Indonesië Dag 14 Sumbawa Besar - Tetebatu (Lombok)

We mogen weer uitslapen vandaag, we vertrekken pas om 9 uur. Maar om 7 uur liggen we al te draaien in bed. Eruit dan maar, de koffers pakken, meer handelingen dan het dichtritsen van de tassen is dat ook eigenlijk niet. Op naar het ontbijt dan. De rekening van 2 dagen ook alvast maar betalen, 7,5 ton moet ik aftikken. We zitten nog lekker aan ons ontbijt, als de buurman van het hotel ook al boven water is. Daar wordt net als hier trouwens flink geveegd, de tuin, het gras, het zand. Net het strand doen ze nog niet.

Als wij vandaag afreizen, hebben ze het relaxed in het hotel, geen gasten meer. We zitten wel aan de voorkant van het seizoen, maar of het allemaal heel rendabel is, ik weet het niet. Ach, van de andere kant, dit is niet het eerste hotel waar we dit meemaken, dus het zal wel geen vette boterham zijn, maar ze zijn er in ieder geval mee van de straat.

Om 9 uur is het vertrekken geblazen, richting West Sumbawa. Gelukkig niet zo’n lange trip al eergisteren. Een goed uur als we het rustig aan doen. De weg is in ieder behoorlijk goed nu, dus dat scheelt. Komang moet nog wel even wat boodschappen doen in 1 van de volgende dorpjes of stadjes. We stoppen midden in het centrum voor een supermarkt en die ligt weer pal naast een school. Zou er wel les worden gegeven in Indonesië, want iedere keer als wij een school zien, is het speelkwartier. Zouden ze hier het Gils kwartierke soms ook kennen?

Cees met scholierenFoto’s School

Vermakelijk is het zeer zeker. Kom, we gaan de winkel eens in, kijken of we nog wat kunnen scoren, een paar flesjes fris en wat koekjes. We moeten een paar duizend roepia betalen, maar ze kennen de toerist hier niet, dus ze geven gewoon terug wat je toekomt. Als het niet meer met munten of briefjes kan, dan krijg je een paar snoepjes, net zolang tot het past. Da’s pas service.

Als we weer buiten komen, worden we door de kinderen onmiddellijk tot attractie van de week gebombardeerd. Mooi om iedere keer weer te zien, je hebt stoere kinderen, beetje verlegen giechelende kinderen en er zijn er ook een paar die de withuiden zo maar eng vinden. Het is wel gaaf, want wij hebben net zoveel plezier. En kijk maar eens hoeveel trouwe volgelingen ik in geen tijd heb. De snoepjes, daar ben ik zo vanaf, 2 milliseconden.

Komang heeft zijn boodschappen ook kunnen doen en tot zijn verrassing wordt in deze winkel nu ook brood verkocht, dus vanmiddag kunnen we toch gewoon lunchen. De bus wordt weer gestart. Lang gaat de rit vandaag niet duren, even verderop stoppen we alweer. Een dorp op palen, zie je ook niet iedere dag. Het dorp is gebouwd op, en daar komt weer een puzzelwoord, het is gebouwd op een atol.

Heel luxe zal dat toch behoorlijke dorp niet zijn, want er is zelfs geen zoet water. Niet zo heel veel later maken we weer een stop in het stadje Alas. Het is markt en natuurlijk een drukte van jewelste. Komang moet nog wat fruit en tomaten hebben, mooi, kunnen wij wat luchten. De meest gebruikte taxi is hier nog paard met wagen. Brommertjes hebben ze ook genoeg, duizenden zelfs. De zijstraten zijn ooit eens geasfalteerd, maar dat was waarschijnlijk nog van voor de jaren 40. Je kijkt je ogen uit je kop.

