Indonesië Dag 21 Ubud - Singapore (Maleisië)

Vandaag is het de laatste dag, ja echt, het is voorbij gevlogen. Dat wil niet zeggen dat we vandaag niks doen. Neeje, om half 6 gaat de wekker al. De ontbijttijd is voor ons speciaal aangepast. We gaan vandaag met Komang op pad. Gisteren heeft ie dat voor ons geregeld. We gaan mee naar zijn geboortedorp, daar is een groot tempelfeest. Schijnt uniek te zijn op Bali. Wij, dat zijn Joke, Herman, Tycho, Lisette en wij. Conny en Arno en Nellie en Dick kon ie niet bereiken. Jammer, maar het is niet anders.

Tijdens het ontbijt krijgen we nog een schokkend verhaal van Komang. Hij is gebeld door de rangers van Komodo. Gisteren is een Duitse toeriste gebeten door een Komodo-varaan. Grote paniek natuurlijk, want het is maar de vraag of je die beet overleeft. Van de andere kant, ach het is een Duitse. Maar los van die grap, goed voor het aantrekken van toeristen is het natuurlijk niet. Hoewel, soms werkt het net als een magneet. In ieder geval krabben we nu toch wel eens even achter onze oren. Het is dus echt een bloedlinke trip.

Kom, we zijn er eens weg mee. Het is dik 1,5 uur rijden, naar het oosten van Bali. Het 1e stuk kennen we wel, want dat is dezelfde route als die toen we met de snelle boot vanuit Lombok op Bali aankwamen. Ja, ook al is het vroeg, opschieten doe je niet echt op Bali. Het is allemaal tweebaansweg en de wegen slingeren ook nogal eens dwars door de dorpen. De dag dat wij dus de oversteek naar Bali maakten hebben de grote veerboten de hele dag binnen gelegen. Te zware zeegang. En wij op ons polyester catamarannetje zijn gewoon de zee over gestuiterd. Van de andere kant, liever op dat goed onderhouden notendopje, dan op zo’n drijvende doodskist. De dag erna zijn de veerboten wel weer gaan varen. Normaal duurt de oversteek 3,5 – 4 uur, die dag hebben ze er een uur of 8 over gedaan. Dan zal de vloer op die boten vast voorzien zijn van een door zeezieken aangebrachte laag.

Cees in sarongFoto’s Naar de tempel

Komang is vandaag zelf de chauffeur en het is gezellig, wat wil je nog meer. 1,5 uur later staan we dus in zijn geboortedorp. Hij neemt ons mee naar zijn ouderlijk huis. Zijn zus en zwager hebben er nu hun intrek genomen. Zijn ouders wonen in bij Komang. Het is een net huis, ja echt en er heerst een drukte van jewelste. Zijn broer net als een paar neefjes en een nichtje van Komang. Er moeten er nog een paar onder de douche en de rest is bezig met het aantrekken van hun paasbeste kleding.

Het nichtje wordt helemaal opgedirkt, maar da’s ook geen gemakkelijke, zou zo maar een Nederlands kind kunnen zijn. Ze wil alleen aangekleed worden door het buurmeisje. De volwassenen kleden zich zoals wij Indonesiërs kennen. De mannen doen de sarong om, daar zitten geen knopen aan en met een paar speciale vouwen zit het toch muurvast. Ze kleden het af met die mooie jasjes en het Balinese hoofddeksel. Net zoals in de film en op de folders dus. De vrouwen kleden zich ook traditioneel met sarong en de fijn geweven bovenstukjes. Geen idee hoe die heten.

Ook wij ontsnappen niet aan de verkleedpartij. Wij moeten een sarong om. Kom, we gaan naar de tempel. Het wordt steeds drukker onderweg, naast de kant van de weg zitten verkopers. Volgens Komang wordt er flink met geld gegooid vandaag. Zoiets doen wij met carnaval, of de kermis of kerstmis ook. Het zijn vooral de speelgoedverkopers die langs de kant van de weg hun waren hebben uitgestald. Vlakbij de tempel staan de scooters in een oneindige rij geparkeerd.

