Indonesië Dag 18 Gili Air - Ubud (Bali)

Het was vannacht een wedstrijdje tussen de hanen, vogels, de imam en de wekker wie er zou winnen om ons wakker te krijgen. Laten we het maar op de haan houden. Als eersten zitten we aan het ontbijt. Normaal zijn Dick en Nellie de eersten. Herman en Joke schuiven even later ook aan.

Het is heel helder, we kunnen de top van de Rinjani vulkaan zien. Annie legt het vast op de plaat. Terwijl ze foto’s aan het nemen is, krijgt ze van de baas de tip om eens boven op de lobby foto’s te gaan nemen. Annie krijgt dus ontheffing, jaja, van de baas zelf. Volgens mij is het hotel een investeringsproject van een paar Zweden. Die zitten hier ook in het hotel en dat ze de baas zijn is wel duidelijk.

Ze bemoeien zich niet met de dagelijkse hotelroutine, maar ik denk dat ze hier vooral zitten om toezicht te houden op de bouw en zo te zorgen dat de bouw ook doorgaat. Boven de lobby komt het restaurant. Ze zijn er nog volop met afwerking bezig, dus als brave Nederlander heb je dan het fatsoen om daar weg te blijven. Deze kans laat ze niet liggen, mooi toch van die Zweedse meneer.

moskeeFoto’s Wandeling

Dick en Nellie komen ook boven water, ze hebben zich verslapen, echt waar. We hebben nog een paar uur de tijd, om 11 uur moeten de koffers buiten staan en we gaan tegen half 12 met de speedboot naar Bali. Het is nog veel te vroeg om aan het zwembad te liggen, dus dan maar een wandelingetje over het eiland.

Zodra je dus een meter van de kustlijn bent, zit je weer midden in Indonesië. Het gebruikelijke beeld, rondscharrelende kippen, veel koeien ook en de nodige rotzooi. Opruimen daar zijn ze niet zo van.

Door al die palmbomen en het door de koeien en geiten kort geschoren gras heeft het iets van een parklandschap, een golfterrein voor mijn part. Het heeft een lieflijke uitstraling, toch echt iets paradijselijks. Een uurtje later zijn we terug.

De zon blakert weer aan den einder, op naar het zwembad dan maar. En het kan dan wel een uur of half 10 zijn, het is ondertussen al weer bloedheet. Dus af en toe het water in voor de afkoeling. Half 11 tijd voor een laatste douche, koffers buiten en afrekenen. 5 ton moet ik afrekenen, 5 ton, het blijven toch onwerkelijke bedragen, terwijl het niet meer dan € 40 is. We zitten allemaal braaf voor de lobby te wachten op de boot. De wind is ondertussen weer flink opgestoken. Om half 12 zal de boot komen. Waarschijnlijk is het nog ergens wintertijd, want de boot komt om half 1 opdraven.

Afscheid van het paradijs, helaas maar ja, we moeten verder. Met een catamaran gaan we de oversteek maken, 2 dikke 300 pk sterke Suzuki motoren zorgen voor de stuwkracht. Vermogen zat dus, hoewel, tegenover het hotel ligt ook een catamaran met 5 motoren van 250 pk elk, dus ik bedoel maar. Als zo’n bootje vol gas geeft, mag je wel een niergordel om doen en misschien een kabel om ervoor te zorgen dat je niet gelanceerd wordt door de grote klappen op de golven. Hebben wij geen last van, denk ik.

We zitten helemaal voorin, het uitzicht is niet perfect, eigenlijk zwaar balen, want als ik wat wil zien moet ik gaan staan. We hebben een echte kapitein, die is nog in de groei, want hij kan met zijn pootjes net niet bij de stoelsteunen. De motoren worden gestart en weg zijn we. De eerste 10 minuten vallen wel mee, op de polyester boot. De zee wordt ondertussen een stuk ruwer, de rolgordijnen moeten omlaag, want degenen die wat naar achter zitten hebben het idee dat de douche openstaat. Wij zitten lekker hoog en droog voorin.

