genieten. Ondertussen is het donker geworden, we varen nog wel verder, want het zicht is perfect en de schipper kent de weg hier natuurlijk als zijn broekzak. We passeren een enorm jacht dat voor anker ligt en daar zwemmen lichtgevende vissen. Wat zei je Komang, oh dat zijn nachtduikers.

Half 8 en het anker gaat uit, de boot is zich nog met zijn kop op de stroom aan het zetten, maar de eerste souvenirverkopers hebben onze boot al bereikt. Volgens Komang zijn het lokale vissermannen die een centje bij willen verdienen. Hun waren worden op de rand van de boot gezet en het zijn net kinderen, want als je even niet kijkt staat de hele waar weer een paar centimeter dichterbij.

zonsondergangFoto’s Avond

Het eten wordt geserveerd, weer met de neus in boter. Eet je mee, gado gado, foe yong hai, inktvisringen, bami, nasi en saté natuurlijk. Bintang is er ook en dan mag het gerust een graad of 30 zijn. De houten varanen rukken steeds verder op, maar ze hebben nog niks verkocht. En als we met het avondeten klaar zijn, houden de verkopers het ook voor gezien. Ze gaan maar vissen, denk ik.

Wij niet, we zitten lekker op het versierde achterdek, bakkie koffie voor de degustatie. Niet lang aan de koffie, een bakske is genoeg. Geef mij maar een Bintang met deze temperaturen. Tegen een uur of 10 gaan de meesten naar de kooi. Beneden is er plaats voor 18 personen, wij zijn met zijn 10-en dus er is plaats genoeg. We liggen nog maar net in onze kooi of de generator van de boot wordt uitgezet.

En nu is het donker, dus geen licht en ook geen ventilator die wat verkoeling geeft. Vanavond niet onder de dekens denk ik. De zaklamp is wel paraat, maar na een paar minuten valt het toch wel mee met de donkerte en als ik er vannacht niet te veel uit hoef, zal het wel gaan. Awel, tot morgen.