Hele families staan klaar. Het is een veel groter tempelcomplex dan ik dacht voor zo’n klein dorp. En het zit afgeladen vol met families. Ook buiten het complex staan heel veel mensen te wacht op wat gaat komen. Zij zijn waarschijnlijk al in de tempel geweest en maken van de gelegenheid gebruik om bij te kletsen. De kinderen amuseren zich met poker. Ja, echt.

En er staan honderden, nee duizenden offermanden. Dit hindoe feest duurt 7 dagen en vandaag is de laatste dag. Vandaag worden de offers weer opgehaald, want er zit een enorme bak geld in de vorm van fruit, kip en andere zaken in die manden. Offeren is wel leuk, maar helemaal gek zijn ze ook weer niet.

Er komt een enorme bak herrie van het complex af. Er wordt een lied gespeeld en de een of andere priester is in een microfoon aan het meezingen. Wij mogen met Komang mee de tempel in. We hoeven hem alleen maar te volgen. Op het complex zitten echt honderden families braaf te wachten op hetgeen komen gaat. We schuifelen achter Komang het complex over. We gaan naar de afdeling waar gebeden kan worden. Maar eerst komen we langs de tempel waar de offers de nacht hebben doorgebracht. Enorme manden staan er onder de overkapping. En als je ziet wat daar allemaal in zit. Hele kippen, ik zie zelfs ergens een gegrild speenvarken. Veel fruit ook natuurlijk. Er zit ook veel voor Indo’s exotisch fruit tussen in de vorm van appels. Volgens Komang kosten die appels een vermogen in vergelijking met het lokale fruit. Ja, dat snap ik ook.

De vraag is alleen of dat spul allemaal goed blijft. Als ik een kipje gebraden heb en het met een graad of 30 een dag buiten zet, dan denk ik allemaal dat het toiletbezoek extreme vormen aanneemt. Volgens Komang hebben ze dat probleem getackeld door de kip onder extreme temperaturen te braden. Hetzelfde geld natuurlijk ook voor de varkens. Natuurlijk geldt ook hier hoe meer geld er is, hoe groter de offerschaal. Dus ook hier wordt het verschil tussen arm en rijk fijntjes, maar wel heel duidelijk uitgedrukt. De mensen geven globaal 10% van hun inkomen uit aan hun religie, dan zullen er vast wel veel in de hemel komen. Wat zullen die kerken bij ons jaloers zijn, maar ja, die betalen nu de rente voor de eeuwenlange uitzuigerij die ze op ons hebben toegepast.

We gaan verder, op naar onze zingende dominee. Zingen kan ie helemaal niet en de muziek die het geheel ondersteunt, is ook niet van hetgeen wij onder muziek verstaan. Moderne gamelan, zeg maar. Geen touw aan de ritmes vast te knopen.

Balinese vrouwenFoto’s In de tempel

Iedereen moet door een smal poortje, waar met een beetje vouwen 2 personen door kunnen. Het duurt even voor we boven zijn. Komang laat ons even alleen, hij gaat in gebed. Er zitten tientallen mensen te bidden. Het mooie is eigenlijk dat iedereen gewoon individueel bezig is. Er staat dus geen verklede joker die een mis aan het opdragen is.

Maar er is wel een vorm van regie, want tussen de mensen door lopen een aantal priesters en die zegenen de mensen, net als bij ons met water dus. Geen idee hoe ze bepalen of iemand genoeg gebeden heeft. Wel mooi om te zien. De mensen lopen dus allemaal in hun mooiste kleding. Er zijn ook veel jongens die in een grote sarong lopen met een kris achter op hun rug. Direct eens even vragen waar dat voor is.

Een minuutje of 5 later komt Komang zich weer melden, hij straalt. Maar wat wil je, hij heeft nu bloemetjes en rijst in zijn haar, dus de zegen moet op hem zijn neergedaald. Dus het zal wel goed zijn. We lopen op het gemak naar de uitgang. Ondanks de enorme massa volk gaat het er allemaal heel gedisciplineerd aan toe. Hele families zitten braaf te wachten tot de offers straks worden vrijgegeven.

Er zit niets anders op dan te wachten. Wij staan weer op de straat voor het complex en daar is het druk, ijscoverkopers, speelgoedverkopers en naast ons zijn ze met kaarten een vorm van balletje balletje aan het spelen. Het wordt door iedereen gespeeld dus ook door de kinderen.

