Indonesië Dag 20 Ubud

Uitslapen, dat komt er niet van deze vakantie, geen tijd voor, te druk. Om 7 uur staan we weer naast het mandje. Op naar het ontbijt, het lichaam heeft een tekort aan eiwit, dus vandaag maar eens scrambled eggs. En vers fruit en natuurlijk koffie. We gaan met zessen op pad vandaag, Herman en Joke en Tycho en Lisette zijn ook van de partij.

Vandaag is het simpel, de toeristische hoogtepunten van Bali in 1 dag. Komang heeft een chauffeur met auto geregeld. Een Engels sprekende chauffeur, kost wel een ton of 7, dat moet dan maar. 7 ton, dat is ongeveer € 60, dat betekent dus dat dit grapje ons € 20 kost voor een dagje vertier, noem dat maar geen geld. We hebben in 1988 al eens een toer over Bali gedaan, dus ik ben benieuwd hoeveel ik me daar nog van ga herinneren. Tanah Lot, dat is het enige waarvan de naam is blijven hangen, kom we gaan het zien. Komang heeft een schema opgesteld, onze richtlijn voor vandaag dus.

Zelf is Komang er niet, hij is naar zijn geboortedorp, daar is morgen een groot feest en hij wil daar bij zijn. De chauffeur is zoals gewoonlijk ruim op tijd aanwezig. Geen 10 minuten, nee een half uur van tevoren zijn ze er altijd al.

Cees en Annie bij rijstterrasFoto’s Rijstterrassen

Kom we zijn eens weg met Buddy, want zo heet hij, vraag niet naar zijn echte naam, want dan breek je je tong, ik ben het gelukkig al weer vergeten. De zon staat te stralen, wij zijn vrolijk, dus het moet weer een mooie dag worden. De eerste stop zal niet lang op zich laten wachten. We gaan naar de rijstterrassen. Buddy spreekt heel aardig Engels en hij neemt ons mee naar zijn eigen dorp. Dat blijkt geen slecht idee te zijn. Een subliem idee.

Dit zijn rijstterrassen zoals je die in je hoofd inprent. Onwaarschijnlijk, eigenlijk onrealistisch mooi. Veldjes tegen een ontaard steile helling. Elke veldje is maar een paar vierkante meter, maar met die palmbomen en de stralende zon erbij creëer je wel het ideale tropenbeeld. Wat moeten de mensen hier gelukkig zijn, leven in het paradijs, wat wil je nog meer.

We gaan verder naar de tempel van Tampaksiring. We mogen wel naar binnen, maar er is een dresscode. Als je de tempel werkelijk in wilt, moet je een sarong omwikkelen en een sjerp dragen. Althans, als je net als ik een korte broek aan hebt. Een sjerp is voor iedereen verplicht, maar geen blote benen. Dus Annie en ik staan even later als waren we op een kinderverkleedpartijtje de sarong om te knopen. Staat me leuk, kleed goed af.

Het is nog niet druk, we kunnen op het gemak alle tempels af en omdat we nu geen gids bij hebben, snappen we gelukkig ook helemaal niets van al die symbolische of mystieke betekenissen. Het is een mix van vijvers, tempels en heel veel mooie bloemen. Een heilige betekenis kunnen we zelf wel uitleggen, je kunt hier baden, dus dat zullen wel heilzame heilige baden zijn, een Boeddhistische variant op Lourdes.

Ik hoef er niet in, in die baden, mijn teen begint spontaan te rillen bij het voelen van de watertemperatuur. We hebben het gezien, de sarongs inleveren en nu zit Annie’s witte broek vol met rode vlekken, we houden het maar op heilige en dus heilzame verf van de sarong.

Als we weer naar de uitgang lopen, komt ons een grote stroom lokale bevolking tegemoet. Het moet wel een heilige dag zijn vandaag, want ze hebben hun paasbeste kleding aan. En offers, die hebben ze ook bij, de vrouwen komen met enorme offermanden op hun hoofd aangewandeld. We waren dus eigenlijk net te vroeg, we missen net het offeren. Nog even een sanitaire stop en dan gaan we weer verder. Ik moet toch even glimlachen om het bordje van het hokje voor de mannen. Gentlement staat er.