Komang op de marktFoto’s Stops

Even verderop weer een stop, er moet weer getankt worden. Mooi, dan kunnen we ook nog even de blazen legen in de wc. Dick en ik zijn eigenlijk verbaasd dat ze hier een pisbak hebben, ja en niet zo’n kleintje ook. Komen we uit de wc, ontstaat er een bak commotie. Het zit namelijk zo: bij elk tankstation is ook een moskee. Bij een moskee is ook altijd de gelegenheid om je te reinigen, een wasbak dus. Nou hebben wij 2, volgens de rest van de groep, in die wasbak staan te piesen.

Echt niet waar, kijk maar daar hangt het bordje wc en ja, dat het naast die moskee is, daar kunnen wij niks aan doen. Ga maar eens in België in een willekeurig café kijken, daar sterft het van die pisbakken. Nee hoor, is het antwoord, het is de wasbak van de moskee. Nou wij hebben gewoon de pisbak gebruikt, zeker weten. Dus met een grote grijns van hier tot Lombok nemen Dick en ik weer plaats in de bus.

Om half 12 komen we bij de veerboot aan. Het is een groot open terrein en er zijn 2 pieren. Er ligt al een veerboot aan de steiger, maar zo te zien is die boot al vol, want de slagbomen zijn naar beneden. Er zit niets anders op dan te wachten op de volgende boot.

Geen enkel probleem volgens Komang, want er zijn boten genoeg. Dus we gaan braaf in de wachtstand. Er is zelfs een passagiersterminal. Terminal, het is met wat grandeur neergezet, maar ook hier geen onderhoud en het spul is nog niet oud. Er hangt wel een airco, maar ook die is al kapot.

Na een tijdje komt er weer een boot in zicht. Moeten wij daar mee overvaren, hmmm. Op het gemak slenter ik er naar toe en hoe dichter ik bij de boot kom, hoe meer gevoelens van hmmmm ik krijg. Eigenlijk is het niet meer dan een bonk ijzer door roest aan elkaar gehouden. Snap ook meteen die verhalen van die zinkende veerboten in Azië en Afrika. Onderhoud, die boten blijven in staat van nieuw, dus waarom zou je daar geld aan uitgeven?

Laten we maar eens op het passagiersdek gaan kijken. Daar is al een hele sloot volk aanwezig. Niet alleen passagiers, nee ook verkopers. Van alles wordt er verkocht, lunchpakketten ook. Lekkere nasi, moet wel van heel speciale kwaliteit zijn, deze hoef je niet te koelen, zelfs niet in deze hitte. Toch zien we maar af van de aankoop van zo’n lunchpakketje.

Het is een waar pandemonium, met een beetje negatief denken, kun je het ook zien als je laatste aankoop ooit. Zinkt de boot niet, dan hebben ze nog altijd een lekkere voedselvergiftiging in de aanbieding. De lokale bevolking denkt daar toch iets anders over. Die kopen gewoon spulletjes, ja ook die nasi. Alles verkopen ze, kroepoek, pinda’s, water. En ijsco’s, eskriem, eskriem, eskriem, roept hij. Zijn ijsjes verkoopt hij vanuit een Ola-koelbox.

Ongeveer iedere 3 seconden komt er een verkoper voorbij. Stiekem wordt er toch veel verkocht, want 20 minuten later zijn hun manden toch behoorlijk lichter. We gaan varen, de verkopers gaan van boord en de trossen gaan los. We zitten helemaal achteraan, vlakbij de uitgang en daar is ook de enige reddingsboot. Beneden staat een matroos klaar om de trossen los te gooien. Op zijn slippertjes, geen helm, geen handschoenen, geen veiligheidsschoenen, tussen nog wat andere losliggende trossen.

We krijgen nog een soort van veiligheidsinstructie denk ik, want vooraan in onze ruimte begint een vent als een soort van stewardess van alles uit te kramen. Even later blijkt het helemaal geen stewardess te zijn. Het is een speelgoedverkoper. Als hij klaar is met zijn preek, lopen hij en nog wat handlangers met speelgoed tussen de passagiers. Als ze ook maar denken een kind te zien, stoppen ze dat kind gelijk een spelletje of een pop of een autootje of weet ik wat voor prullaria in zijn handen.

