Indonesië Dag 15 Tetebatu

De imams zijn er weer vroeg bij vandaag, half 5 begint het geleuter en goed vals ook. Niet knetterhard deze keer, maar net hard genoeg om wakker van te worden. Nou lagen we er ook al apenvroeg in gisteren, dus onze rust hebben we wel gehad. Bietje dommelen nog. De zonsopgang wordt door Annie vanuit bed waargenomen. De gordijnen houden niet veel licht tegen. De camera hoeft er ook niet uit, die kan blijven liggen. Annie houdt nog even siësta. Tegen 7 uur houden we het niet meer in bed, lekker douchjes pikken, hoewel lekker. Ik moet de douchekop in mijn handen houden. Da’s lekker handig met een hand wassen en met de ander het straaltje richten. We hebben er weer zin in, heel de vakantie al, nog geen dag gedacht van: moet dat nou?

Vandaag gaan we wandelen, maar daarvoor moet je wel eerst wat calorieën stapelen. Het ontbijt is daartoe prima geschikt. Gisteravond al opgegeven wat we wilden. Wat dacht je van toast en eieren en koffie, voor de verandering. Komang is ook weer boven water. Is weer helemaal happy, dat ie zijn vrouw en kinderen heeft gezien. Om een uur of 8 gaan we de weide wereld in. Wandelen door rijstterrassen met een lokale gids. Gewoon starten vanaf het hotel. Langs de kaketoe, de huisvogel. Die kent nog geen Brabants, nu misschien wel, ’wittegeit’ fluister ik hem 17 keer in. Wat verder op het complex staan eftelingachtige huisjes, waarom wij daar niet in zitten, geen idee want we leven toch al 2 weken in een sprookje.

Er staat hier ook een champignonkwekerij, da’s een heel grappige kwekerij. Champignons worden hier in plastic zakken geweekt en niet op bakken paardenmest zoals bij ons. Het meurt dus lang niet zo als in de Nederlandse kwekerij. En bijna alle bomen die hier in de tuin staan hebben nut, geen nut dan hoor je niet in de tuin. Nootmuskaat bijvoorbeeld, groeit hier aan de boom, nog niet in een potje, maar ze hebben het wel. De kaneelboom groeit hier ook. Kaneel is geen vrucht, nee het is de bast van jonge scheuten. Koffiestruiken, limoenen, bananen natuurlijk, heel de fruit- en kruidenwinkel is hier.

Klavertje4Foto’s Begin wandeling

We naderen het 1e rijstveld, mooi, vanaf een afstandje zeker. Iets verderop is het precies Indonesië zoals het in je kop zit. Palmbomen en rijstterrassen en honderden varianten aan groen. Fantastisch, het weer is perfect, wat willen we nog meer. We lopen langs de rand van het bos. En een heel veldje vol met klavertjes 4, leuk hè, ik pik er stiekem eentje. Neem ik in het geniep meer naar Holland, voor altijd geluk, let maar op.

Direct gaan we de polder in, maar eerst natuurlijk een blik op de irrigatie, want daar draait het in de rijstteelt toch om. Er staan een paar heel oude, zeer primitieve, maar uiterst effectieve pompen. Die werken op zwaartekracht. Water is er ruim voldoende, dat heb je wel meer met een hoge berg of vulkaan. Het komt een behoorlijk steile helling af en dan kun je heel goed met simpele technieken zoals zwaartekracht werken.

We lopen nu over de dijkjes die de rijstvelden omgeven, af en toe slootje springen. Beetje nadenken met wat je doet, want het is natte klei waar we over lopen, dus een slippartijtje is niet ondenkbaar. De dijkjes zijn ook niet vlak, dus wel constant je aandacht erbij, anders heb je een vies shirt en waarschijnlijk ook een natte onderbroek. De Indonesiërs lopen gewoon op hun slippers, vieze natte voeten nou en. Wij niet, wij moeten met zware wandelschoenen over de dijkjes, want daar zit profiel onder. Na 2 minuten door het slijk zitten die profielen ook helemaal vol met slik, dus de grip is zero. Ach, de zon schijnt dat het een lieve lust is, een perfecte dag wordt dit. En een groene dag, helemaal scheel van de tinten groen zou je worden.

Links en rechts zijn wat boeren in de rijstvelden bezig. Ze zwaaien allemaal naar ons. En daar is nog een boer aan werk met een paar ossen. Dat is hier ook een zeldzaamheid aan het worden volgens Komang. Iedere boer heeft tegenwoordig zijn Japanse ossen, je kent ze wel die 2-wielige gemotoriseerde ploegen. Heel zwaar werk zo te zien, met je poten diep in de modder achter die ploeg sjouwen, dan lust je op het eind van de dag wel een paar Bintangs. Wij ploeteren ook lekker verder, omhoog, almaar bergop, glibberen over de padjes. Oh ja, padje is echt plat Gils voor paadje.

