Indonesië Dag 17 Gili Air

glassbottombootFoto’s Begin snorkeltrip

Om 7 uur opstaan, vandaag ontbijt op het strand, is weer eens wat anders. Alles tempo doeloe, want we hebben tot een uur of 9. Snorkelspullen uit de tas opvissen, want vandaag gaan we schildpadden zien, is beloofd door Komang.

Er ligt een vlerkprauw met glazen bodem op ons te wachten. We gaan bij alle 3 de Gili eilanden snorkelen. Naast de schipper gaat er ook nog een lokale gids mee, een heel kleine schriel manneke. Nun schriele kiep, zeggen wij. Maar goed, we zijn er eens weg mee.

De zon schijnt, er staat weinig wind, dus dat moet goed komen. We gaan meteen naar de verste locatie, Gili Trawangan. Half uurtje varen en na een kwartiertje is de 1e schilpad gesignaleerd. Maar dat valt niet mee, want als ze roepen: daar zwemt ie, moet jij maar eens proberen de positie te bepalen.

Het oriënteren in water valt niet mee, er staan geen bomen of gebouwen waar je naar kunt verwijzen. We zien wel onze 1e schildpad live zwemmen en daar gaat het om. Het is meteen een joekel, indrukwekkend. Even later zien we er nog een, iets kleiner maar niet minder mooi.

We zijn er, we mogen het water in. Het water is kristalhelder, even wat prutsen met het mondstuk, want het zit niet helemaal lekker en weg zijn we. Achter de gids aan. Hopen dat die niet veel gas geeft, want hij heeft flippers en wij niet. We focussen ons dus nu even niet op de vissen, die zijn er ook weer bij duizenden, maar daar hebben we nu geen tijd voor. Een zeeschildpad, die willen we zien.

Even later is het beet, de gids wijst naar beneden, ik zie niks, waar ik ook kijk. Hij duikt de diepte in en dan een meter voor hij de bodem bereikt, zie ik inderdaad een schildpad gewoon op zijn gemak op de bodem liggen. Als de gids de zeeschildpad bijna aanraakt, komt die in beweging, een paar slagen met zijn armen en weg is ie. Prachtig wat een spektakel, het is zo mooi, beneden ons een grote donkerblauwe diepte en daarin zwemt echt heel majestueus een schildpad.

Ik probeer hem een beetje te volgen, maar dat valt niet mee. Dat stomme beest geeft een paar klappen met zijn armen en is meteen meters weg. Ik denk even dat ik Pieter van den Hoogenband ben, maar ik heb al snel door dat ik toch beter in voetballen ben.

Even later weer een schilpad, deze zwemt op zijn gemakkie onder ons door. Jeetje, wat is dat mooi en dan die rust en sereniteit waarbinnen dit allemaal afspeelt, ongelofelijk. We zwemmen allemaal achter de gids aan, ik ben niet ver uit zijn buurt. Annie zit een stukkie achter mij, die wil onderwaterfoto’s maken. Ze heeft een oude wegwerpcamera van Tycho gekregen, met een even oud rolletje, ik ben benieuwd hoe dat gaat. We zwemmen op de scheiding van de koralen en de grotere dieptes. Mooi hoor, wreed mooi. Duizenden vissen weer en weer een hoop die ik nog nooit gezien heb. Ook grote jongens zitten er tussen nu. Het schijnt dat het eerste stukkie erop zit, we mogen aan weer aan boord.

Op naar het 2e eiland, Gili Meno. We hebben nu wel een beetje in de smiezen hoe het werkt. Je moet de gids gewoon volgen, want die weet wel waar die beesten zich ongeveer ophouden en de truc zit erin dat je vooral naar de bodem moet kijken, daar rusten ze, of ze liggen op de loer of in een hinderlaag, weet ik veel. De gids roept dat hij er weer eentje ziet, ikke kijken, maar ik zie niks. En ja kijk, bij een blok steen, daar ligt er eentje. De schildpad gelooft het wel en gaat er van tussen, het is net een 747 die opstijgt. Even later weer bingo, maar nu zie ik hem een stuk sneller, bij een anker ligt het beest. De gids gaat er naar toe, hij trekt wat aan de ankerkabel en weg is de schildpad.

