Indonesië Dag 11 Komodo National Park - Bima (Sumbawa)

Vannacht lekker geslapen, het kussen wel 3 keer om moeten draaien, kletsnat van het zweet. En dat is dan wel mooi van het slapen in een redelijk besloten ruimte. Tijdens het omdraaien van het natte kussen hoor je dan alle vormen van ademhalen, oké we zullen snurken ook onder de kop ademhalen noemen. Het is nog niet eens licht als de motor gestart wordt. Nou, dan ben je meteen uitgeslapen. Met het licht worden, staan we allemaal aan dek. Ontbijten doen we straks.

Eerst Komodo. Een klein half uurtje later komen we bij de steiger, maar onze boot kan niet aanleggen, dus gaan we met de bijboot. Allemaal in 1 keer, dat gaat niet, dus dat wordt twee 2 varen. Komodo Nationaal Park, heeft ook al de status van werelderfgoed, dus wat dat betreft zijn ze goed bezig.

Naast de huidige steiger zijn ze pas een echte steiger aan het bouwen, zo eentje waar een cruiseschip af kan meren. Het zal hier dan definitief veranderen denk ik. Gisteren vertelde een van de rangers dat ze vorig jaar een goed jaar hadden gedraaid met 3.000 bezoekers. 3.000, niet meer. 2009 was een absolute topper met 4.000 bezoekers.

We zijn dus wel heel vroeg, te vroeg dus. De rangers zijn er nog niet. En we nemen maar 1 ranger mee, da’s genoeg volgens Komang. Zijn de Komodo’s hier tammer? Ja, het zal wel. Kwartiertje later is alles geregeld, we gaan op pad. Het eerste stukje is er geen varaan te zien, maar wel vogels, gekleurde vogels zelfs en duiven. Duiven schaar ik onder de categorie ongedierte. Wilde zwijnen zijn er ook, maar die zijn zo razendsnel, dat ik ze niet op plaat krijg.

Bij een poeltje staat een hert, het beest heeft ons wel in de smiezen, maar het trekt zich niet veel van ons aan. Ja, ik begrijp nu wel waarom, want er ligt ook een Komodavaraan bij de poel. Het is wel spannend, iedereen fluistert. Er ontstaat een soort patstelling tussen 3 partijen. Het hert dat dorst heeft, maar die varaan niet vertrouwt. De varaan die wel een hertenragout lust, maar die gestoord wordt door een stel toeristen. En de toeristen dus, die ook extreem op hun hoede zijn voor die varaan, want ook deze heeft een zeer lugubere kop.

We gaan weer verder met onze wandeling. Heuvel op nu en even later hebben we een prachtig uitzicht op de baai. Kijk, daar ligt het bootje van de duikers van gisteravond. Er liggen er nog een paar. Ik heb het met de gids over de nieuwe pier. Het is de bedoeling dat hier straks bootjes van de Holland Amerika Lijn en dergelijke aan gaan leggen. Dan komen er in 1 keer 1.300 passagiers op het eiland en die willen natuurlijk wel Komodo’s zien. Daar betalen ze dik voor, het eiland vaart er heel wel bij maar ja, dan moeten ze wel een beetje in gaan grijpen in de natuur, dus er zit niets anders op dan weer terug te vallen op de geiten van weleer. Tot enkele jaren geleden werden omwille van de toeristen geiten opgeofferd aan de Komodo’s.

We staan hier dus van het enorme panorama te genieten en als we nog een stukje verder lopen, loopt er beneden aan de heuveltrap een jonge varaan. Hij schiet snel de bosjes in. Maar wij lopen rechtdoor, tot we bij weer een uitzichtpunt op de baai komen. We zitten nu en stukje lager, maar de baai is er niet minder mooi op geworden. Zeker niet omdat onze boot daar mooi op de voorgrond op ons ligt te wachten, het ontbijt zie je bij wijze van spreken naar ons zwaaien.

Kom, we gaan weer terug, maar wat blijkt: er ligt nog een verrassing op ons te wachten in het gras. Een Komodo, de boef. Het zal wel een van zijn vaste stekjes zijn, anders was de gids er niet zo resoluut op af gelopen. Een uurtje geleden zijn we begonnen met de wandeling en als we het rangersdorp bereiken, liggen er een heleboel herten met allemaal een afwijking, een deel van het gewei is waarschijnlijk afgezaagd. Het komt in mijn stomme kop niet op om naar de reden te hiervan te vragen.