Op naar de volgende stop, maar die hadden we niet gepland. Het is een stop van Buddy. Ik krijg weer een flashback van Bangkok, toen onze tuktuk chauffeur ons ook bij allerlei winkels dropte om zo wat commissiegeld bij elkaar te schrapen. Ach, we gaan gewoon naar binnen. Het is een outlet van Balinese producten. Een megastore vol toeristische spullen. Ik koop een mooie vlieger voor de kinderen van mijn zus. Eigenlijk te mooi om weg te geven, een prachtige arend. Ik praat wel wat van de prijs af, maar het is zo goedkoop dat ik er niet eens mijn best voor doe.

We gaan weer verder, niet veel verder weer een stop. Op een koffieplantage, stond dus ook niet op de planning, maar we gaan maar naar binnen, want een bakske koffie, daar hebben we wel zin in. Die koffieplantage is meer een dekmantel blijkt een paar seconden later. Het is gewoon een koffieshop, in de openlucht. Wel een leuke winkel hoor. We vermaken ons prima.

Het mooiste van alles is dat ze hier ook de heel beroemde civetkatkoffie hebben. Die koffie kost een vermogen, zelfs voor ons. Hoe dat komt, door die civetkat natuurlijk. Het blijkt namelijk dat die civetkat koffiebonen eet en ze dan eigenlijk onverteerd uitpoept. Maar tijdens dat verblijf van die koffiebonen in het darmstelsel van de civetkat hebben ze een fermentatie ondergaan. Als je de bonen nu uit zijn ontlasting peutert en je zet daar koffie van, dan kom je schijnt in het smaakpapillen walhalla.

Ze hebben wel een kooi waar zo’n kat rondloopt, maar dat is natuurlijk geen herkauwende koe, dus wat zal zijn productie zijn per dag? Als ik zie wat ze evenwel aan voorraad hebben van die speciale koffie, dan krab ik toch maar eens achter mij oren. Kom, tijd voor de koffie, er staan een aantal producten op ons te wachten. Ginseng koffie, Bali koffie, gemberthee, lemon grass tea en chocolademelk.

Als je wilt kun je een koppie civetkatkoffie proberen, maar die kost 50.000 roepia per bakje. 4 euro dus, nee laat maar. We proberen alle smaken en om nou te zeggen dat ik laaiend van die theesmaken ben, nee. Geef mij maar koffie. Die was best wel lekker. Lisette is wel verkocht, die koopt wat van die speciale thee in de winkel.

Kom, we gaan weer verder. Benieuwd waar Buddy ons nu weer gaat droppen. Het valt mee, we gaan naar Penglipuran, een traditioneel Balinees dorp. Hier doen ze nog aan animisme, je weet wel mijn favoriete geloof. De animist ziet een geest of god in alle mogelijke zaken. Er is een ding wat ons meteen opvalt. Het dorp is vrij van zwerfvuil. Voor het eerst in weken, geen vuil te bespeuren. Kom, we gaan het dorp in.

PenglipuranFoto’s Penglipuran

We worden wel een beetje gestuurd om bij een bepaalde familie-compound naar binnen te gaan. In een keuken is een vrouw met de maaltijd bezig. Als je ziet waarmee ze moeten koken, snap je niet helemaal waarom het eten hier zo lekker is. Er wordt nog op hout gestookt en dat kun je aan de pannen zien.

Ze is heel gastvrij, maar misschien willen we nog wel wat souvenirs kopen. Nou, dank u mevrouw. Ik stuiter per ongeluk bij de buren binnen en kijk, daar hebben ze precies dezelfde souvenirs. Aha, het hele dorp is dus betrokken om ons te verlokken tot het laten rollen van de Roepia’s.

We kijken nog wat rond in het dorp, er is een tempel, maar ik wil geen tempel meer zien en de rest ook niet. We hebben meer oog voor de massaal aanwezige kamerplanten en bloemen die hier gewoon in de tuin staan. Vliegertjes oplaten, daar houden ze ook erg van. Boven ons staan een aantal vliegers strak in de lucht.