De klappers op de golven worden heviger. Ik ga er eens even bij staan, geweldige golven en dus flinke stuiters als gevolg. Mooi man, ik sta een beetje te kicken. De kapitein is toch niet helemaal gerust, want het zweet rolt in druppels over zijn gezicht of zal het toch de warmte in de cabine zijn?

Bam, zo dat was een ultieme stuiter. Met een enorme klap dalen we op de golven neer. De gashendel wordt een paar tandjes terug gezet. Niet iedereen zit meer op zijn gemak, maar ik zit hier toch vele malen liever als op zo’n idiote veerboot.

Het nadeel van een polyester boot is zijn geringe gewicht en dus ben je razendsnel een speelbal van de golven. De kapitein is er alleen voor de navigatie, een matroos moet de ruitenwisser bedienen, want het water komt af en toe wel in grote bakken over de boot zetten.

pier Gili AirFoto’s Boottocht

Bali kunnen we al zien, maar we pakken niet de kortste weg, nee het is niet de kortste oversteek. De golven komen ook niet helemaal lekker, we liggen een beetje schuin op de golven, dus af en toe maakt Captain Jack toch maar een correctie om de klappen beter te verteren. Een paar enorme klappen volgen nog en dan wordt het ietsjes rustiger. Het gas gaat weer peddal to the metal, full throttle dus.

Het is wel warm in de cabine, dus het flesje water dat we van de matroos hebben gekregen komt goed van pas. Ondertussen passeren we een paar oceaanstomers. We blijven evenwel lekker heen en weer stuiteren, niet meer die hele zware klappers, maar toch af en toe een lekkere big bang. Ondanks het zware gestuiter is er toch niemand die ziek is, valt mee dus. We varen langs de kust van Bali, het gestuiter wordt nu wel ietsjes minder.

1,5 uur later meren we af aan een pier in de haven van Pandangbai Bali op het eiland Bali. Er komen hier meer toeristen, want in geen tijd worden we besprongen door verkopers, koffersjouwers en taxichauffeurs. Daar heeft de groep helemaal geen behoefte aan, een toilet, dat is wat we willen. Op een drafje zie ik een paar man richting toilet verdwijnen. Het toilet is niet voor niks, 2.000 kost een bezoekje. Denk nou niet dat het lekker proper is, maar het verblijf lucht wel enorm op. Er staan 2 busjes klaar voor ons. Het zal ongeveer 1,5 uur rijden zijn. We rijden in een ruk door, dus tegen vieren zijn in het Puri Dalem Cottage hotel in Ubud.

De gebruikelijke welkomstdrankjes natuurlijk en dan op naar de kamer. Er staat een enorm bed, er liggen 3 kussens, dus we hebben een 3-persoonskamer. Vandaag staat er verder niets meer op de agenda. Kom, we gaan de stad in, het stikt hier van de winkeltjes en restaurantjes, dus we zullen ons wel vermaken. In 1988 zijn we hier ook geweest, ik kan me er niet veel meer van herinneren, behalve dat mijn geest ergens op de achtergrond roept dat het toen veel kleinschaliger was. Ook toen was het al een artiestendorp, maar dat is wel alles wat is blijven hangen.

Het is 1 grote aaneenschakeling van winkeltjes, waar je ook kijkt een winkeltje, zelfs de gangpaden tussen de huizen worden als verkoopplaats gebruikt. We zitten met onze snuiter dus volop in het toeristische Mekka. Tempels zijn er ook en restaurants, bij bosjes. En scootertjes, duizenden scooters. Dus je ogen komen tijd tekort om alles goed op te nemen. Druk is het zeker, veel Japanners, heel veel Japanners.