We lopen weer naar de steiger, ja we krijgen honger. De souvenirwinkeltjes zijn ondertussen al open, 3 keer raden wat hier te koop wordt aangeboden. Niks gekocht, ook al was het goedkoop, het ontbijt roept en dan is er niets meer wat ons kan tegenhouden. Wat dat betreft zijn we net varanen. Het ontbijt heeft een verrassing, er is ook hagelslag.

En wat gaan we verder doen vandaag, varen en snorkelen. 20 minuutjes later zijn we er al, onze eerste snorkelstop voor vandaag. Het ligt aan het rode strand. De boot gaat een meter of 100 uit de kant voor anker liggen. Een paar minuten later hebben we de snorkels op de kop. We gaan de wondere onderwaterwereld weer eens verkennen. Wie wil kan met het kleine bootje naar het strand gebracht worden, dat blijft in de buurt dobberen zo lang wij in het water liggen, in verband met de sterke stroming die hier staat.

Wij maken geen gebruik van het bootje, maar gaan hier te water. We zitten op het diepere gedeelte, maar dat wil niet zeggen dat er geen vissen zijn. Hele scholen zwemmen rond ons, af en toe kijken ze eens naar ons, halen hun schouders op en zwemmen weer door. Langzaam snorkelen we richting het strand, echt het is weer een bizar schouwspel. Honderden kleuren en vormen trekken voorbij.

Ik zou wel eens willen weten of iemand weet hoeveel soorten en ondersoorten vis hier zit. Annie zwemt nu met haar onderwater camera rond. Eerlijk gezegd, je weet als fotograaf eigenlijk niet waar je moet beginnen. Wij hebben zo’n eenmalige camera. Herman heeft een beter toestel een digitale, dus dat verschil zul je vast wel kunnen zien. Jammer dat je met die camera's niet zelf van die geweldig kleurige foto's kunt maken.

Ik snorkel helemaal tot aan het strand en Annie is me kwijt, maar ja, ik sta gewoon op het strand. Er slingeren nog een paar Russen over het strand, duidelijk een gevalletje van veel te veel geld. Terug naar de boot dan maar, op het gemak, je wordt helemaal niet moe, er zit ook totaal geen snelheid in het zwemmen, een beetje dobberen en af en toe wat vooruit.

Even wat drinken en hopla weg zijn we weer, nog een half uurtje, want dan gaan we weer verkassen. En nog steeds zie ik nieuwe vissen. Het half uur kan geen half uur geduurd hebben, maar ik krijg het signaal dat we gaan verkassen. Nou, op naar de volgende stek dan maar.

We moeten nogal wat uurtjes varen vandaag, dus we maken eerst een flinke haal van dik 2 uur. Op die plek waar we straks aankomen, komt bijna nooit iemand volgens Komang, maar het is echt een perfecte spot. Ondertussen komt de lunch voorbij en daarna gaat iedereen in de ruststand. Annie natuurlijk op de strandstoel en ik lig plat de bank op het achterdek. Toch even een uurtje goed vertrokken geweest.

De zon staat ondertussen recht boven ons te blakeren en het water is zo onwaarschijnlijk blauw in het baaitje waar we nu voor anker gaan. We krijgen van Komang een uurtje en dan gaan we weer verkassen. Nou, dat uurtje is alsof ik in het paradijs aan het spelen was. Onwaarschijnlijk bizar mooi, het valt met geen pen te beschrijven. Alles wat er verder op de wereld speelt vergeet je als je hier aan het snorkelen bent. Een uur is zo voorbij, helaas, het is niet anders.

Er staat nog een stevige trip voor de boeg, een uur of 4, 5. Het is half 3 als het anker gelicht wordt. We krijgen nu meer open zee en de wind heeft duidelijk meer vat op de zee en op onze boot. Hoe verder we de open zee op gaan, hoe zwaarder de golven worden. Van Komang krijgen we uitleg over de vrouwelijke en de mannelijke zee. In gewoon Nederlands zijn het de verschillende stromingen die elkaar ontmoeten. Je kunt het ook gewoon zien, want de kleuren van het water verschillen.

Ik zit in ieder geval lekker aan dek van een Bintangetje te genieten. En die wildere zee, dat heeft toch best wel charme en de golven dat valt wel mee, denk nou echt niet in metershoge Noordzee golven. Onze bemanning vindt het mooi om een zeil bij te zetten, scheelt natuurlijk in de brandstof en wij maar bazelen over duurzaam, hier kijken ze gewoon naar de portemonnee.