Ze zetten het ook op de rand van iedere bank. Dat zouden ze in Nederland eens moeten doen, dan zou je pas echt kunnen lachen. Maar het werkt wel, want die kinderen beginnen natuurlijk te zeuren en wat doe je als ouder om van dat gezeur af te zijn, juist je koopt het maar. Ook andere verkopers zijn opgestaan, die zien er sowieso al stukken beter gekleed uit en de waren die zij bij zich hebben, ogen ook al beter. Ik zou van hen nog geen nasi kopen, maar waarschijnlijk heb je nu alleen maar een dag of 3 diaree.

Als we het open water naderen, begint de boot ook meteen te rollen, van links naar rechts. Komang komt rond met stukken meloen, ja dat smaakt altijd. Met veel passagiers gaat het niet goed. Aan een groot aantal mensen zie je dat ze duidelijk niet op hun gemak zijn. Verre van zelfs. De meeste kinderen worden ook een stuk stiller. Voor ons heeft een menneke van een jaar of 8 zich net helemaal te goed gedaan aan de nasi. Die nasi zit te wringen, die wil eruit. Het is dat zijn pa helder van geest is, want die pakt dat menneke op en hangt hem met zijn kop uit het raam. Dat lucht blijkbaar op, een keertje lekker spugen.

2 banken voor ons zit een ukkepuk van een net een jaar ook niet lekker in zijn vel. Hij huilt, echt niet normaal. Op de bank voor ons zit een omaatje toe te kijken. De kleine leunt wat over de schouder van zijn moeder en kijkt huilend richting oma. Zou die oma zo lelijk zijn dat het kind moet huilen? Even later blijkt dan toch van niet. Ook bij hem moest er iets naar buiten. Een grote golf witte babykots zo recht bij oma in haar schoot. Geweldig man, ik zag het gebeuren en ik zag het aankomen. Echt een straal van zeker een meter met een diameter van 5 centimeter. Oma heeft het helemaal gehad.

Links en rechts zitten nog wat meer mensen flink te kokhalzen. En die boot die slingert steeds harder heen en weer van links naar rechts. Het duurt nog een tijdje voor we in Lombok zijn, dus ik ga wat rond kuieren. Nou daar ben ik ook al snel van terug, want waar je ook kijkt, overal zien ze groen en geel van ellende. Over de gehele vloer ligt ook kots en er is niemand die zich daar druk om maakt. Schoonmaken, ben je mal. Dat droogt gewoon op.

De veerboot maakt af en toe toch een flinke draai om wat minder haaks op de golven te liggen. Het scheelt wel, tenminste als ik naar Lisette kijk, want die is allesbehalve opgewekt. 2 uur maken we van die flinke slingers van links naar rechts en een beetje op en neer.

We hebben het weer overleefd, tenminste we liggen nu in de haven te wachten tot er weer een plekje vrij is op de pier. Veerboten hebben ze genoeg, pieren dat is wat anders. We kunnen van boord en je ziet de opluchting bij velen. Het heeft voor een groot aantal duidelijk te lang geduurd, die hebben het zogezegd niet droog gehouden.

We zijn nu dus in Labuhan op Lombok, het eiland van Komang, hoewel hij van oorsprong Balinees is, heeft hij hier nu zijn vaste stek gevonden. We gaan nog bij hem thuis langs, maar dat is pas over nog een paar dagen. Het is nog geheim, dus mondje dicht, niemand weet dat we bij Komang thuis gaan lunchen. Het zal de 2e verrassing worden voor Lisette en Tycho.

CeesFoto’s Middag

Kort nadat we van boord zijn gegaan, stoppen we voor de lunch. In het veld, in een open schuur kunnen we op het gemak lunchen. Lekkere boterham met veel pindakaas, daar word ik vast groot en sterk van. Stukje meloen nog, was nog over van onze bootreis. We gaan weer verder, het gaat niet zo heel lang meer duren, uurtje of 2 hooguit. De weg is gelukkig wel een stuk beter, maar ook drukker. Het sterft van de scootertjes en brommertjes. De route over Lombok is niet ingetekend op de kaart, maar als je de plaatsen zoekt, lijkt het logisch.

