Indonesië Dag 12 Bima - Sumbawa Besar

Weer ultiem vroege wekker, het is 5 uur. We worden door maar liefst 3 zaken gewekt en dan valt het niet mee om je te verslapen. Onze eigen telefoonwekker, maar ook de huistelefoon en zeker niet in de laatste plaats is er nog een imam die al vanaf half 5 met zijn enorme speakers alles bij elkaar gilt vanaf zijn minaret. Wij hebben goed geslapen. Ons Annie zei dat ik al lag te snurken, toen zij onder de douche uit kwam. Da’s vast niet waar, ik heb het zelf niet gehoord.

Wij blijken zowat de enigen te zijn die geen klacht hebben over het hotel. Kranen ontbreken, afvoerputjes stinken een uur in de wind, muggen waren actief en weet ik wat niet meer. Het ontbijt is sober, maar ja, die boterham met kaas geeft veel energie, net als mijn dagelijkse ei en de sloot koffie. Om 6 uur gaan we weer op pad, vandaag wordt het een lange en zware reisdag. 250 kilometer moet er afgelegd worden. In Nederland is dat normaal gesproken ook niet zo’n probleem, hier wel naar het schijnt. En onze info bronnen zijn goed. Niet alleen Komang, maar ook onze ’Surinaamse’ reisgenoten Wim en Gerrie hebben het ons voorgehouden. De route loopt weer van oost naar west over het eiland.

Op Sumbawa waar we nu zijn, is de bevolking praktisch geheel islamitisch. Ik heb daar persoonlijk geen last van, maar je ziet het onder andere aan de kleding van de vrouwen, hoofddoekjes dus. En moskeeën, want die hebben ze in overvloed. Het vervoer is ook iets wat direct opvalt. Hier wordt nog heel veel met paard en wagen gereden, ook als taxi, grappig toch?

Het is nog aan het schemeren als we vertrekken. Niet al te ver buiten de stad hebben we onze eerste stop al. De zon komt net boven de horizon uit en wij staan al foto’s te maken van de zonsopkomst en van de zoutpannen. Het is het begin van de droge tijd, dus de zoutpannen staan nog voor een groot deel onder water. Er zit nu dus vis, al of niet gekweekt.

Die vis, die zijn ze nu aan het vangen, gewoon met een loopnet. Als de vissers de buit binnen hebben gehaald, komen ze naar de kant waar een stel vrouwen klaar staan om de buit te verdelen voor de marktverkoop.

Ook al is het nog verrekte vroeg, dat wil niet zeggen dat je dan niet vrolijk bent. Kijk die mensen ons eens toelachen en zwaaien. Bij de visgronden staan ook armetierige hutjes, de hutjes dienen alleen als zoutopslagplaats.

We gaan weer verder, door de polder, door dorpen en steden, maar het straatbeeld wordt toch vooral bepaald door paard en wagen en de hoofddoekjes. Het valt gewoon op. Langs de weg speelt het leven zich af, van alles is er te zien. Is je bus stuk, dan repareer je hem toch ter plekke. Of het allemaal even veilig is, dat is een ander hoofdstuk. Ik zou in ieder mijn hoofd niet onder de groene bus steken, die kan zomaar spontaan als een stuk legpuzzel in elkaar storten als je dat ding bekijkt. Afval ligt er ook in ruime mate. Overal, waar je ook kijkt, afval. Plastic vooral.

We hebben toch stiekem al wat kilometers weggedraaid, de eerste uurtjes. Bij een benzinepomp wordt halt gehouden en nu had ik me net al verbaasd over de toestand van de bussen, kijk nou eens wat nu het tankstation op draait. Een ritje in die bus, dat zou pas echt een belevenis zijn. De ultieme survival tocht.

Een tijdje later is het tijd voor de koffie, zoals anders gewoon langs de weg. Het is hier, waar ik voor eerst van mijn leven letterlijk in de goot belandt. Mooi plekkie om van mijn koffie en de koekjes te genieten, oh ja en van het uitzicht natuurlijk. Net zoals op Flores, komen ook hier praktisch geen toeristen. En dan rijst weer volgende vraag, zijn wij de attractie of zijn het de bewoners?

Het gaat er wel lekker relaxed aan toe, gelukkig mogen we er weer eens even uit. Een mooie boerin, ja dat vind ik ja, komt met 2 waterbuffels voorbij. Prachtig voor op de foto. Zoals heel de vakantie al, is het ook hier een pandemonium voor camera’s. De lokale marskramer komt op zijn brommertje voorbij. Wat je op zo’n ding kunt laden, echt onvoorstelbaar.

In deze omgeving zijn geen rijstterrassen, maar rijstvelden. Waar zou die boerin nu gebleven zijn met haar buffels? We kuieren een eind die kant op. Ver kan ze nooit zijn, want ze is ineens uit beeld. De helft van de groep is gewoon de waadplaats voorbij gelopen. De buffels liggen in een poeltje in het bos.