We hebben het gezien, op naar de volgende attractie, een vulkaankrater. Als we dichter bij de locatie komen, herken ik toch wel wat dingen van toen. Ik weet dat we hier toen ergens geluncht hebben boven op de kraterrand en dat er verkopers rond liepen. In het kraterdal onder ons lijkt het wel of er een flinke brand heeft gewoed, alles is zwartgeblakerd. Het blijken de lavarestanten te zijn van een uitbarsting een jaar of 30, 40 geleden. Dat staat me niet helemaal meer bij.

Tot we uitstappen, een heel groot déjà vu. Ja, ik heb het al eens gezien. Dat komt vooral door de verkopers, toen waren ze al redelijk opdringerig, nu zijn ze met nog veel meer volk en nog steeds net zo opdringerig. Dit keer kopen we niks, nee we hebben honger. Buddy zet ons pal voor een restaurant af. Het ziet zwart van de restaurants en allemaal werken ze met een buffet, dus waarom zouden we ons druk maken, gewoon de deur binnen waar Buddy ons heeft weggezet.

We worden een beetje onaangenaam verrast door de prijzen, uitzuigprijzen dus 90.000 + 20.000 tax. We gaan toneel spelen, besluiten we. Herman is in topvorm, die praat er in geen tijd al behoorlijk wat vanaf. De rest zit aan tafel, allemaal spelen we het spelletje van ongenoegen, maar ik ben de enige die blijft staan, ook al afgesproken. Het werkt, want door ons getreiter om weg te gaan, worden Herman zijn argumenten alleen maar sterker. Herman is in bloedvorm, 70.000 inclusief tax dat willen we betalen.

Ze moet even met de chef gaan overleggen, want wij willen wel voor heel weinig geld lunchen. Even later is ze terug met een grote glimlach op haar gezicht. We mogen aanvallen op het buffet. Het smaakt des te beter omdat we zo’n beetje voor de halve prijs aan tafel kunnen. Het smaakt weer opperbest en het uitzicht is geweldig, je kijkt namelijk vanuit alle restaurants zo in de krater.

Na de lunch gaan we naar de rijstvelden, dat is tenminste het plan van Buddy. Alleen er is blijkbaar een kleine miscommunicatie, want Tycho had tegen Buddy gezegd dat hij ook een stop wil maken bij een houtsnijwerkplaats.

Dus Buddy zet koers naar een houtsnijert. Een heel stuk terug richting Ubud. Het is het eldorado voor houtsnijers, wauw wat een artiesten zijn hier aan het werk. Eerst een korte uitleg en daarna mogen we in de showroom onze slag slaan.

Maar er is geen slagje te slaan, ja in je portemonnee, gloeiende wat een prijzen vragen ze hier. Wij zijn rap uitgekeken. Vooral vanwege de prijzen en dat we nou moeten.

We hebben 20 jaar een prachtig houtsnijwerk staan gehad, dus. Ja, nu is het weg, op een gegeven moment heb je het toch gezien. Het is wel prachtig, allejezus mooi, maar die prijzen. Ook al praat je er de helft af, dan nog blijft het gewoon duur. Ook Lisette en Tycho kopen niets, wel lang onderhandeld, maar ook voor hen is het te gortig.

We stappen weer in, richting rijstvelden, maar na een half uurtje komt Buddy toch met het verhaal dat we de zonsondergang van Tanah Lot missen als we de rijstvelden doen. Zeg het maar. Beetje discussie in de auto natuurlijk, ja Buddy dat had je straks ook wel kunnen zeggen, dan hadden we dat atelier mooi laten schieten. Goed, gedane zaken nemen geen keer, dus het wordt kiezen en de rijstvelden verliezen.