De politie rijdt ook rond op van die kleine motortjes, ze zitten er met zijn tweeën op. Ik kan er niks aan doen, in 1988 reden ze ook al zo en toen moest ik steeds aan de YMCA denken. Nu weer trouwens. Het blijft een raar gezicht als die passagier zijn handen op de heupen van de bestuurder legt. Dat doen toch alleen geliefden, zou je zeggen. Ze volgen vast die vrachtwagen met vaten, waarvan de boel niet zo goed is vastgesjord. Zal wel een prent krijgen of anders zal ie de boel toch moeten afkopen.

Er is waarschijnlijk een feestdag, want her en der zie ik prachtig geklede vrouwen en meisjes. Kijk daar, op dat brommertje, moeder en dochter en strak opgemaakt. Volgens Komang zijn er vandaag en morgen veel bruiloften op Lombok. We gaan midden in een dorp rechtsaf van de grote hoofdweg richting Tetebatu. De snelheid wordt nu fors minder, de toestand van de weg ook trouwens. Even later lopen we vast in een file. Een leuke file, de 1e leuke file in mijn leven. Rap de bus uit, want we zijn getuige van een bruiloftsstoet. Het is even wat breder en onze bus rijdt alvast vooruit.

Een groep van 150 mannen en vrouwen lopen door het dorp. Ze zijn op weg naar het huis van de bruid. Voorop lopen de meisjes en daarachter de vrouwen en de bruid. Daar zitten uren voorbereiding in en de kapsters hebben goede zaken gedaan deze dagen. Ze zouden zo het podium op kunnen om mee te doen aan de miss Tetebatu verkiezing. Alleen ze kijken allemaal zo streng, niet echt vrolijke gezichten bij de meisjes en de vrouwen. Het zal wel tot de locale cultuur horen.

Veel toeschouwers ook, ja maar als zo’n stoet voorbij komt, ga je met heel veel plezier kijken. Tsjonge wat een mooie vrouwen. Maar ook al is die stoet nog zo belangrijk, het brommerverkeer gaat gewoon door. Die schijnen ook bij de stoet te horen.

Ik hoor van Annie dat er een brommertje met 3 mannen voorbij kwam. De middelste had blijkbaar een ongeluk gehad. Zijn hele gezicht onder het bloed en helemaal bij bewustzijn was hij ook niet. Het is een enorm spektakel, de Lombokkianen, of zijn het Lombokkers, genieten ook van ons. Vol trots worden de kinderen geshowd, we mogen foto’s maken in alle hoeken en standen en zoveel als we willen. Alleen maar lachende trotse vriendelijke gezichten.

Van praten komt niet veel, want de stoet wordt gesloten door de een of andere fanfare en die maakt me een bak herrie. Een paar trommels en heel veel bekkens. En maar slaan met die pannendeksels, horen en zien vergaat.

Maar eerst komen de jonge vrijgezelle mannen voorbij, zij zijn dus nog beschikbaar. Die jongens kijken heel anders, die zijn zorgeloos. Net als bij ons dus, zet een stel jonge gasten bij elkaar en het is alleen maar dikke pret. Het einde van de stoet nadert, maar het geluid zwelt alleen maar aan.

In de fanfare loopt maar 1 man met een fluit. Nee, ik bedoel het muziekinstrument. Die fluit dus, of iets wat daar voor door moet gaan, die hebben ze via een draagbare accu op een versterker aangesloten en ik schat hem toch op 107 decibel.

Oh, we moeten opschieten, de bus in, want straks staat de bus weer achter de stoet en de wegen worden alleen maar nauwer. Heel erg jammer, wat een spektakel, en mooie vrouwen, ja die laat je niet graag alleen, tenminste ikke niet. We rijden weer verder en stuiteren pardoes weer op zo’n trouwstoet. Maar net als we aanstalten maken om de bus te verlaten draait de stoet rechtsaf, een erf op. Volgens Komang is het morgen zondag en dan zijn de meeste bruiloften, dus wie weet hebben we dan weer geluk.