Na deze zeer aangename onderbreking hobbelen we weer verder, we rijden ongeveer parallel aan de kust. We passeren de streek van de garnalenkwekerijen, maar eerlijk gezegd is daar weinig spectaculairs aan, behalve voor een snelle foto dan.

Tijd voor de lunch, zoals gebruikelijk langs de weg. Oh ja, de wildplassers kunnen ook even de bosjes in. Terwijl we hier zo onze boterhammen met kaas en tomaat staan te verorberen komt er weer van alles voorbij.

Een menneke van amper 13 op een motor en natuurlijk zonder helm. Hij heeft wel plezier, want je ziet het hem uitstralen, kijk mij eens: dat mag hier niet, maar ik doe het toch. Ook een kudde paarden komt voorbij. De cowboys zitten op ijzeren paarden, is weer eens wat anders.

huis op palenFoto’s Vissersdorp

We slingeren verder langs de kust, tot we bij een bekende visserplaats komen. Nou ja, bekend, ik ben de naam nu al kwijt. Tijd om weer eens uitgelaten te worden. Er liggen enorme aantallen visnetten tussen de palmbomen en een aantal vissers is bezig met het boeten.

Komang vraagt weer eens op zijn bekende charmante wijze om permissi. Hele families zijn druk in de weer met de netten. Hun boten zijn ook anders dan we tot nu toe gezien hebben, het lijken wel enorme spinnenwebben. Komang heeft de bus een eind verder gestuurd.

Het dorp is een soort parodie op Amsterdam, want de huizen zijn hier echt op palen gebouwd. De huizen staan niet allemaal meer even recht, links en rechts is wat beter stutwerk vereist om de boel overeind te houden.

Een paar blokken verderop heeft iemand de geluidsboxen helemaal opengedraaid. Het lijkt wel kermis. Als we de plek des onheils naderen, blijkt dat er een bruiloft aan de gang is. Ik heb mijn lesje van Komang geleerd, dus ik vraag om permissi om foto’s te mogen maken. Helemaal geen probleem, ik moet wel even omlopen via de andere kant van het gebouw. We komen op een prachtig versierd achterstuk.

Het bruidspaar zit omringd door hun ouders op een troon. In volle traditionele bruidskledij. Het geheel is opgebouwd als een toneel. Het bruidspaar achter op het toneel en natuurlijk de toeschouwers voor het toneel. Het bruidspaar kijkt niet blij, in het geheel niet, die staan zo te zien stijf van de stress, laten we het daar maar op houden.

Op het toneel zijn een paar zangeressen bezig. Hun kleding staat mij wel aan, een beetje heel erg ordinair volgens onze normen. Het is niet zozeer hun zang die me opvalt, maar de manier waarop zij met de pelvis heen en weer bewegen. Zoiets verwacht je ook in een 3e-rangs nachtclub zogezegd. Hier hebben ze er gelukkig een andere beleving over, want de mensen vinden het prachtig. Ik ook hoor, maar je moet even schakelen tussen onze normen en de waarden hier.

bruiloftsfeestjeFoto’s Bruiloft

We moeten gaan zitten en er komen wat versnaperingen. Van ons wordt zonder meer verwacht dat we een hapje nemen. Het is iets jelly-achtigs, gifgroen in ieder geval. Niet echt lekker, maar zeker niet vies. De rest van de groep staat al een beetje naar ons te zwaaien, we moeten verder.

Maar Nellie komt het terrein niet af zonder een attentie van het bruidspaar. Een sierlijk kartonnen doosje en daarin zitten een bekertje water, een plakje cake en wat  kroepoekjes of zo. Ik had zo graag nog even gebleven, maar de bus must go on. We zwaaien houdoe en bedankt en iedereen zwaait terug, ik geef nog een paar mensen een hand, terima kassi zeggend. Och, je moet die gezichten zien stralen, een brede grote glimlach van oor tot oor.

Hier had Komang niet op gerekend, op ons eigen initiatief. Hij vindt het helemaal niet erg, ben je mal. Hij is zelfs een beetje trots, serieus. Als we het dorp uit zijn, is het ook afgelopen met de redelijk goede weg. Het schiet voor geen meter meer op. Dat begint wel snel te vervelen. Hele stukken weg zijn ze aan het repareren. Als er nou enige lijn in zat, maar er is geen systeem in de wegenbouw te ontdekken. Op de meest vreemde plekken zij er ineens wegwerkzaamheden, om vervolgens weer even onverwacht op te houden. En we moeten nog een paar uur. Echt hotsebotsen dus. Stoffen doet het ook, wis en waarachtig. De tank van de bus is ook al weer leeg, valt wel op 2 stops op een dag, of zouden ze met dergelijke minimale marges werken, dat er ala formule 1 op gewicht wordt gereden om zo de kosten te drukken?