Eindelijk is dan het moment daar, de offers worden vrij gegeven en de vrouwen halen ze op. Ja inderdaad, het zijn weer de vrouwen die het zware werk mogen doen. Gestaag komen nu de offers voorbij. De vrouwen lopen met de offergave op hun hoofd de tempel uit. Eerst komen de kleinere offers maar daarna komen complete op het hoofd gedragen torens de tempel uit.

Wat er allemaal wel niet in zit: fruit, taarten en gebraden kip. Meerdere kippen dus, met de kop er nog op. Ongelooflijk dat je zoiets op je hoofd kunt dragen. Op het laatst komen zelfs de varkens mee en je hoeft het niet te geloven, maar er is zelfs een vrouw bij die zo’n speenvarken op haar hoofd draagt. Het is wel geen volwassen varken, maar ga er maar eens aan staan. Grotere varkens worden als een jachttrofee opgehangen aan een grote bamboe paal vervoerd.

Iedereen gaat nu op huis aan. Wij gaan ook langzaam terug. De stoet is nog lang niet afgelopen en het is super om te zien. Eigenlijk schieten woorden tekort. We weten nu dat we enorm bevoorrecht zijn om dit te mogen zien.

We hebben welgeteld nog 2 andere blanken gezien en die waren zo te zien aangetrouwd.  Dus er is zijn nog onontdekte rituelen op Bali. Onderweg worden de offers in gereedstaande auto’s geladen en het valt niet mee om die offers ongeschonden naar huis te brengen.

Het is overigens wel net zoals bij ons, niet iedereen is even gelovig. De broer van Komang bijvoorbeeld is gewoon thuis gebleven. We mogen onze sarongs afdoen, nog even een sanitaire stop en dan nemen we afscheid van de familie. Zij vonden het blijkbaar net zo’n geweldig feest als wij.

Houdoe en bedankt. Een uur later zijn we weer terug in Ubud. Het ritje heeft ons 175.000 roepia gekost, spotgoedkoop en dat voor een ervaring die niemand je never nooit meer afpakt.

vissen

In het hotel zien we Arno en Conny. Ze hebben de winkel weer gevonden van de tropische vissen. Die visjes dus die we in de zee hebben zien zwemmen. Ze hebben de winkelier al verteld dat wij langs zouden komen, dus hij heeft geregeld dat de voorraad weer aangevuld wordt. Tycho, Lisette en wij gaan op koopjesjacht. Conny en Arno hebben hun slag al geslagen, maar ze gaan gewoon weer mee.

Het is maar een 100 meter van het hotel, we zijn er een paar keer voorbij gelopen, maar het is een piepklein winkeltje. De vloer ligt helemaal bezaaid met vissen. Zo, die zijn echt supergaaf. Het schijnt dat de winkelier van zijn voorraad af wil. Afdingen heeft helemaal geen zin, want ze kosten bijna niets. We kiezen er 12 uit voor 200.000 roepia en omdat we zulke goede klanten zijn, krijgen er 2 gratis bij. Annie is helemaal in haar nopjes, die heeft al een plaats thuis in gedachten voor de vissen.

Tijd voor de afscheidslunch. We hoeven niet ver, gewoon bij de buren. Nellie en Dick zitten er al, niet helemaal happy want het was niet duidelijk afgesproken dat we gezamenlijk zouden lunchen, blijkt nu. Ze zitten wel aan bij het ’officiële’ gedeelte, maar eten en drinken verder niet mee. Tycho heeft het op zich genomen om de speech te houden en dat doet ie met verve. Als verrassing heeft hij voor Komang een sultanmuts gekocht, ja dat krijg je ervan als je zegt dat je sultan bent.

Conny en Arno hebben het artistieke gedeelte van het cadeau op zich genomen, een mooie prachtig beschilderde rijsthoed. Daar zit de kaart met onze persoonlijke dankwoorden in en natuurlijk ook de fooi. Het eten laat even op zich wachten, maar we hebben de tijd. Voor Annie zoetzure kip en voor mij, het kan niet anders, een lekkere saté. Bintang erbij natuurlijk.