Fantastisch, het beestje komt recht op ons af, op zijn dooie akkertje. Ik zie mijn kans, kom jongen weer even Pietertje van de Hoogenbanden, kijken of je zijn schild aan kunt raken en misschien even meeliften. Ik zwem de longen uit mijn lijf en ik kom ook steeds dichterbij, maar als ik op een meter ben geeft ie gas, 2 slagen en weg is ie.

Miljaar, da’s jammer. Wel geweldig, die schilpad te zien vertrekken in de donkerblauwe diepte. Het stikt hier van de schildpadden, er komt er eentje lucht happen. De gids zwemt weer verder en ik heb de truc nu door, ik zie een schilpad en de gids mist hem.

Triomfantelijk roep ik naar ons Annie dat er hier eentje zit en de gids heeft hem niet gezien. Het is een gehandicapte schildpad, want hij mist zijn rechtervoorarm, maar zo op het oog heeft hij er geen last van.

We gaan weer terug naar de boot. We hoeven niet aan boord, we kunnen op de drijvers meeliften. Dat valt nog niet mee om erop te komen. Mijn 1e poging is net die van een zeehond die nog even doorschuift, dus ik zeil aan de andere kant weer de balk af. De 2e keer is beter, maar ja dan nog een goeie positie vinden. Nou, als ik op de draagarm kan gaan zitten is het perfect. En dat valt dus weer niet mee, ik lig alweer te water. Hmm, toch ietskes rustiger verplaatsen op de balk. Inderdaad 3 keer is scheepsrecht, dus ik zit lekker pontificaal als keizer Nero op zijn troon. Goed dat ik niet aan de drijver ben blijven hangen, want dan had het kracht gekost om mee te liften. Dat bootje gaat toch harder dan je denkt.

We kunnen weer, dus plons. We liggen een metertje of 50 uit de kust en er staat behoorlijk wat stroming, dus met de stroom mee. De boot volgt ons nu. Schildpadden zien we nu niet, maar vissen, bij duizenden. Hele, echt hele grote vissen. En weer een serie nog niet geziene. Het koraal is hier wat minder mooi, maar de vissen compenseren alles met hun schoonheid.

Zo, tijd om te lunchen. We kunnen maar beter aan boord komen, want de boot gaat maar net over het koraal heen, dus helemaal ongevaarlijk is het niet, volgens Komang. Even later wordt het anker uit gegooid en we moeten een paar meter door het water waden om weer aan land te komen. We komen terecht in een van de mooiste restaurantjes ter wereld, serieus. Het overdekte terras is een paar meter de zee in gebouwd. Schilderachtige bootjes dobberen rond en het water is zo verschrikkelijk blauw dat je ogen er zeer van zouden doen. We zitten allemaal perfect aan de waterlijn, ieder stel heeft zijn eigen tafeltje, super man.

Voor de vorm neem ik een slokje van Annie’s fruitsapje, schrik dus niet van de foto. Verder biertje erbij natuurlijk. Lekker eten zeker, zou het wel denken ja. Spaghetti en tomaat met brood, mjammjam.

In het water voor ons zou wel eens een schilpad kunnen zitten. Er beweegt een donkere vlek, maar we kunnen niet helemaal helder krijgen wat het echt is, voor ons is het een schilpad, dus wij zijn weer helemaal happy.

Ik zie trouwens dat ze hier in het winkeltje bij het restaurant Bintang shirts hebben. Je kunt niet afdingen hier volgens Komang, nou ik wel dus. Ze vroegen een ton, ik heb het voor 80.000. En het is een origineel nagemaakt Bintang Lombok shirt. Op Bali heb je ze ook, maar ik heb een vele zeldzamere. Een collectors item, zeg maar. Kom, we gaan weer snorkelen.

In de boot op de weg terug proberen we maar in het wilde weg te filmen, wie weet komt er per ongeluk een schilpad voorbij. De kwaliteit zal niet overhouden, want het glas spiegelt natuurlijk en er hangen dikke druppels aan de onderkant van het glas.