Op naar Tanah Lot. We zijn er ruim op tijd, maar de drukte is ons al voor. Ik herinner me nog wel de verkopers van 1988, maar ik zie geen winkels in mijn herinnering. Moet je nu kijken, honderden winkels. Zo, niet normaal meer. We lopen gewoon een stukkie verder, op naar het strand. Het ziet er zwart van de mensen. Heel Bali is hier om naar de zonsondergang te kijken. De zee is lekker wild en wij lopen een stukkie tot achter de tempel, veel rustiger en voor de foto’s prima plek. Maar het weer wil niet zo, ja het weer wel, maar de wolken zitten dwars. Weinig kans op een zonsondergang. Ach, we zien wel. De zee, zou het nou eb of vloed zijn, volgens mij is het eb, misschien opkomend water.

Al die andere mensen hebben ook de tijd. Dus moeten Annie en Lisette op de foto met een paar Chinezen. En ik dan, ja ik mag ook de foto. Ik geloof het zelf niet, een grietje van een jaar 15, 16 wil met mij op de foto. Ze gaat helemaal uit haar dak, als haar vader of oom of weet ik wat foto’s heeft gemaakt. De anderen grieten, 8 in totaal zijn het er, stormen nu ook op mij af. En die pakken mij beet. Kom Herman, mee op de foto. De vader die een beetje Engels spreekt, dankt ons hartelijk en die grieten, ja die gaan nog een keer helemaal uit hun bol. Ach, ik stik tevreden natuurlijk, ben dus gewoon nog steeds een knappe gast.

Tanah LotFoto’s Tanah Lot

Even later liggen we helemaal in een deuk. Een bruidspaar is bezig met een fotoreportage, mannetje of 5 fotocrew, maar ze zijn allemaal te stom om de bruid veilig te stellen bij een aanstormende golf. De jurk is nu toch nat, dan maar van de nood een deugd maken. De volgende foto’s worden geschoten met een licht op de golvende deinende bruidsjurk.

Oh ja, de zon begint te zakken, maar de wolken verhinderen een spectaculair uitzicht. Het kan niet altijd bingo zijn natuurlijk, maar we hebben Tanah Lot gedaan, iedereen die naar Bali komt, moet er naar toe. Net zoiets als Nederland aandoen en dan de Wallen in Amsterdam overslaan, of Parijs en dan de Eiffeltoren missen, of die scheve toren in Pisa. In die orde van grote moet je Tanah Lot dus zien. We houden het voor gezien, iedereen trouwens, dus de massale uittocht van de toerist is begonnen.

Er moet wel eerst een dringende toiletstop gemaakt worden. Terwijl de dames naar de WC zijn, komt er een enorme wolk vleermuizen de grotten uit. Duizenden, maar ik heb de verkeerde camera bij, dus helaas geen foto’s. Wel erg spectaculair om te zien, zo!! We laten ons nu opzuigen door de menigte en trekken richting de uitgang. We weten waar we Buddy ongeveer kunnen vinden en inderdaad hij staat op de afgesproken plek. Hij heeft zijn auto wel heel strategisch geparkeerd. Echt in heel korte tijd zijn we het parkeerterrein af.

Een uurtje later zijn we terug in Ubud. Tegen 8 uur zijn we in het hotel. Toevallig hangt Komang aan de lijn. Hij heeft een mooi program voor morgen voor ons. Da’s heel mooi, maar da’s morgen. De inwendige mens nog even aansterken. Met Joke en Herman trekken we er op uit, we gaan niet richting het centrum. Nee, we gaan het centrum uit, wat zal het zijn 100, 200 meter. Perfecte tent hoor en erg druk, heel druk dus het zal wel goed zijn zeker. Nou dat is het, lekkere Bintang erbij, wat wil je nog meer, niks dus.

We hobbelen weer op het gemak richting hotel, nog een beetje vroeg om te gaan pitten, dus als we bij de buurman nog een Bintang pakken komen Arno en Conny ook nog even wat drinken. Zo, tijd om de koffer op te zoeken, laatste goede daad voor vandaag, een stukje op de kaart schrijven voor Komang. Dat ie het niet makkelijk had, goed bezig is en het is gemeend, geen lettertje gejokt. Ook maar een geldelijke beloning bijgevoegd. Aboeng.