We komen bij een paar boerderijen en daar mag je gewoon over het erf banjeren. Vinden de mensen prachtig. Ook al hebben ze dan niet zoveel bezittingen, toch heeft iedereen wel een hobby. Duiven, ja sierduiven, in een mandje, echte postduiven, want ze hebben een soort van kokertje om hun nek gebonden. De kinderen zijn zeer verrukt met ons, kijk eens lekker snoep en dan heb je nog altijd Lisette en Tycho, die hadden nog wat schriften over, kijk ze eens blij zijn.

We lopen weer wat verder, daar zijn er een stel op de akker aan het werk. Ze planten nu tabak. De droge tijd komt er aan en dan kun je beter wat anders als rijst verbouwen. Tabak brengt goed op, in een paar maanden is het oogstrijp en de Indo’s, ja die roken bijna allemaal. We glibberen lekker verder over de dijkjes. Af en toe passeren we een boerderij, maar voor we er zijn, zijn we al luidkeels door blaffende honden aangekondigd. Als we dichterbij komen, word de grond evenwel te heet onder hun voeten en zijn ze weg.

Waar we ook lopen, vanuit welke hoek we ook komen, het uitzicht blijft fantastisch. Eigenlijk zou je dit 3-D op moeten kunnen nemen. Annie maakt een foto van me, in mijn groene shirtje tussen al dat andere groen. Wordt het toch nog iets met me. Kom, we moeten weer verder. De mensen blijven naar ons zwaaien en lachen, nee dat verveelt nooit.

Die boeren, ze moeten wel hard werken, als ze het goed doen, hebben ze zelfs een paar koeien. Die koeien hebben het wel goed. Die hoeven helemaal de wei niet op, nee het gras wordt ze gebracht. De boeren hebben de grond veel te hard nodig voor de inkomsten, dus een wei is er niet bij. Het gras snijden ze dan maar zelf op en langs de dijkjes. Altijd werken dus.

We hobbelen weer verder, bij een sluisje moeten we springen en dan meteen hopla over een stenen muurtje naar de overkant. Spannend man, ja we hebben het niet makkelijk. Tijd om nog eens ergens bij stil te staan. De kapokboom, dat wist ik ook niet, kapok groeit aan een boom. Het lijkt wat op katoen, maar daar houdt de vergelijking op. Kapok, vroeger bij ons gebruikt als matrasvulling. Hier wordt het nog steeds voor dat doel gebruikt.

Er zitten 2 oude vrouwen, zij lopen de gedorste strohalmen nog eens na. Er blijven altijd rijstkorrels achter, de opbrengst mogen ze zelf houden. De hele dag zitten ze, voor een paar zakjes rijst, het stro nog eens na te kloppen. De ouderen hebben het niet makkelijk, geen pensioen, geen AOW, alleen maar zelfvoorzienigheid. Dus op hun oude dag moeten ze nog aan de slag.

RijstterrassenFoto’s Wandeling deel 2

Lisette geeft aan een van hen een oude broek. Alsof de hemel naar beneden zakt, zo blij is ze met het geschenk van Lisette. Annie wilde een tijdje geleden van een leeg waterflesje af. Geef maar aan mij, zei de gids en die geeft het nu aan de dames. Daar zijn ze ook al zo blij mee, dat kun je eigenlijk toch niet bevatten, dat zelfs een leeg plastic flesje een luxe artikel is.

We zijn dik 2,5 uur onderweg en geen milliseconde is de verveling toe geslagen. Als we omhoog kijken, zien we de enige vulkaan van Lombok, de Rinjani.

We lopen nog even verder een dorpje in. De weg wordt hier vooral gebruikt om rijst te drogen, ja auto’s heb je hier niet veel. Satellietschotels wel, in een aantal tuinen staat gewoon een enorme schotelantenne. Zouden ze hier dan ook iedere dag GTST kijken?

Hè, daar staat onze bus, da’s grappig. Oh, we moeten instappen, we gaan naar de waterval, maar het hele stuk te voet zou te lang duren, dus vandaar dat Komang de bus heeft geregeld. Is niet erg, want het is een heel steil stuk waar we tegen op moeten. Tjonge, dat zou me een litertje of 4 zweet gekost hebben. Geen probleem eigenlijk, want we zijn toch onderweg naar de waterval. De bus stopt, de weg is te slecht om die hier over heen te jagen. De bus neemt een andere langere route, wij kuieren op het gemak richting de ingang van het nationaal park.