Terug naar Gili Air dus, we mogen weer het water in. De stroming is hier veel sterker en tegen de stroom in, is geen doen. De boot volgt ons, maar deze plek is een wat mindere, dus na een kwartiertje gaan we weer verkassen.

We stoppen nu zowat recht tegenover het hotel. Kijk, hier zitten ze weer, de visjes, bij honderden. Het wegwerpcamera-tje van Annie is toch niet helemaal bestand tegen dat gezwem, want er zit nu hevig donker gekleurd water aan de binnenkant. Die foto’s kunnen we wel vergeten. Komang is niet tevreden over het resultaat hier, dus even op de drijver naar de volgende stek.

Dat is ongeveer tegenover de restaurants, dan weet je waar je moet zijn. We zijn in het vissenwalhalla terecht gekomen. Bij duizenden zwemmen ze rondom ons. Hele scholen en je kunt er ook gewoon tussen zwemmen. Ze zijn het blijkbaar wel gewend, die vissen.

Ik denk dat ik zeker een uur onafgebroken heb rondgesnorkeld. Herman, Arno en Annie zijn net als ik niet uit het water te slaan. De anderen gaan toch af en toe even pauzeren.

Helaas het zit er weer op, we gaan terug naar het hotel. Het is half 3, maar ik heb het gevoel dat we 2 dagen onafgebroken gesnorkeld hebben, zoveel heb ik gezien.

In het hotel is er geen stroom, niet dat mij dat wat uitmaakt, zolang er maar Bintang koud staat. Daar draait het om, het levenselixer van de Brabantse toerist. Omdat er geen stroom is, is er ook geen water, dus douchen kan ook niet. Dan maar wat aan het zwembad hangen. Mr. Bintang, want zo noemen de obers me nu al, krijgt even later zijn biertje netjes opgediend aan het zwembad.

Het water in het zwembad is zoet en uiterst aangenaam van temperatuur. Annie ligt uitgebreid een zonnebad te nemen op de stretcher, ikke nie. Af en toe een sprong in het zwembad en wat spelletjes Tetris, zo kom je dag uiterst aangenaam door. Er is weer stroom, dus douchen kan weer. Lekker hoor zo’n regendouche, ook al is het water zout. Annie vindt het ook lekker, want die neemt uitgebreid de tijd om haar haar te wassen. We hebben nog een paar uur voor we gaan eten, dus dan maar noodgedwongen naar het terras. Sapje voor Annie en Mr. Bintang hoeft alleen nog maar zijn vinger op te steken, snel ingeburgerd dus.

Als het donker wordt gaan we richting boulevard. Zaklampje mee, want straatverlichting hebben ze niet. Ach, er is maar 1 weg, dus verdwalen doen we niet op dit eilandje. Sommige stukken zijn onverhard, dus dan banjer je lekker door het zand. We lopen iets verder dan gisteren en worden een restaurant binnengepraat. Daar is het loei en loeidruk. We krijgen wel een tafeltje toegewezen, maar geen ober. Dat is geen succes dus, kwartiertje gewacht en afgenokt, ja doei.

Bij de buren is het stukken minder druk, maar de bediening is stukken vlotter. Als een prinsenpaar worden we behandeld, we zitten fantastisch een paar meter van het water. De wind is ondertussen wel behoorlijk opgestoken. Wat eten we, gewoon springrolls en saté natuurlijk. Dat ga ik toch wel missen thuis, die lekkere saté. Het vlees is min of meer op de stokjes gemasseerd, stukken dunner dan bij ons, maar buitenaards lekker.

Terug in het hotel drinken we nog wat bij het zwembad, aan het strand is de wind veel en veel te sterk geworden. Gisteravond waaide het ook al, maar toen was het minder. Ach, we zitten hier ook perfect, gewoon lekker buurten met Conny en Arno en Herman en Joke. Om een uur of 10 gaan de lampjes uit bij ons allemaal, dus snorkelen is stiekem vermoeiender dan je denkt. Aboeng.