Indonesië Dag 19 Ubud

Geen haan, geen imam vannacht die gepoogd heeft ons te wekken. Om uur of 7 doet de wekker zijn werk. Vandaag gaan we fietsen, dus rap op naar het ontbijt, calorieën binnenwerken. Fruit en toast met omelet, dat moet het wel doen. We worden opgepikt door een lokale gids, we gaan met zijn zessen fietsen, Herman en Joke, Lisette en Tycho zijn ook van de partij. Arno en Conny hebben hier de vorige keer wel hun bekomst gehad met het fietsen, per ongeluk waren ze dwars door de 50 kilometer gegaan. Dus die gaan vandaag lekker shoppen. Dick en Nellie amuseren zich ook wel, daar hoeven we ons niet over ongerust te maken.

Met een busje worden we een eindje buiten het dorp gebracht en dat is maar goed ook, want er zijn onderweg toch en paar hellingen, allejezus wat zijn die steil, en behoorlijk lang ook. Ik zie mijn eigen motortje al oververhit raken, als we daar overheen zouden moeten. Bij de fietsenverhuurder staan een aantal mountainbikes voor ons klaar.

Ik weet niet wat dat is in het buitenland, de banden staan altijd veel te zacht opgepompt. Nu niet meer, want we hebben er een paar bar druk opgezet. Bovendien zijn ze allemaal aan de kleine kant. Dus met het zadel in de uiterste positie, heb ik net een behoorlijke fietshouding. Of we een helm op willen. We kijken of we water zien branden, dus geen helm voor ons. Volgens de gids is het de bedoeling dat we over rustige niet te steile buitenwegen gaan rijden en we mogen zo vaak stoppen als we willen.

Het nadeel van mountainbikes is dat terreinfietsen zijn en dat de sturen daarom nogal laag zitten, het zijn geen wegfietsen, dus je polsen worden eigenlijk overbelast, om van je rug maar te zwijgen. Mountainbiken is een andere fietstechniek, maar leg dat maar eens uit aan iemand niet uit Nederland of België komt. Mijn versnellingsapparaat hapert af en toe, als ik schakel kraakt er iets en trap ik in het luchtledige. Dus snel even van fiets ruilen, deze is ietsjes beter, maar dat versnellingsapparaat houdt ook niet over.

Kom we gaan en het is net of ik mijn hele lichaam hoor juichen, eindelijk weer eens wat lichamelijke inspanning. Het eerste stukje zullen we vooral vals omhoog gaan fietsen volgens de gids, maar moeilijk zal het nooit worden. Het is geweldig en we hebben nog maar 500 meter afgelegd. Dit gaat weer leuk worden. We slaan rechtsaf en zitten ineens tussen de rijstvelden.

Ik geef even wat gas om zo op mijn gemak wat foto’s te kunnen maken van de anderen. Heerlijk dat fietsen. Fietsen is zo leuk, alleen er moet geen wind staan. De wind heeft vandaag een dag verlof genomen, mooi toch. Allemaal zitten ze met een grote brede glimlach op de fiets, dit is dikke vette pret en die omgeving die is waanzinnig.

Bij het eerste het beste rijstterras houden we natuurlijk halt. Het terras is eigenlijk een grote modderzooi, maar wat kan ons dat bommen, wij genieten van al die prachtige door de mens aangelegde akkertjes. Een boer is met zijn Japanse os aan het ploegen, maar hij heeft wel tijd om naar ons te zwaaien. Trouwens iedereen die we passeren zwaait naar ons. Zelfs de eendjes langs de weg bekijken ons met belangstelling. Als we bij een van die akkertjes stoppen, komen ze luid kwakend op ons af. Leuk hè? Af en toe een fotostop, heerlijk, totale ontspanning.

fietsgroepFoto’s Fietsen deel 1

Volgens gids Johnny, want zijn Indische naam is onuitspreekbaar, moeten we direct even bij hem thuis stoppen. Kunnen we wat uitzweten en tevens zijn familie zien. Mooi toch die ongekende en blijkbaar ongelimiteerde gastvrijheid. Vol trots laat hij zien wat zijn huisje is. Er staan een paar huisjes binnen een ommuurd stukje grond. Daar wonen hij, zijn broer en zijn moeder. Hij is trouwens net vader geworden, vertelt ie vol trots. Ik moet zeggen dat hij mooi zit te wonen, alles is netjes en ziet er behoorlijk onderhouden uit.

Vogeltjes in een kooitje natuurlijk, vechthaan ook in een kooitje. Natuurlijk een eigen offeraltaar en de tuin is ook leuk aangekleed en goed onderhouden. Onindonesisch proper dus.

We hebben geluk, zijn vrouw is net de kleine in het bad aan het doen. Oma komt ook even kijken natuurlijk, is ook al zo trots op haar kleinkind. Ze zingt de Indo versie van slaap kindje slaap. Het klinkt niet, helemaal niet, dat wil je als baby niet horen.