Bij de ingang lopen een stuk of 20 jonge grieten te giechelen. Zijn natuurlijk helemaal in de ban van die grote blanke lichamen. Het blijken een groep meisjes verkenners te zijn. Jazeker en discipline hebben ze wel, want als ik zoals een Amerikaanse drill sergeant ’attention’ roep, staan ze ineens in de houding. 2 milliseconden later hebben ze in de gaten dat ze in de maling zijn genomen. De giecheldecibels bereiken ongekende waarden. Alleen, en dat is wel jammer, die grietjes dus dat zijn moslima’s en dus geen stukse bloot been te zien. Kinderen zijn het nog, maar ja, nog maar enkele decennia terug was het bij ons net zo erg. Dus wellicht als de welvaart hier een keer toeslaat, komt het toch nog goed.

WatervalFoto’s Waterval

Kom, we gaan het enge bos in, naar de waterval. Komang blijft achter bij het winkeltje bij de ingang, hij zorgt dat we straks koffie hebben bij terugkomst. Het schijnt een zware en slopende klim te zijn. Nou het 1e stuk valt veel mee. Het lijkt wel of we bij iemand in de serre lopen. Of je nu links of rechts kijkt, alleen maar kamerplanten en dan nog in de bloei ook als het even kan. Het pad is behoorlijk vlak. Ik loop natuurlijk weer helemaal achteraan in de groep, kan zo op mijn dooie akkertje foto’s maken.

Het 2e stuk wordt het anders. Het vlakke padje, of paaike, verandert. Het wordt glad, nat, slipperig en er zijn behoorlijk wat hoogteverschillen. Veelal met trappen, van dat lekker gladde graniet. De waterval ligt voor ons, maar om nou te zeggen: goh wat een spektakel, nee dat gaat wat ver. Bovendien kun je bijna niet aan de voet van de waterval komen zonder je schoenen uit te doen. Gegarandeerd dat je natte voeten overhoudt.

Ik probeer het nog met wat over de rotsen te springen, maar het gaat niet. Herman die is niet zo flauw, hup gewoon met de schoenen aan over de rotsachtige bodem. Wel natte voeten dus. De weg terug geen avontuur. Beneden zit Komang al te wachten, de koffie krijgen we bij de dames van de kiosk. Komang zal wel weer iets geritseld hebben, zodat zij ook nog een paar centen aan ons verdienen.

Met de bus gaan we weer verder, we gaan een paar typische dorpen bezoeken. Mooie term toch, typische dorpen. In dit geval dekt het helemaal de lading, let maar op. De weg is wat hobbelig, we zijn onderweg naar een weversdorp. Het is een kort stuiterritje en we passeren nog een paar moskeeën. Moskeeën, die heb je hier bij duizenden. Lombok wordt ook wel het eiland van 1.000 moskeeën genoemd. Daar is dus blijkbaar wel geld voor. Een paar minuten later houdt de bus halt. We mogen eruit, lunchtijd.

Vandaag is er voor ons een uitgebreide lunch. Als we binnenkomen in iets wat een soort VVV-winkel is, dan staat het al klaar voor ons. Jongens, ziet dat er even lekker uit. Er is van alles, geen varkensvlees natuurlijk, maar je mist niks. Allemaal gerechten die we ook niet dagelijks voorgeschoteld krijgen, maar lekker, bizar weer. Er is nog een leukigheid, er liggen rode bananen. Smaken ook naar banaan trouwens.

Komang, de gids en de chauffeur hebben een eigen tafeltje. Met eigen gerechten ook. Wat dacht je van gebraden kippenpoten en van gebraden kippenkop. Het zal wel lekker zijn, want de schaal is in geen tijd leeg. Het lijkt goddomme wel Harry Potter. Wij doen ons te goed aan Lombokse boontjes en Lombokse spinazie en Lombokse eieren pedis en nog wat gerechten. De lunch zit er op, tijd om wat rond te kijken in het dorp met de gids.

Na 20 meter houden we al halt, er zit een vrouw te weven. Net zoals die mevrouw op Flores, gewoon weven met het handje en zittend. De verf maken ze ook zelf in het dorp. 2 blokken verder komen we bij oma, die nog een paar bokalen verf heeft staan. Vooral die blauwe is heel grappig. Je hebt het idee dat zodra je daar je handen in steekt, dat je dan 2 weken met blauwe pollekes rond banjert.

Ze laat even zien hoe het werkt, ja moeilijk is het niet. Gewoon de gesponnen draad door het bad halen, dat een aantal keer herhalen en klaar is Kees. Het spinnen doen ze ook zelf en als je een fietswiel wat aanpast, kun je die heel goed als een wikkelmachine gebruiken.

AnnieFoto’s Weversdorp

Het valt me op dat er bijna geen mannen te zien zijn. Dat klopt zegt de gids, want die zijn bijna allemaal weg, de mannen. Die werken nu voornamelijk als gastarbeider in Maleisië. Het is heel leuk dit tochtje door het dorp, we zitten gewoon midden in het alledaagse leven. Geen spoor van toerisme te herkennen. Van toeristen moeten ze het toch niet hebben.