Om kwart over 5 komen we bij het hotel Wisma Soedjono aan. Het ligt een paar kilometer van het dorp aan de rand van de rijstvelden. Ook dit is een eenvoudig hotel, maar die ligging, die is geweldig. Prachtige tuin, dat belooft veel goeds. Inchecken is zo gebeurd, maar er lopen wel veel mannetjes rond en ze zijn iets te nadrukkelijk op geld uit. Zal ik eens kijken of het warm het doet, wilt u misschien vanillestokjes, zal ik de koffers binnenzetten, moet ik de tuin laten zien, allemaal in heel behoorlijk Nederlands, echt waar. Dat zijn zo even in 3 minuten een paar vragen, die aan ons gesteld worden. Ons Annie heeft het helemaal gehad met die gasten, dus opzouten.

De kamer is inderdaad erg sober, een bed en een douche met warm water. Alleen de wc, dat is er weer eentje met heel veel gebruiksaanwijzing, wc papier in het mandje, anders verstopt de hele toko. Spoelen kun je het beste doen met de emmer, want de vlotter van de stortbak heeft al zoveel leven achter de rug, dat ie niet meer stopt. Een soort van incontinentieprobleem voor waterreservoirs dus. De tegels waren in 1965 waarschijnlijk erg modern en over de wastafel, ja die straalt een en al design uit.

We gaan eens wat rondkijken in de tuin, ja het ziet er mooi uit, wreed mooi zelfs. De imam is ondertussen ook weer actief, vanaf zijn minaret staat hij de omgeving te vervuilen met zijn gebral. Annie, kijk eens op de klok, het is Bintangtijd. Mooi, dan kunnen we tevens het avondeten bestellen, want dan kunnen ze er in de keuken rekening mee houden.

Op het terras is het heerlijk toeven, het oud koloniale gevoel komt weer boven. Toeang Beautykesie. Het avondeten besteld, om half 8 kunnen we aan tafel. Ben benieuwd of we allemaal een eigen tafeltje krijgen, of dat we weer met zijn allen aan een grote tafel kunnen. Komang, die zijn we een paar uur kwijt, die is naar huis, even goedendag zeggen tegen vrouwlief en de kids. Hij is waarschijnlijk morgenvroeg terug. Het is hier een uurtje of 1,5 vandaan. Nog even wat relaxen op en rond de kamer, Annie kan haar haar weer eens proper wassen en ik vermaak me wel met mijn tetris.

Het is ondertussen pikkedonker en de paden zijn hier slecht verlicht, dus met de zaklamp op pad naar het restaurant. Je moet een steile trap op, lekker glad, want het is wreed vochtig. Echt Hollands benauwd dus. Op het terras zitten Tycho en Lisette bijna onzichtbaar achterin. De verlichting bestaat uit een paar waxinelichtjes, that’s it. Lang zijn we niet met zijn vieren. De anderen komen er ook aan, eerst maar eens een apperatiefke, anders smaakt het eten niet. Bintang zeker.

We mogen allemaal aanschuiven aan 1 grote tafel, gezellig is het zeker. In de keuken hebben ze het goed voor elkaar, het eten wordt in 1 ruk opgediend, voor- en hoofdgerechten tegelijk. En lekker is het zeker, nog een biertje erbij, gewoon uitstekend vertoeven hier. Gelukkig goed gesmeerd met deet, want het sterft van de muggen. Die muggen zijn blijkbaar verzot op mijn mooie praktisch haarloze benen, maar de deet, dat bevalt ze in het geheel niet.

Beneden in het dorp is het blijkbaat feest, dat kan ook niet anders met al die bruiloften. Er wordt volop muziek gemaakt, wat hier doordringt zijn de trommels. Tegen half 10 houden we het voor gezien. Op de terugweg wijst Annie mij nog even op een enorm spinnenweb, lekker eng in het donker. Het was weer een stik leuke dag vandaag, maar mijn lampje is op, batterijke leeg, aboeng.