Kom, we gaan weer verder. Aan het eind van de straat rechts en dan gaan we meer het terrein in. Nu komt het stuurtje wel goed van pas, want het heeft de afgelopen dagen blijkbaar goed geregend en er ligt natte klei. Mooi om een schuivertje te maken. We rijden nu door een stukje onontdekt Bali, hier komen niet veel toeristen, maar als je aan Bali denkt dan zie je dit landschap voor je. Onvoorstelbaar, van die mooie kleine rijstterrassen en dan die onvoorstelbare kleuren groen, palmboompjes erbij en wat heb je dan, een tropisch paradijs.

Je moet hier wel een beetje oppassen, want het is spekglad. Mijn gedachten zijn nog niet koud en ik zie Herman onderuitschuiven, trouwens iedereen ziet het. Allemaal dubbel natuurlijk. De schade valt wel mee, het is eigenlijk niet meer dan een sok die onder het slik zit en een paar vuile handen en benen. Zelf ziet ie er de humor ook wel van in. Er is water genoeg, dus even later ziet Herman er weer geheel toonbaar uit. Joke, die komt helemaal niet meer bij, die lacht het hardste van allemaal, ja geen mooier vermaak dan leedvermaak.

Ondertussen gaat de boer op de akker voor ons gewoon verder met het planten van de rijst. Pfohh, dat is slecht werk, niet dat je met je blote poten in de klei staat te slibberen, maar dat constant gebukt werken, ach ik moet er niet aan denken. Laat mij het 5 minuten doen en ik heb waarschijnlijk een minuut of 7, 8 nodig om daarna weer recht overeind te komen.

We fietsen weer verder, als we door wat bebouwing fietsen, roepen alle kinderen ’hello’ naar ons. Wij ’hello-en’ net zo hard terug natuurlijk. De honden zien het niet zo zitten met ons, want die beginnen zowat allemaal te blaffen als ze ons zien. Het is wel reuze relaxed fietsen. Af en toe een fotostop.

In een dorpje lopen een aantal hondenvangers met grote schepnetten. Volgens Johnny worden alle honden ingeënt tegen hondsdolheid. Alle honden die ingeënt zijn, krijgen een rood lint met een penning om. Iedere Balinees heeft een hond, dus er is veel werk aan de winkel. Ze gaan huis voor huis af en als ze over een paar weken nog honden zien zonder lint, dan heeft dat beest pech. Het schijnt een serieus probleem te zijn, die hondsdolheid.

Er wordt in de dorpjes volop rijst gedroogd. Dat doen ze gewoon op straat, ik heb wel het fatsoen om er niet dwars doorheen te fietsen, netjes hè. We maken weer een wat langere stop, nu bij een supermarkt. Het is meer een winkel van sinkel, alles hebben ze er van verse levensmiddelen tot kleding en speelgoed. Het kost 3 keer niks, zo’n flesje fris. Lisette koopt ook nog een pak zoute koekjes zodat ze even Komang kan spelen, nou dat kan ze goed. We gaan weer verder, nog steeds volle bak genieten.

Er lopen ook heel veel eenden in de onder water staande rijstvelden. Bij een zo'n veldje stoppen we. De eenden komen meteen naar ons toe gesneld. In een bloedtempo kun je wel zeggen. Volgens Johnny komt dat, omdat wij bij een magische paal staan. Die magische paal is niet meer dan een stok met een wimpel, maar dat is wel de voederplek voor de eenden. Dus zodra iemand bij zo’n paaltje stopt, denken ze dat ze gevoerd worden. Dan weet u dat ook weer.

Johnny maakt ondertussen ook nog een groepsfoto van ons, zomaar spontaan. Nog een ingelaste stop. Johnny waarschuwt ons voor het volgende stuk weg. Het gaat hier erg steil naar beneden, dus ga niet te hard, want je moet in een bocht meteen de 1e weg rechts. Dan gaat het weer steil omhoog. Dus denk erom het eerste stukje, rustig naar beneden.

Nou heeft ie niet gezegd hoe lang het rustig aan moest. Ik kijk nu inderdaad een behoorlijk steile weg af. Maar ik heb het eerste stuk, 5 meter, rustig aan gedaan, dus de remmen kunnen los. Van 0 naar 80 in 3,7 seconden, zo’n gevoel heb ik. Het gaat waanzinnig hard en ik zie een bocht naar rechts, maar dat krijg ik nooit meer aangestuurd. Dan maar rechtdoor en toch vol in de ankers. Net op tijd, want als ik door was gereden, was ik op een nog veel steiler stuk terecht gekomen en omdat ik mijn bocht gemist heb, zou ik dat ook weer omhoog moeten fietsen.

fietsenverhuurFoto’s Fietsen deel 2

Dus fiets omdraaien en de beklimming in. Kijk, nu is het pas echt fietsen, het is inderdaad wel steil en mijn benen voelen als in de fik staande poten, maar ik ga niet stoppen. Het is maar een 100 meter klimmen, maar ik haal het. Als enige blijkt later, zelfs de gids moest van zijn fiets. Na een paar bochten zijn we weer op het vertrekpunt aangekomen. Mooie fietstocht was dit zeg. 17 kilometer hebben we afgelegd en mooi rond de middag terug. We worden goed gesoigneerd, want er liggen koude natte handdoekjes voor ons.