Gezellig toch wel, want ondanks alle winkeltjes wordt je toch relatief met rust gelaten. Iedereen die voorbij een winkeltje loopt, wordt wel verzocht om binnen te komen, maar het is meer zoals een lamp die via een sensor geactiveerd wordt, zodra die iets ziet bewegen, wordt er gereageerd, gewoon automatisme dus. Loop je door, houdt het ook meteen op. Kunst is er genoeg te verkrijgen, bij veel winkels dezelfde spullen, dus of het allemaal unieke producten zijn, dat is maar de vraag. Ach, het is allemaal een lekker kleurrijk geheel en ontspannend, dat toch wel.

moskeeFoto’s Ubud

De markt is een iets ander verhaal, hier is het enorm druk en je breekt je benen over de scooters, die hier geparkeerd staan. Daar gaan we morgen of zo nog wel eens kijken. De lunch hebben we vandaag gemist, dus toch maar op tijd aan tafel. Er is een overdaad aan keuze. Alleen het is nog vroeg, dus er zit niemand te eten en we hebben dus geen referentie. Daar waar het druk is, zal het wel lekker en goedkoop zijn. Het bekende probleem van ik kan niet kiezen, doet zich nu voor. We hakken de knoop door, je weet toch niet hoe die andere toko’s zijn.

Nou, het is een goede keuze, nasi met saté natuurlijk, maar ook Daging Boemboe Bali. Ja, als je op Bali bent, moet je wel de naar hen vernoemde specialiteit eten, toch. Ik bedoel, je verlaat Wenen toch ook niet voor je een Wienerschnitzel op hebt. Het is gewoon ontaard wreed lekker. Trouwens hoe het opgediend wordt, is op zich al een lust voor het oog, van een pepertje hebben ze een bloemetje gesneden.

Wat gaan we vanavond doen, een beetje flierefluiten misschien. Nee, natuurlijk niet, er zijn hier vanavond genoeg Balinese dansen waar we naar toe kunnen. Niet zo heel ver ons hotel wordt de Kecak-dans opgevoerd, de apendans. Onderweg nog even in het hotel de camera oppikken en weg zijn we weer. We lopen voorbij een ticketverkoopster en die ruikt blijkbaar dat we naar de apendans willen. Ze zegt dat ze wel met ons meeloopt naar de poort, heeft zij haar provisie en wij onze kaartjes, zonder dat we teveel betalen. Wij vinden het prima, de kaartjes zijn bij de ingang net zo duur als bij haar op straat. Nou, zij weer happy en wij zijn precies op tijd.

De beste plaatsen zijn al vergeven, dus op naar de zijkant. Kijk daar, Herman en Joke zitten er ook. De show begint even later. Voor me zit een eikeltje 1e klas, die wordt helemaal gek van al dat geflitst van de camera’s. Of het wat minder kan, met dat geflits. Natuurlijk eikeltje, geen probleem, maar dan moet je zelf wel je snater houden. De apendans, ook al eens gezien, jaren geleden dus. Het komt allemaal wel een beetje bekend voor, vooral dat ritmische tjaktjaktjak van de zangers. Mooie show, helemaal niets mis mee.

kaart Kecak dansFoto’s Kecak dans

Het einde is zelfs spectaculair, een danser is blijkbaar helemaal in trance of anders knettergek. Hij staat op een houtskoolvuurtje te dansen. Af en toe blijft er zo’n stukje houtskool boven op zijn voet branden. Dat moet toch enorm zeer doen, zou je zeggen. Hij geeft geen kick, hij weet blijkbaar niet eens dat die kooltjes boven op zijn voet branden. Als het allemaal voorbij is, moet hij langzaam uit zijn trance gehaald worden. Terwijl de andere artiesten afscheid nemen van het publiek, zit onze vuurdanser nog half verdwaasd voor zich uit te staren.

We gaan met Joke en Herman weer langzaam richting het hotel, maar eerst nog wat drinken natuurlijk. Gezellig tentje gevonden, nou gezellig, het is dat wij er met zijn vieren zijn en dat maakt het gezellig. Als we terug in het hotel zijn, drinken we nog wat en vullen het evaluatieformulier in. Ik kan het alvast wel verklappen, over Komang, de chauffeurs en bijrijders niets dan lof, maar de accommodaties, ja die kunnen of moeten toch eigenlijk wel wat beter. Eigenlijk is het een hosanna verhaal. Kom, tijd om te gaan pitten, het is al na elven. Aboeng.