Half 5 is het nu, tijd voor een stop. We hebben vandaag nog niet zo veel fruit op, dus aanvullen dat tekort. Er staan een paar tentjes waar de watermeloenen ons uitnodigend aankijken. Smaken toch anders dan die Hollandse meloenen, vele malen lekkerder. Een paar meter verderop zijn wat landmeters aan het werk. Herman heeft altijd in de baggerbusiness gezeten, dus die moet toch eens even een blik werpen op hoe het landmeten er hier aan toe gaat.

Aan de overkant hebben een paar kleine kinderen de grootste schik, om ons zo te zien. Ik steek de weg over, ik zal het spel maar meespelen. Kom jongens op de foto en kijk, de een is wat verlegen, maar de kleinste heeft echt het grootste plezier. Zeker als hij zichzelf terugziet op de camera. En de ouders, die vinden het ook al geweldig. Pa loopt met me mee naar de bus, hij gaat zijn collega aan de overkant even meehelpen met de meloenen voor de Belanda’s. Over sociaal gesproken.

Volgens Komang is het nog een klein uurtje, dus even doorbijten nog. Het laatste stuk van de weg is gelukkig weer redelijk normaal. Ja, we hebben het nu toch allemaal wel gehad. Wij niet alleen, Komang en de busboys ook. Het hotel ’Kencana Beach Inn’ ligt buiten Sumbawa Besar, maar we stoppen efkes om te pinnen. Het hotel ligt een kilometer of 12 buiten de stad, om wat exacter te zijn. Het ziet er geweldig uit, een oprit door de tuin van een kleine 200 meter.

De lobby is heel slim, maar wel modern vormgegeven. Een grote kap overdekt de lobby, de bar en het restaurant. Er staan ook cocktails voor ons klaar. Helaas alcoholvrij, maar we gaan direct het tekort aan de Bitangbloedspiegel wel aanvullen. Eerst maar eens naar de kamers.

Annie met cocktail

De tassen staan al op de veranda voor de deur en het ziet er geweldig uit. We hebben allemaal een eigen huisje op palen aan het strand. Oh, er ligt nog een klein stukje tuin tussen. Het huisje zelf is prachtig leuk, helemaal van hout en bamboe, simpel ingericht, maar wat een ambiance. Ze hebben er zelfs een airco in gehangen, maar dat ding slurpt wel vreselijk veel energie om de boel een beetje te koelen.

De wanden zijn van flinterdun bamboe en overal in de vloer en trouwens ook in de muur zitten gaten. Uit gaat dat ding dus, hebben we toch onze bijdrage geleverd aan het verminderen van de opwarming van de aarde. De tassen even op zijn kop zetten, want het is weer wastijd. Terwijl we was bij de lobby inleveren, krijgen we ook gelijk de menukaart onder ogen gestopt. Of we het nu vast op willen geven, dan kan de keuken alvast aan het voorwerk beginnen.

zonsondergang

We kijken even wat rond in de tuin en dan op naar de bar, Bintangtijd. De zon gaat ook op een dag als vandaag onder, dus Annie pakt haar hobby weer even op. Om ons te entertainen staat de karaoke-tv aan, met Indonesische hits. Ik ken er geen een nummer van, moet ik toegeven, maar de Bintang smaakt weer perfect.

Komang komt helemaal uitgelaten voorbij. Zijn vrouw heeft hier 12 literflessen palmwijn voor hem af laten zetten. Hij gaat het er eens van nemen vanavond, dat zie je aan heel zijn uitstraling.

Terwijl we lekker gezellig wat met zijn allen aan 1 tafel zitten te buurten, wordt het eten geserveerd. Voor Annie saté met rijst en ik, ik stort me op de biefstuk met friet. Nou is de biefstuk iets anders dan bij ons, maar het smaakt niet verkeerd. En de friet is ook bijna van Vlaamse kwaliteit.

Komang komt weer voorbij, hij huppelt zowat van blijdschap. We mogen ook van de wijn proeven, hij heeft genoeg, meer dan genoeg. Dat smaakt anders dan onze wijn, duidelijk anders. Je zult het wel moeten leren drinken, denk ik. Van de alcohol zul je niet omvallen, 6-10%. Als je maar genoeg drinkt dan smaakt alles, ik heb dat met bier ook, Stella vind ik niet zo lekker, maar na een glas of 4 is dat gevoel weg.

We tafelen nog even wat na met Tycho en Lisette, Herman en Joke en Conny en Arno. Laat wordt het niet, want tegen half 10 gaat het lampje bij iedereen uit. Oh ja, vanaf 5 uur vanmorgen al in de weer. Aboeng.