Naast de fietsenverhuurder zijn beeldhouwers bezig met het bewerken van steen. De steen is zo te zien boterzacht, geen wonder dat ze zulke mooie versieringen hebben bij al die huizen. Het ziet er zo simpel uit wat die gasten doen, maar het zit allemaal in de kop, niks geen voorbeelden of schema’s.

Nog even wat kijken en dan is het tijd om terug naar het hotel te gaan. We worden weer met het busje terug gebracht, weer die steile hellingen, poeh als we daar tegenop hadden moeten fietsen, ik moet er niet aan denken. Terug in Ubud hebben we voor vandaag niets meer op de agenda. Even het dorp in, want we moeten nog eten.

We lopen de route net tegengesteld aan gisteren, dus uit het hotel rechts. Het is weer gezellig druk, de winkeltjes zijn allemaal weer open, dus er is genoeg te zien. We komen langs het apenbos, dat laten we maar links liggen, je moet intree betalen en trouwens, het schijnt dat die apen heel vervelend geworden zijn, ze trekken gewoon je tas van je schouder. Daar hebben wij geen zin in.

We gaan eerst maar eens lekker eten. Weer wreed veel geluk natuurlijk, een A-plus locatie. Het restaurant aan de voorkant was niet meer dan een smalle pijp, maar als je naar achteren loopt, kijk je zo op de rijstvelden van Ubud centrum. Na al dat fietsen is het wel Bintang-tijd natuurlijk. Voor Annie een lekker sapje en wat denk je dat we voor de lunch hadden, ja een sateetje, goed geraden. Kijk maar eens hoe je zoiets kunt presenteren, een lust voor het oog, zonde om het op te eten eigenlijk.

We gaan weer verder op souvenirjacht. Volgens Conny, moet er hier een winkeltje zijn waar ze tropische vissen verkopen. Nee, geen levende, houten tropische vissen, maar ze zien er volgens Conny levensecht uit. Kom, we gaan jagen. Honderden winkeltjes gezien, maar nergens vissen. Op de markt dan misschien, daar is het loeidruk en levendig. Alleen geen vissen. Annie koopt 2 paar teenslippers met bloemetjes voor een 100.000. Waarschijnlijk nog teveel betaald, want de verkoopster gaat te snel akkoord.

Cees en Annie loungenFoto’s Ubud

We hebben het wel gezien, we hobbelen weer verder. In een gallery zien we wel een mooi schilderij, met tropische vissen en een schildpad, ziet er geweldig uit. Alleen het is veel te groot, 4 bij 5 meter of zo, waar moeten we dat laten? Op straat is het nog steeds uitkijken voor de verzakkingen en voor de offers. Midden op de stoep staan ze soms, de offertjes.

Tijd om wat te drinken. We gaan weer een restaurantje in, we weten nu dat we achterin moeten zijn en gaan eens lekker uitgebreid loungen. De nieuwe trend van tegenwoordig, loungen. Nou, wij kunnen het ook. Het zal wel aan ons natuurtalent liggen, dat zonder dat iemand ons ook maar enige uitleg geeft, wij zo pats boem kunnen loungen. Het bewijs is bijgevoegd, kijk maar eens naar de foto die de serveerster van ons genomen heeft. Ik kan wel zeggen dat we professionele loungers zijn.

Na een korte stop bij het hotel, gaan we terug naar de markt. Eens kijken of ik nog een horloge op de kop kan tikken. We hadden geen kwartier later moeten komen, want de kooplui zijn al aan het opruimen. Ze hebben echte rotzooi aan horloges liggen, maar ook beter spul. Nou ja beter, ze vragen wel een stevige prijs, want het schijnen automaten te zijn, zo eentje die je niet hoeft op te winden en zonder batterij.

Er ligt een mooie Tag-Heuer tussen, maar die moet € 40 opbrengen. Vind ik wel veel geld. Waarom, nou in China heb ik ook een automaat gekocht, maar die ging na een week of 2 al zelf zijn tijd bepalen. Dus hopla, er was zomaar een uur bij, of 30 minuten. Niet echt een succes dus. Ik bied blijkbaar toch te weinig, jammer dan. Ik ben wel lekker bezig geweest en daar draait het toch om.

We gaan terug naar het hotel, het zweet van vandaag afspoelen. Het is ondertussen al weer lekker donker geworden, dus tijd voor de inwendige mens. Weer goed eten natuurlijk, nog een consumptie toe natuurlijk en terug naar het hotel. Voor de deur van de kamer nog wat lezen en spelen tot een uur of 11. Tijd voor de koffer, aboeng.