Komang neemt ook nog even het woord. Hij vond ons een fijne groep en mochten we ooit nog eens terug komen, dan is de kans niet zo groot dat we hem als gids aantreffen. Hij gaat meer de handelskant in. Hij heeft het allemaal strak in zijn kop zitten, nee laat die jongen maar lekker schuiven. Zo, nog even verkleden en de koffers inpakken. Kwart over 3 staan de koffers buiten.

Tegen half 4 rijdt de bus voor. De bus is ruim op tijd, omdat er met zware files rekening gehouden moet worden. De rit naar het vliegveld loopt evenwel behoorlijk voorspoedig, in Denpassar is er wel een behoorlijke drukte, maar het valt allemaal mee volgens Komang. We zijn dus ruim op tijd op het vliegveld. Zo Komang, bedankt voor de goede zorgen, het was voor ons in ieder geval een woest genoegen, een heel woest genoegen.

op het vliegveld

Het inchecken stelt ook niet zoveel voor, maar wel even nog 150.000 roepia aftikken. Voor het uitreisvisum. In geen tijd de immigratie gepasseerd en dan kunnen we een uurtje of wat in de wachtstand. Als ik voorbij de horlogeboer loop, vallen mijn ogen zowat uit mijn kassen. Wat er hier aan neppers verkocht wordt, onvoorstelbaar. Duizenden, echt duizenden horloges, zo pats naast alle officiële instanties. Ach, het is wel wreed amusant eigenlijk. 

We drinken nog wat met Arno en Conny. Even later schuiven Herman en Joke ook aan. Wordt het weer gezellig. Herman en Joke vliegen een half uur later dan wij. Zij met de KLM en de rest gaat Singapore Airlines. Ik heb nog 15.000 roepia in mijn portemonnee zitten, ongeveer € 1,20. Ik weet daar wel een bestemming voor. Er gaan later dit jaar nog 2 collega’s van me naar Indonesië, hebben ze alvast een leuk startkapitaal.

We gaan richting gate 4, om 20.00 uur gaan we vertrekken met vlucht SQ 947. We nemen afscheid van Herman en Joke, ja je weet maar nooit met die intercontinentale vluchten. Heel veel plezier met hen gehad, echt dat zijn heel gemakkelijke reisgenoten, maar ja, dat geldt voor de hele groep. Als we aan bord mogen, staan er wat muzikanten en zangeressen ons vrolijk toe te zingen. Toch nog een nieuwe ervaring, op het allerlaatste moment in Indonesië.

boardingpass

De rest gaat allemaal redelijk vlot, we hebben wat vertraging, maar dat lopen we wel in volgens de piloot. De vlucht zal ongeveer 2 uur en 5 minuten bedragen. De vlucht verloopt heel voorspoedig, alleen bij de landing in Singapore maakt het vliegtuig een hele vreemde slinger op het moment dat we de grond raken. Zwiep, je ziet iedereen verbaast kijken.

We mogen het vliegtuig uit en duiken even later de skytrain in om van terminal 2 naar terminal 3 te komen. Het is tegen half 11 ’s avonds. We hebben ruim een uur de tijd om dat voor elkaar te boksen. Helemaal geen probleem dus.

Als we bij de gate aankomen, kunnen we zowat gelijk doorlopen. Weer een veiligheidscheck. Arno en Conny hebben hun zware wandelschoenen aan, ze moeten wel de veters uit de schoenen halen. Ik heb mijn veel lichtere wandelschoenen aan en mag zo door. Oh ja, mijn mesje waar ik op de heenreis nog wat gedoe mee had, zit natuurlijk in de gewone bagage.

Even later komen Dick en Nellie ook aan, maar die zijn helemaal niet blij. Dick is furieus, want ze zitten op de vlucht naar Amsterdam niet naast elkaar. Nee, een heel eind uit elkaar zelfs. Wat ie ook probeert, ze zijn zo flexibel als een stoeptegel, dus dat wordt een gescheiden vlucht. Ja natuurlijk heeft hij gelijk, betaal je vet en het is niet dat ze het niet wisten dat we mee zouden vliegen. Het is altijd wat met die vliegboys. Het excuus, het vliegtuig zit vol.