Waar we ook lopen, overal lachen de mensen ons toe, ze vinden ons blijkbaar net zo leuk als wij hen. We lopen nu dik 2 weken over de Indonesische archipel, maar de mensen zijn zo lekker ongedwongen. Het weven heb je na een paar huisjes wel gezien, maar het gewone leven, dat blijft fascineren.

We gaan terug naar ons vertrekpunt, het is de VVV, dus er wordt ook van alles verkocht. Van de toeristen moeten ze het niet hebben, ja alles is meegenomen natuurlijk, maar het overgrote deel van de productie in dit dorp gaat naar Java.

Er hangen talloze varianten stof, veel kleurtjes erin. Ze gaan pogen ons Annie te paaien, dus wie loopt er in heel korte tijd rond als de enige blonde Indonesische sultan prinses? Sjuust, ons Annie. Het staat haar wel, maar ja, wat moet je er mee. Dus zelf hakt ze de knoop door, nee ze koopt niks.

Op naar het volgende dorpje, de pottenbakkers. De bus wordt zo pontificaal de winkel ingereden, maar we komen goed weg, de gids neemt ons meteen mee op sleeptouw. Ook hier zijn alleen maar vrouwen aan het werk. Ze doen alles zelf, dus ook de klei gereed maken voor de productie.

Zwaar werk zo te zien. De klei wordt eerst gedroogd, daarna een hoeveelheid zand erbij en mengen maar. Dat mengen doe je met je voeten. 3 vrouwen zijn met een enorme homp klei in de weer. Het enige wat ik kan bedenken, is dat ik me afvraag of het niet wat overdreven is, iedere dag een kleimasker.

PottenbakkenFoto’s Potterbakkersdorp

Ze werken anders dan de Nederlandse pottenbakker. Gewoon op je hurken en de tafel draai je met je handen en je tenen rond. Wat verderop zijn ze de potten aan het bakken, niet in een oven, gewoon in de open lucht. Een bakske vol met stro, potten erin, aansteken en dan een uurtje laten bakken.

Het rookt wel als een tierelier en als de wind een beetje draait, sta ik vol met mijn snufferd in de rook. Als de potten klaar zijn, worden ze er met een stokje uitgevist. Nadat ze wat afgekoeld zijn, worden ze gepolijst met kokosolie, zodat ze voor de verkoop gereed zijn.

We gaan terug naar de winkel en daar staat tot ieders verbazing de bus nog steeds met draaiende motor. Geen idee hoe lang we weg zijn geweest, maar een uur toch zeker. Leuke winkel hoor, maar er is helemaal niemand die ook maar enig aanstalten maakt om ons wat te verkopen. Komt goed uit, want anders zit je met al dat breekbare spul.

Bruid op Lombok

We gaan terug naar het hotel, onderweg nog een fotostop. Tabakschuren hebben ze volop, de tabak moet eerst gedroogd worden, dus daar hebben ze special droogovens voor ontwikkeld. Grappig gewoon, al die bamboepijpen die horizontaal uit de muren steken. Simpel, maar zeer effectief.

En kijk daar loopt weer een bruidstoet, niet zo groot als die van gisteren. En het bruidje, dat kijkt ook vrolijk, is natuurlijk hartstikke trots en fier op haar ventje. Ze heeft vanmorgen wel een paar kwartiertjes stil moeten zitten bij de kapper, het resultaat is een super suikerspin, compleet met accessoires.

BloemenFoto’s Hoteltuin

Terug in het hotel zijn er zeeën van tijd, dus eerst maar eens een biertje, bruidjes kijken maakt dorstig, toch. Annie trekt met de camera de tuin in. Honderden bloemen staan te lonken. De imam is toch een beetje schor van gisteren, hij gilt tenminste minder overtuigend zijn gezangen van de minaret af. Wel nog net zo vals.

Het avondeten nuttigen we weer met zijn allen. Lekker onder het dak en we worden insectenvrij gehouden door de vleermuizen, die vliegen geluidloze rondjes onder ons afdak. Gezellig is het weer, zeker als de rekening komt, want ze hebben het ontbijt er ook bij vermeld. Beetje stom bij een Hollander, want die kijkt zijn rekening altijd na. Dus na wat gefoeter is de rekening duizenden roepia’s minder. Ja echt, duizenden. Het gaat eigenlijk nergens over, maar de fooi is nu wel een stuk minder, moet je maar niet proberen de boel te flessen. Niet zo slim van de Lombokse uitrekenober.

We gaan nog wat onder het bijna onverlichte deel van de veranda zitten, nog een bietje buurten en wat Bintang erbij. Goh, we hebben het niet makkelijk. Zo, het was weer een akelig leuk dagje, tijd om de koffer op te zoeken, aboeng.