Aan de vissers te zien, komen hoge golven sowieso niet veel voor. Ze varen in veredelde roeiboten, waar een motor is ingeschroefd. Een enkeling heeft een bootje met iets van een dakje, maar de meerderheid heeft die luxe niet. Bij het eiland Banta is zijn de vrouwelijke zee en de mannelijke zee het helemaal niet eens met elkaar. Hier staat een verschrikkelijke bak stroming, maar als je deze barrière over bent, wordt het weer een stuk rustiger. De wind blijft wel nadrukkelijk aanwezig.

Het vermaak aan boord is prima, beetje drinken, beetje kletsen, beetje over de zee staren en dan zie je ineens een dolfijn uit het water springen en dan ben je weer te laat met je camera natuurlijk. Annie heeft weer geluk, want we zitten nog op zee als de zon aan zijn dagelijkse afdaling begint. We hebben geluk dat we nog een diner voorgeschoteld krijgen, gisteren was het zo onaards lekker, dan kan het vandaag natuurlijk niet anders of het is net zo goed. Oh, wat zitten we weer te schranzen, geweldig.

We zitten al bij de kust van het eiland Sumbawa, we varen een baai in en dan is het dus ook afrekenen geblazen. Al dat drankmisbruik kost me 270.000 roepia, over 2 dagen dus. Eigenlijk geen geld. Dus ik rond het maar af op 3 ton. De bemanning is er in ieder geval heel erg blij mee, ja dan moeten ze maar niet zo goed voor ons zorgen. Vrolijke gasten zijn het in ieder geval.

We leggen aan in de haven van Sape. Het is eb en het tijverschil is ongeveer 1,5 meter, dus de kaai kunnen we alleen via het zonnedek bereiken. Beetje springen en ik sta op de wal. De dames krijgen natuurlijk weer hulp. De bus staat al klaar, dus een paar minuten later zijn de koffers ingeladen en krijgen we nog een rit in het donker van een uur ongeveer. Het is dan wel donker, maar vanwege de volle maan is er toch genoeg waar te nemen. Onze chauffeur moet poepen denk ik, want hij heeft nogal haast.

Links en rechts zien we wat rijstvelden, en palmbomen en bananen hebben ze ook Sumbawa, volgens ons Annie. Morgen is er weer daglicht en dan zullen we de beweringen van Annie wel eens checken. Voor het eerst in een week weer eens over een rechte weg, dan schiet het een beetje op. We passeren ook wat vrachtverkeer en toeval bestaat niet, maar we passeren de vrachtwagen met de bananen die we op Flores gezien hebben. Ik ben niet de enige die het ziet, neenee.

Bima, is onze stop voor vandaag. Een redelijke stad zo te zien. Het La'mbitu Hotel ziet er op het 1e oog best leuk uit. De kamers zijn zo geregeld, we slapen op de 2e of 3e verdieping. Samen met Arno en Conny sjouwen we maar achter de kofferknapen aan. Die weten de weg. Ik weet nu ook dat die mannetjes totaal, maar dan ook totaal geen conditie hebben. Ik dacht even dat het menneke dat met Arno’s koffer in de weer was, zo achterstevoren terug de trap af kwam zeilen. Onze tassen hebben ook helemaal geen conditie, want voor het eerst hoor ik onze tassen hijgen als ze de 3e trap op moeten. Oh nee, er loopt nog een menneke tussen. Een schriele kiep op zijn Brabants. Een heel schriel kiepeke.

De kamer ziet er behoorlijk luxe uit en wat belangrijker is, er is warm water. Geen lauw water, nee echt warm water. Dat komt goed uit, want we zijn wel eens toe aan een lekkere douche. Even wat stoeien met de douchekop, want er is altijd wel iets in Indonesië dat niet geheel functioneert, maar daar komt het warme water dan zoals ikĀ  het wil uit de douchekop. Zo, daar knap je van op. Annie gaat na mij douchen, ja die wil haar haren wassen en dan is ze toch een half uurtje bezig. Voor het eerst in een paar dagen ook weer eens tv, eens kijken of ze hier CNN of zo hebben. Nou dat hebben ze niet, Annie staat nog onder de douche, maar mijn ogen willen niet meer. Ik denk dat ik eens een uiltje ga knappen.